abonneren
article
Artikelen

LeerKRACHT: onderwijs verbeteren door leraren van en met elkaar te laten leren

‘Elke dag samen een beetje beter’, zo kun je in één zin de methodiek van stichting leerKRACHT samenvatten. Het zijn gevleugelde woorden op 200 leerKRACHT scholen in het basis-,  voortgezet onderwijs en het mbo. Tijd om eens te kijken op deze scholen. We spraken met betrokken coaches, leraren en stichting leerKRACHT over wat de methodiek inhoudt, hoe leraren het leerKRACHT traject ervaren en vooral wat het de leerling oplevert. Want over dat laatste is iedereen het eens: we doen dit omdat de leerling er beter van wordt.

‘Als je het onderwijs wilt verbeteren, dan moet je zorgen dat de leraren steeds beter worden’, aldus Jaap Versfelt. Hij is initiatiefnemer van stichting leerKRACHT. ‘Dit blijkt ook uit internationale studies zoals het rapport ‘How the world’s most improved school systems keep getting better’ uit 2010. Prachtige schoolgebouwen, een andere onderwijsstructuur of meer geld is allemaal aardig, maar de meest bepalende factor is de kwaliteit van de leraar. In Nederland hebben twintig jaar onderwijshervormingen niet bijgedragen aan een verbetering van onze onderwijsresultaten. We zijn al jaren aan het watertrappelen. Het Nederlandse onderwijs is goed, maar we worden niet beter. Kortom, er is blijkbaar iets anders nodig. En wat blijken heel goede scholen te doen? Dat komt eigenlijk neer op samenwerken zodat je als leraren van en met elkaar leert.
In de methodiek van leerKRACHT is dat vertaald in drie kerninterventies: leraren die met elkaar lessen ontwerpen, bij elkaar in de les kijken en feedback geven en continu op zoek gaan naar mogelijkheden om het onderwijs te verbeteren. Deze verbetermogelijkheden zetten ze om in leerlingdoelen en bijbehorende leraaracties. Dit alles wordt weergegeven op een fysiek bord waar leraren wekelijks staand bij overleggen, de zogenaamde bordsessie. Het programma is in 2012-13 op 16 pilotscholen ontwikkeld en wordt sindsdien continu aangescherpt en bijgesteld. Want ook stichting leerKRACHT wil het elke dag samen een beetje beter doen.

Beginnen met een klein groepje leraren
Klinkt goed, maar werkt het ook? We vroegen het de coaches van twee scholen die sinds september 2014 meedoen met leerKRACHT. Henk Ebbers, zelf ook schoolleider, begeleidt momenteel twee basisscholen. We spraken met hem over de ervaringen op CBS de Windroos in Delfzijl, een basisschool met negen leerkrachten.
Anko Bos is docent op het Zuyderzee College, in Emmeloord. Hij begeleidt de afdeling Senior College -waarbinnen de bovenbouw havo/vwo valt- die als eerste meedoet met leerKRACHT. Hier werken ongeveer vijftig docenten. Het leerKRACHT programma wordt stap voor stap uitgerold via zogenoemde ‘golven’. Een golf bestaat uit zo’n acht tot tien docenten. Zij leren werken met de kerninterventies in een trainingsperiode van zo’n acht werken. Daarna volgt er weer een nieuwe golf, net zo lang totdat alle docenten zich de nieuwe manier van werken eigen hebben gemaakt. “Mijn verantwoordelijkheid als coach bestaat uit de uitvoering van het door leerKRACHT aangeboden programma en de coaching van de deelnemende docenten en schoolleider. Momenteel betekent het dat ik het team uit de eerste golf actief coach en dat ik de nieuwe teams, die binnenkort beginnen, in samenwerking met een nieuwe teamcoach ga begeleiden. Deze teamcoach is lid van het eerste team en heeft zodoende de afgelopen weken ervaring opgedaan; op mijn beurt coach ik deze nieuwe coach weer. Samen werken we aan de invulling en uitvoering van het programma”, aldus Anko. “Scholen zorgen zelf voor een coach, in overleg met ons”, zo vertelt Jaap Versfelt. “Deze coach leiden wij op en begeleiden wij vanuit stichting leerKRACHT met onze expertcoaches en maandelijkse fora waarin coaches elkaar treffen en zich verder bekwamen”.

