abonneren
article

Klant is Koning: Jay van den Heuvel

Op een natte oktoberdag kwamen 85 jeugdpsychologen en -psychiaters naar Valkenswaard voor een conferentie over ‘eHealth’. In het gebouw van scholengemeenschap Were Di lieten de therapeuten zich bijpraten over de mogelijkheid van apps, games, chats en andere digitale middelen bij het ondersteunen van hun jonge cliënten. Een deel van de conferentie werd verzorgd door derdejaars vmbo-leerlingen van de stroming Were Di Drie. Zij vertelden hoe jongeren sociale media gebruiken; en ze gaven advies hoe therapeuten zich via sociale media gemakkelijker bereikbaar kunnen maken voor jongeren. Jay van den Heuvel (15 jaar, gemengd theoretische leerweg) vertelt erover aan Vives.

“Voor ons leerlingen was deze interessante dag de afsluiting van een zes weken durend project over geestelijke gezondheidszorg en eHealth. Het doel van dat project en van de conferentie over eHealth was om jongeren en jeugdtherapeuten elkaars werelden beter te laten begrijpen. Beide groepen leerden ervan.”

Hoe paste die conferentie in jullie lesprogramma?

“Wij werken binnen Were Di Drie altijd met projecten van zes weken. Voor dit project was de afsluitende opdracht: ‘Geef een workshop aan de congresdeelnemers’. In de weken ervoor verdiepten we ons in de beelden en ideeën over psychiatrie in onze hoofden – voornamelijk opgepikt uit tv-series en films – en in hoe het werkelijk gaat in Nederland. We kregen ook uitleg over apps die je gezondheid kunnen ondersteunen, zoals een stappenteller of een app die je slaapritme bijhoudt. En over de app M’n Mattie; daarmee leg je gemakkelijk contact met je therapeut om een afspraak te verzetten of als er tussen twee afspraken in iets met je aan de hand is. Dat vind ik slim bedacht, jongeren pakken namelijk niet makkelijk de telefoon voor zoiets.”

 

Wat was de inhoud van jullie workshop?

“We vertelden over ons dagelijks leven. We hadden bijvoorbeeld een 360o foto gemaakt van onze ‘veilige plek’, dat was voor iedereen eigenlijk gewoon thuis, in de huiskamer of de eigen kamer. Dat voor jongeren het gewone leven en het leven op internet door elkaar lopen, daar hadden de therapeuten niet echt bij stilgestaan. Ik kan bijvoorbeeld een hele avond zo op het oog eenzaam op mijn kamer zitten, terwijl ik in werkelijkheid met vrienden een heel gezellige avond heb, waarop we praten, lachen, spelen en overleggen – via internet. Aan sociale media gebruik ik vooral Twitter, Skype, TeamSpeak (een soort Skype zonder beeld), WhatsApp en de chatplatforms die in games ingebouwd zijn. Voor opdrachten voor school gebruik ik ook wel Facebook.

We hadden de therapeuten in ons workshopgroepje van tevoren gegoogeld, maar ze waren niet goed vindbaar. Als ze al een Facebook-account hadden, was dat er een zonder foto, of helemaal afgeschermd... Stel dat dat ik bijvoorbeeld door mijn mentor naar een therapeut gestuurd wordt, dan zou ik beslist even research doen van tevoren. Je wil toch weten hoe iemand eruit ziet, en hoe iemand werkt. Dat hebben we ook verteld tijdens die workshop. Het was een eyeopener voor hen; ze besloten meteen om te zorgen dat ze voortaan makkelijker te vinden zijn op sociale media. Dat was een mooie afsluiting van ons project over eHealth.”

 

Zo te horen is het onderwijs op Were Di Drie best bijzonder?

“Ik heb voor deze school gekozen omdat ik niet goed kan leren uit boeken. Ik moet echt leren door te doen, door contact te zoeken met anderen, door zelf op zoek uit te gaan naar informatie en zelf te onderzoeken waaróm iets zo is. En op Were Di Drie – een speciale stroming binnen het vmbo hier – wordt zo gewerkt.

Alleen de talen, rekenen en wiskunde komen als aparte vakken in workshops aan bod. De andere vakken leer je via projecten. Leerlingen van de leerwegen basis en kader werken aan twee projecten per periode. Ik doe de gemengd theoretische leerweg, ik heb er telkens drie. Deze periode zijn dat De VOC, Het Heelal en Microkrediet. Bij dat VOC-project leer ik onder andere over geschiedenis, aardrijkskunde, economie en maatschappijleer. De startvraag was: ‘Hoe komt het dat we in Nederland zoveel gerechten kennen met kruiden die niet in Nederland groeien?’ Daarbinnen moet je dan in groepjes van drie je hoofdonderwerpen bepalen. Wij kwamen al snel op de VOC, zeevaart, ruilhandel en rijkdom in Nederland, slavenhandel en immigratie (eigenlijk is dat de WIC), discriminatie en racisme.

