abonneren
article
Carla Desain
Carla Desain
Artikelen

Het Groene Lyceum mij heeft gevormd tot wie ik nu ben

Als deze Vives verschijnt, heeft Suzan Hopster [18] haar diploma van het Groene Lyceum in Almelo op zak. Suzan koos zes jaar geleden voor deze nieuwe vmbo-mbo combinatie; ze hoort tot de tweede lichting leerlingen van de startende opleiding. Ze is blij met haar keuze van destijds, al liep niet alles op rolletjes. Met Vives kijkt Suzan terug op haar eigen leerproces en formuleert tips voor haar school om het onderwijs verder te verbeteren.

“Nog één grote opdracht – dat heet bij ons ‘proeve’ – afronden en een beleidsplan inleveren, dan ben ik klaar met mijn opleiding. Wel een gek idee dat ik over twee weken geen leerling van het Groene Lyceum meer ben – na zes jaar. In september start ik met de vierjarige hbo-opleiding Dier- en veehouderij in Velp.”

Waarom past Het Groene Lyceum bij jou?

“Ik wist dat ik meer aankon dan vmbo, maar ik zag op tegen het theoretische van de havo; het praktijkgerichte van het Groene Lyceum sprak me aan. Het bleek een goede keus, het is een leuke school en het onderwijs hier past echt bij mij. We doen veel stages en praktijkopdrachten bij verschillende bedrijven. Zo hielden we een klanttevredenheidsonderzoek voor een dierenartsenpraktijk en ontwikkelden een nieuw product voor Bolletje.

Ook startten we een eigen mini-onderneming; we moesten samenwerken met andere bedrijven om ons product tot een succes te maken. We bedachten een taartblik met aparte punten, waardoor je verschillende smaken in één taart kunt hebben. Als we voor de productie bijvoorbeeld ijzer nodig hadden, maakten we afspraken met een ijzerbedrijf. We hadden zelfs een leverancier gevonden. Ons product werd uiteindelijk geen succes, maar we hebben er erg veel van geleerd.

Op sommige dagen ben je hier bezig met buitenschools leren, op andere dagen krijg je les op school of werk je zelfstandig aan verdiepingsopdrachten.”

Hoe zit het onderwijs in elkaar?

“De eerste jaren komen alle groen-richtingen aan bod: bloem [bloemschikken en zo], plant [plantenkennis, stekken], dier [verzorging], verwerking agrarische producten [zeg maar koken] en groen [tuinen aanleggen bijvoorbeeld]. In de 4e moet je kiezen; ik heb het meest met dieren. Tot en met klas 3 ben je dan vooral veel met de dieren aan het knuffelen en hokken aan het schoonmaken. Vanaf de 4e krijg je theoretische verdieping: hoe je de verzorging moet aanpakken, waar je op moet letten bij de hygiëne en hoe het zit met gezondheidszorg bij dieren. Ik koos voor de richting diermanagement, die is gericht op een managersfunctie in bijvoorbeeld een dierenasiel of een dierenartsenpraktijk.

Natuurlijk krijgen we ook Nederlands, Engels, biologie, rekenen en wiskunde. Vanaf de 4e is een dag in de week de ‘economiedag’, met vakken als boekhouding en leiding geven aan een bedrijf.

We leren meestal niet hoofdstuk-voor-hoofdstuk, maar met grotere opdrachten, waarbij je je tijd zelf moet indelen. Een van de afstudeeronderdelen is bijvoorbeeld ‘Schrijf een beleidsplan voor je stagebedrijf’. Dan moet je het hele beleid erin verwerken, alle financiële aspecten ervan – omzet, balans, begroting – en wat ze allemaal willen in de toekomst.

We hebben geen papieren schoolboeken, we doen alles met digitale lesstof of zoeken op internet. In de 1e kregen we een laptop van school; vanaf de 4e moet je je eigen laptop meenemen.”

Hoe is de sfeer op school?

“De sfeer bij ons op het Groene Lyceum is heel gemoedelijk, we krijgen veel vrijheid om ons werk zelfstandig te plannen. We hebben ook geen precies afgebakende pauzes; we bepalen zelf wanneer we pauze houden als dat ons uitkomt tijdens het werken aan een opdracht. Docenten die normaal op het gewone vmbo lesgeven en een dagje bij ons komen invallen, kijken er wel eens raar van op aan hoeveel vrijheid we zijn gewend en hoe we zelf onze lessen indelen.”

Zijn er ook dingen waar je tegenop liep?

“Wij zijn de tweede lichting leerlingen van het Groene Lyceum, de school zat nog in de opstartfase. We waren een beetje proefkonijnen. Vooral vanaf de 4e gingen geregeld dingen fout in de planning en was vaak onduidelijk wat er precies van ons verwacht werd. Opdrachten kwamen te laat of uitleg ontbrak; daar kwamen we soms mee in de knoop. Ook de docenten wisten soms niet precies hoe het zat. Ik kan vrij goed tegen die onzekerheid, maar er zijn wel klasgenoten op afgehaakt. Ik hoorde van mensen uit het jaar vóór ons dat het daar nog erger was; in de jaren na ons is het juist beter. Het wordt dus gelukkig per jaar duidelijker.”

Wat heb je geleerd?