Eigenaarschap en verantwoordelijkheid bij de leraren
Anko Bos: “Het Zuyderzeecollege streeft naar een cultuurverandering om de professionele ontwikkeling van haar medewerkers te kunnen borgen. Met uiteraard als doel om onze leerlingen beter onderwijs te leveren. We willen niet één of twee cursussen per jaar volgen zonder hier vervolgens op regelmatige basis naar terug te grijpen. De kracht van de leerKRACHT methodiek zit volgens ons juist in de ritmiek en in de wijze waarop het eigenaarschap van het onderwijs op onze school veel meer bij de docenten komt te liggen, er wordt minder van bovenaf opgelegd. De vragen die wij onszelf stellen luiden: “Als ik alle mogelijkheden had, wat zou ik dan willen veranderen in de school?” en “waar maak ik me zorgen over als ik naar school rijd?”  Hierover gaan we wekelijks in gesprek bij de bordsessies”. Henk Ebbers sluit zich hierbij aan “LeerKRACHT legt de verantwoordelijk voor verbetering daar waar zij hoort, bij de leraren. Het team van de Windroos wil van Ei-land naar Wij-land. Samen de krachten bundelen om het onderwijs op school te verbeteren. De uiteindelijke stip op de horizon is het vergroten van de intrinsieke motivatie van leerlingen.”

Niet zonder slag of stoot
Volgens Anko roept het leerKRACHT-programma verschillende emoties op. “Het gaat de een te snel, de ander niet snel genoeg. De ene docent is niet gewend om samen te werken en ervaart dat als hinderlijk, de andere docent vindt het heerlijk om te delen en samen te werken. De een vindt dat er teveel focus op de ‘verkeerde’ dingen ligt, de ander raakt er niet over uitgepraat. Het is dus nogal wat om in een tamelijk solistisch beroep als dat van docent te gaan samenwerken. En toch blijkt dat alle deelnemers aan leerKRACHT de samenwerking uiteindelijk als waardevol ervaren. Het is prettig om je bewust te zijn van jouw stijl van lesgeven, om hierop gedegen feedback te krijgen, om gehoord en gezien te worden en bovenal om waardering te krijgen voor je inspanningen.” Ook op de Windroos waren niet alle leraren direct enthousiast. Maar nu, na vier maanden, heerst er onder de leraren een zeer positief gevoel. Henk vertelt wat leerKRACHT al heeft opgeleverd: “Er is een goed werkend leer/werkplein in het midden van de school gecreëerd. Veel regels voor een goed pedagogisch klimaat zijn consequent ingevoerd en gecheckt op verhoogde veiligheid bij de kinderen. De leerlingen ervaren meer rust en veiligheid in de school en een beter werkklimaat. Ze mogen via een leerlingenraad ook meedenken met wat van belang is in de school.”

Leerlingen zien leraren experimenteren
Op de vraag wat leerlingen van dit alles merken, vertelt Anko dat leerlingen collega’s bij elkaar in de lessen zien kijken. “Leerlingen merken dat docenten aan het zoeken zijn, aan het experimenteren. Tot nu toe leert de ervaring dat leerlingen het zeer waarderen als docenten hun best doen om de lessen op een andere wijze aan te kleden. Door bijvoorbeeld verschillende varianten van activerende didactiek structureel in de lessen te integreren. Ook zijn er bij ons resultaten geboekt bij heel simpele doelen. Zoals: ‘elke leerling in elke les is door de docent gezien of gehoord’. Docenten zijn zich veel meer bewust van technieken om alle leerlingen het gevoel te geven dat zij niet anoniem in het klaslokaal verblijven. Leerlingen worden bijvoorbeeld verwelkomd bij de deur bij aanvang van de les.
Ook betrekken we leerlingen meer bij de invulling van de lessen. Ze krijgen keuzes in het aangeboden programma voorgelegd zodat we meer zijn gaan differentiëren. Het is lastig gebleken om deze ambities om te zetten naar concrete, kleine en meetbare doelen die we op het verbeterbord kunnen zetten. Hierover is het team wekelijks aan het discussiëren. Toch leiden de discussies ertoe dat er wekelijks doelen en docentenacties op het verbeterbord komen waar docenten zich aan conformeren”.