Je werkt met je groepje telkens vijf weken aan een project. Je gaat zelf op zoek naar de informatie die je nodig hebt: je zoekt op internet, of je kijkt documentaires, of je interviewt experts. Voor dit VOC-project bekeken we bijvoorbeeld ook (gedigitaliseerde) dagboeken van zeekapiteins uit die tijd. Projecten worden altijd afgesloten met de opdracht om iets maken: een presentatie, een filmpje of een voorwerp. Voor dit project moeten we een Aziatisch gerecht koken. De afsluitende opdracht voor het Microkrediet-project is om zelf een bedrijfje op te zetten. Wij maken een soort Marktplaats-website om de werkstukken te verkopen die leerlingen gemaakt hebben, bijvoorbeeld bij techniek.

Die variatie in de verschillende projecten vind ik het allerleukst aan deze school.”

Wat is de rol van de leraren op jullie school?

“Bij ons worden leraren meestal coaches genoemd. Gewoon klassikaal lesgeven gebeurt hier nauwelijks. In de workshops voor rekenen, wiskunde, Nederlands, Engels en Duits wordt wel aandacht besteed aan de stof, aan wat we moeten kennen en kunnen. We verzamelen bijvoorbeeld woorden voor onze eigen woordlijsten, praten de taal met mensen uit dat land en leren de regels van de grammatica. Als we zelfstandig aan het werk zijn met de workshop-stof of met projecten, beantwoorden de coaches onze vragen of ze helpen ons op weg als we vastlopen. En natuurlijk beoordelen ze de eindproducten van de projecten en de toetsen van de workshop-vakken.”

Hoe is dat geregeld met werkplekken en lokalen?

“We beginnen de dag in ons stamgroeplokaal, en daar sluiten we de dag ook af. Daarna mag je kiezen waar je gaat werken. Voor geconcentreerd werken is of het grote leerplein of de mediatheek fijn – daar moet het stil zijn; wil je overleggen met je groepje, dan zoek je een open lokaal. In zo’n lokaal is altijd een coach aanwezig, op het leerplein zijn er twee en in de mediatheek ook nog een.

Iedereen werkt op een eigen laptop; die kan ’s nachts in je kluisje blijven, daar zit ook een stopcontact in. Via school kun je een bepaalde laptop met korting kopen, maar dat type vond ik niet goed genoeg. Ik heb thuis een betere, die neem ik altijd mee heen en weer.

Bij de werkplekken zijn wat dingen die ik liever anders geregeld zou hebben. Er is te weinig plaats voor als je wil overleggen en er zijn te weinig stopcontacten voor het opladen van laptops. Ze gaan ervan uit dat je met een opgeladen laptop naar school komt, maar mijn batterij houdt het geen hele dag vol. Op het leerplein is geen stroom en mag je niet praten. In de lokalen mag dat wel en daar zijn wel stopcontacten, maar die lokalen zijn dan ook altijd erg vol. Ik zou wel willen dat er meer lokalen tegelijk open zouden zijn, maar dan moeten er dus ook meer coaches aanwezig zijn.”

Dus als je verbeter-tips mag geven aan je school…?

“Dan gaat het inderdaad over het aanpassen van ruimte en spullen aan onze manier van leren. Dus over meer werkruimte waar je kunt overleggen; over meer stopcontacten; en natuurlijk over betere en snellere wifi. Onze wifi doet het op zich prima, maar niet als we er met ons allen tegelijk op aan het werk zijn. Gelukkig wordt dit in januari aangepakt.

Inhoudelijk heb ik eigenlijk maar één wens: meer aandacht besteden aan geschiedenis, dat vind ik superinteressant. Bijvoorbeeld over de 16e eeuw, over de tijd van de Bijbel en over de Eerste Wereldoorlog. Ik zou willen uitzoeken hoe het precies zit met de familiebanden van de tsaar van Rusland, de keizer van Duitsland en de koning van Engeland. En hoe de oorlog is ontstaan, wat het vonkje in het kruitvat was. Ik wil weten wat er precies is gebeurd, hoe gebeurtenissen in elkaar haken, hoe het zit met actie en reactie, hoe het hele plaatje in elkaar zit.

Maar los van deze dingen is Were Di Drie een geweldige school, echt perfect voor mij – nou ja, bijna perfect. Ik moet een uur fietsen van en naar school, dat heb ik er graag voor over.”

Were Di Drie

Were Di Drie is elf jaar geleden gestart als vmbo-stroming (naast een regulier vmbo) binnen scholengemeenschap Were Di in Valkenswaard (‘Were Di’ is Oudhollands voor ‘word weerbaar’).

Were Di Drie is een vmbo-opleiding met betekenisvol onderwijs voor alle niveaus, volgens het principe van ‘natuurlijk leren’. Leerlingen krijgen veel keuzevrijheid in wat ze willen leren, maar het onderwijs is zeker niet vrijblijvend. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de interesses en kwaliteiten van individuele leerlingen, waarbij op maat gewerkt wordt met door docenten zelf geschreven lessen, opdrachten en projecten. Er wordt veel gewerkt in groepjes met de verschillende niveaus (basis, kader en gemengd theoretisch) door elkaar.

De ‘Drie’ in de naam slaat op onderwijs volgens de hoofd-hart-handen insteek (gericht op kennis, persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden) en op de drietallen waarin leerlingen veelal samenwerken. Were Di Drie telt momenteel ongeveer 22 docenten (coaches) en 350 leerlingen. Alle laatstejaarsleerlingen van Were Di Drie nemen gewoon deel aan het Centraal Schriftelijk Examen.

weredi3.nl

blog comments powered by Disqus