“Behalve de lesstof heb ik veel over mezelf geleerd: ik weet nu wat ik wil, wat ik kan, wat ik leuk vind en waar ik moeite mee heb. Ik heb bijvoorbeeld geleerd om zelf dingen op te lossen, ik ben een stuk zelfstandiger geworden. Eerlijk is eerlijk, die zelfstandigheid komt deels door die onduidelijkheid over wat er precies van ons verwacht wordt. Maar het zit vooral ook in de manier waarop het Groene Lyceum ons voorbereidt op zelfstandig dingen doen. Wij worden niet aan het werk gezet met hapklare opdrachtjes met uitgebreide instructie, maar met grotere projecten waarbij je de aanpak zelf moet uitdenken. Zo kregen we bij het beleidsplan dat we moeten schrijven voor het eindexamen, alleen de inhoudsopgave en mochten verder zelf uitzoeken hoe we het wilden aanpakken. Dus ik ben gaan zoeken op internet, gaan vragen aan docenten en aan mijn stagebegeleider. Daar wordt je een stuk mondiger van en je leert vragen te durven stellen. Ik was vroeger een heel verlegen meisje – nu niet meer.

Het klinkt wat gewichtig misschien, maar ik kan echt zeggen dat het Groene Lyceum mij heeft gevormd tot wie ik nu ben. Zo had ik vroeger eigenlijk niets op met paarden. Tot ik stage ging lopen op een stal waar paarden kunnen revalideren van een peesblessure; daar ontwikkelde ik mijn passie voor paarden. Ik kreeg toen mijn eigen paard Vepina. Eerst nam ik me voor om paardenfysiotherapeut te worden, maar dat plan heb ik laten varen. Je moet daarvoor namelijk beginnen met de gewone fysiotherapie-opleiding. Die studie is behoorlijk pittig en bovendien: met dieren kan ik alles, met mensen niet zomaar.”

Hoe zie je je toekomst?

“Ik ga in september de hbo-studie Dier- en veehouderij in Velp doen. Die studie is niet gericht op kleine huisdieren, maar op vee. Dat kost me 3 uur reizen per dag.

Ik zou na mijn studie boerenbedrijven willen begeleiden bij het verbeteren van hun gezondheidsbeleid, zodat het dierenwelzijn verbetert en er minder ziektes voorkomen. Mijn ouders bijvoorbeeld, hebben een varkensbedrijf; daar moet je altijd bedacht zijn op uitbraken van salmonella. En bij koeienhouderijen kampen ze vaak met klauwproblemen en uierontsteking. Ik zou willen meedenken over oplossingen voor het verminderen of voorkomen van zulke problemen. We vragen immers veel van het vee, dan moet het dierenwelzijn ook goed zijn. Ik denk dat dat goed bij me past, als boerenmeisje van het platteland ken ik het boerenleven van binnenuit.

Mijn droom voor de verre toekomst is om dierenarts te worden – als ik die universitaire studie aankan tenminste. Als ik het interessant vind, vind ik leren leuk en neem ik de stof makkelijk op. Dus wie weet, misschien komt het er nog van.”

Heb je verbeter-tips voor het Groene Lyceum?

“Ik noemde al dat de organisatie van het onderwijs wel wat duidelijker en minder chaotisch mag. Ik zou een flinke tijd van tevoren duidelijkheid willen over wanneer welke opdrachten gemaakt moeten worden. Die duidelijkheid is in de jaargangen na ons al beter.

Digitaal leren is fijn, maar soms vind ik papieren boeken en schriften fijner, bij wiskunde bijvoorbeeld. Dus een mengvorm vind ik beter.

Als de school wil dat iedereen digitaal werkt, moet het wifi-netwerk snel genoeg zijn om met zoveel leerlingen tegelijk te werken; dat is nu niet zo. En ik zou graag met meerdere apparaten tegelijk kunnen inloggen met mijn persoonlijke wifi-code. Nu kun je alleen laptop of telefoon gebruiken, niet allebei tegelijkertijd.

Verder zou het handig zijn als alle docenten lesstof en opdrachten op dezelfde manier in de elektronische leeromgeving zouden zetten. Nu doet de een het in de elo, de ander via mail, de derde geeft je een los A4’tje met de opdracht. Als leerling moet je goed opletten dat je op tijd alle opdrachten en het lesmateriaal overal vandaan haalt, dat is best lastig. Maar je leert er ook wel zelfstandigheid van.

Er wordt op school een internetfilter gebruikt; sommige sites die niet van toepassing zijn voor de studie, zijn geblokkeerd. Maar soms kun je niet bij sites die je echt nodig hebt voor je schoolwerk. Zo was Facebook een tijd geblokkeerd, terwijl dat handig is als je voor in een verslag een foto van jezelf nodig hebt. Ik vind eigenlijk dat als ze ons zelfstandigheid en concentratie willen leren, ze ons ook onze eigen verantwoordelijkheid op internet moeten laten nemen.”

“En verder moet het Groene Lyceum gewoon ruimdenkend blijven en leerlingen de vrijheid geven om zelf naar oplossingen te zoeken.”

Het Groene Lyceum is in 2008 gestart als onderdeel van Agrarisch OpleidingsCentrum AOC Oost.

Op de website wordt de leerweg zo omschreven:

Deze vorm van onderwijs is met name geschikt voor leerlingen met een havo-indicatie die behalve leren uit boeken op school ook praktisch bezig willen zijn.

Leerlingen gaan versneld door de lesstof; dit biedt ruimte voor verrijking in de vorm van [deels buitenschoolse] projecten, stages en opdrachten. Er wordt competentiegericht geleerd en veel gewerkt in een digitale leeromgeving. Om het hoge studietempo en de benodigde vorderingen goed te begeleiden, heeft elke leerling een studiecoach. Als de leerling de opleiding na zes jaar met succes heeft afgerond, krijgt hij een dubbel diploma: vmbo gemengde leerweg-plus en mbo-4. Met het diploma van het Groene Lyceum op zak kan een leerling in veel gevallen instromen in het tweede jaar van het hbo en zo binnen drie jaar een hbo-diploma behalen.

blog comments powered by Disqus