Hoe organiseer je lesbezoek en gezamenlijk lesontwerp?
Henk vertelt hoe de leerkrachten de kerninventies organiseren. “Het lesbezoek en gezamenlijk lesontwerp gaat in cycli van vier weken. In de eerste week bereiden twee leerkrachten een les voor van een van beide leerkrachten. In de week daarna bekijkt de ene leerkracht de uitvoering van de les bij andere leerkracht en bespreken ze de les in een feedbackgesprek. In de derde en vierde week gebeurt hetzelfde, maar dan draaien de rollen om”. Hoe regelen jullie dit praktisch? “ De onderwijsassistent of directeur neemt de groep over van de collega die op lesbezoek gaat, dit is ruim van tevoren afgesproken. Een aantal duo-collega's wilde ook bij elkaar kijken, zij hebben dit in hun eigen tijd gedaan.” Op het Zuyderzee College plannen de docenten na afloop van elke bordsessie wanneer ze bij wie op lesbezoek gaan en samen een les gaan ontwerpen. De afspraken worden genoteerd op het verbeterbord.

Vanuit leerKRACHT wordt aangeraden om minimaal één keer in de twee weken een les te bezoeken en gezamenlijk te ontwerpen. Jaap Versfelt: “Deze hoge frequentie is nodig om een echte verbetercultuur te creëren. Als je met elkaar de diepte in wilt, dan moet je niet een keer per half jaar bij elkaar kijken. Dat is leuk voor wat inspiratie wellicht, maar daarmee komt er geen echt gesprek over onderwijs op gang”. Bordsessies vinden wekelijks plaats. Naast het opschrijven van leerlingdoelen en bijbehorende leraaracties, is er ook ruimte op het bord ingericht om, via smileys, aan te geven hoe het met iedereen gaat. Belangrijk volgens Henk. “Als je wilt samenwerken, dan moet je ook oog voor elkaar hebben. De smileys helpen om een open cultuur op school te creëren. Daarnaast vind ik het onderdeel ‘successen’ op het bord ook erg prettig. Het geeft een goed gevoel als je ook stil staat bij wat we elke week weer bereikt hebben, van daaruit kun je verder bouwen. Niet alleen maar hollen dus, ook stilstaan bij wat al goed gaat en daar trots op zijn.“

Pizzasessies met andere scholen
Naast het leren van elkaar binnen de eigen school, leren de scholen ook van andere scholen. Dit gebeurt op zogenaamde pizzasessies waarbij scholen uit een cirkel [scholen zijn ingedeeld in regionale cirkels van ongeveer 5 tot 12 scholen] elkaar treffen op één van de scholen. Op de pizzasessie staat uitwisselen van ervaringen en inspiratie opdoen centraal. Ook worden er nieuwe handvatten aangereikt om de leerKRACHT methodiek op school verder uit te bouwen en te verdiepen.
De aanpak van stichting leerKRACHT is erop gericht om zoveel mogelijk kennis en vaardigheden binnen deelnemende scholen en schoolbesturen op te bouwen. De leerKRACHT inktvlek breidt zich snel uit en het doel is om in 2020 duizenden scholen te hebben bereikt zodat de stichting zich kan opheffen in de overtuiging dat het Nederlandse onderwijs echt beter is geworden.


De Stichting
Stichting leerKRACHT is een goede doelenstichting zonder winstoogmerk met de ANBI status. Ze wordt gesteund door goede doelenfondsen, bedrijven en onderwijsorganisaties. Scholen betalen een bijdrage per leraar. De bijdrages van de scholen dekken de kosten voor de bijeenkomsten en gedeeltelijk voor de expertcoaches en het centrale team.
Werkwijze
Stichting leerKRACHT gelooft in de kwaliteit van de leraar en poogt met haar methode het eigenaarschap van het onderwijs terug te geven aan de leraar.
LeerKRACHT heeft daarvoor een tweejarig programma ontwikkeld waar scholen uit het po, vo, mbo, pabo en lo aan mee kunnen doen. Daarin staan de kerninterventies lesbezoek&feedback, gezamenlijk lesontwerp en bordsessies centraal. De aanpak wordt versterkt door forumbijeenkomsten met leerKRACHT-scholen uit de regio en fora voor schoolleiders en schoolbestuurders. Op deze wijze komt het inhoudelijke gesprek tussen leraren onderling, met leerlingen, met en tussen schoolleiders en bestuurders op gang.

Meedoen of meer weten?
Na de zomer starten er weer nieuwe cirkels op.
Kijk op stichting-leerkracht.nl voor data van informatie- en voorbereidingsbijeenkomsten, blogs, achtergrondinformatie en publicaties.
Twitter: @St_leerKRACHT
Facebook: stichtingleerkracht
 

blog comments powered by Disqus