abonneren
article
Artikelen

Onderwijs vernieuwen: samen aan de slag

Veel scholen zijn het erover eens: het onderwijs moet meer personaliseren. Dat ICT daar een belangrijke rol in speelt, staat voor iedereen buiten kijf. Maar hoe zorg je ervoor dat de onderwijsvisie en de leermiddelen op elkaar aansluiten? Door scholen, uitgeverijen en aanverwante leveranciers te laten samenwerken bij de ontwikkeling en implementatie van de leermiddelen.

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen gaan sneller dan ooit. Maatschappij, politiek, ouders, leerlingen… een groot deel van onze samenleving wil onderwijs dat aansluit bij de maatschappelijke uitdagingen van nu en dat de mogelijkheden van nieuwe technologie beter benut. Maar hoe bereik je dat? Vives legt deze vraag voor aan Harold Rimmelzwaan en René Montenarie, respectievelijk voorzitter en directeur van de GEU, de brancheorganisatie voor aanbieders van leermiddelen, toetsen en educatieve dienstverlening. “De meeste scholen hebben de veranderde eisen aan het onderwijs inmiddels vertaald in hun onderwijsvisie. Hoe verschillend die visies ook zijn, het is wel duidelijk dat scholen gepersonaliseerd leren steeds belangrijker vinden”, zegt René. “Dat betekent dat er goed nagedacht moet worden over de rol van de leraar, de didactische werkwijze en de daarbij passende leermiddelen”. Digitale leermiddelen helpen de leerkracht bij het personaliseren en differentiëren van het onderwijs. Zowel de vraag naar digitale leermiddelen als het gebruik daarvan in de klas is de afgelopen jaren geleidelijk steeds verder toegenomen. De potentiële meerwaarde is inmiddels wel duidelijk, volgens Harold: “Het kan het leren aantrekkelijker, efficiënter en effectiever maken. De leerling krijgt leermateriaal dat aansluit bij zijn belevingswereld en de actualiteit, hij wordt uitgedaagd en ondersteund in zijn persoonlijke aandachtspunten en heeft meer inzicht in zijn eigen leerprestaties. De leraar heeft meer inzicht in wat de leerlingen kunnen en wat ze nog nodig hebben en kan op basis daarvan veel betere keuzes maken in didactische werkvormen en begeleiding op groeps- of individueel niveau. Dat alles kan een hogere leeropbrengst tot gevolg hebben. Tenminste, zeg ik er met grote nadruk bij, als de leermiddelen zijn ingebed in de visie van de school, een goede infrastructuur en een team van leraren met de vaardigheden om al deze mogelijkheden te benutten.”

Scholen en uitgeverijen moeten van elkaar leren

De ideeën over wat er nodig is, worden thans breed gedeeld onder alle betrokkenen in en om het onderwijs. Volgens de GEU is de tijd daarom rijp om de vernieuwde visies van scholen in de breedte te implementeren. Harold: “Scholen kunnen dat niet alleen. Het is belangrijk dat scholen en uitgeverijen samenwerken bij de ontwikkeling en implementatie van leermiddelen. Op die manier kunnen de leermiddelen en de onderwijsvisie elkaar optimaal versterken.” De GEU faciliteert het proces van samenwerken tussen de scholen, uitgeverijen en andere betrokkenen in het onderwijs. René: “Het is belangrijk dat ze van elkaar leren, in bijvoorbeeld pilots. Het mes snijdt aan twee kanten: de school geeft feedback waardoor de uitgeverij het product kan verbeteren en de school krijgt door de mogelijkheden van het leermiddel een steeds beter idee hoe zij haar onderwijs vorm kan geven. Zo ontdekken ze samen steeds concreter wat wel en niet werkt en onder welke randvoorwaarden. Uitgeverijen worden ze steeds meer een ‘enabler’ van onderwijsvernieuwing”. Harold vult aan: “Maar de mogelijkheden tot samenwerking gaan verder. Uitgeverijen willen steeds specifieker weten wat de effecten en succesfactoren van digitale leermiddelen zijn. Onder welke omstandigheden bereik je de meeste meerwaarde? Om die vraag te beantwoorden werken uitgeverijen steeds meer samen met onderzoeksinstellingen.”

Afspraken over gebruik leerlinggegevens moeten transparant zijn

“Samenwerking is ook belangrijk om alle randvoorwaarden op orde te houden, zoals privacy”, gaat René verder. “Om leerlingen op maat te kunnen bedienen, is het nodig dat leermiddelen en -systemen leerlinggegevens kunnen verwerken. Zo moeten de resultaten van leerlingen opgeslagen worden, ook afgezet tegen eerdere eigen prestaties en die van de andere leerlingen. De opgeslagen prestaties kunnen door de school worden uitgewisseld met het administratiesysteem. Daarnaast kan de leraar de leerresultaten gebruiken om vervolgacties, specifieke verdiepingsstof en begeleiding op maat aan de leerling aan te bieden. Uitgeverijen zijn zich sterk bewust van het belang dat de privacy van leerlingen en leraren goed gewaarborgd is. Ze willen open en duidelijk zijn over hoe die data gebruikt wordt. Daarom hebben we als GEU, samen met de PO-raad, de VO-raad en leveranciers van diensten en systemen in onderwijs, een privacy-convenant gesloten voor het primair en voortgezet onderwijs. Al onze leden conformeren zich aan dit convenant. Er staat onder meer in dat uitgeverijen leerlingdata uitsluitend in opdracht van de school gebruiken en dat ze dat doen ter ondersteuning van het leerproces. Ook staat erin dat ze deze data nooit aan derden beschikbaar mogen stellen of commercieel mogen gebruiken. En er zit een Model Bewerkersovereenkomst bij, die scholen en marktpartijen kunnen gebruiken om evenwichtige en transparante afspraken te maken over het gebruik van gegevens. Centraal staat het principe dat de scholen de zeggenschap over de gegevens houden.”

Drempels

De meeste scholen zien het nut wel in van digitale leermiddelen en de differentiatie­mogelijkheden die ze bieden. Ze ervaren echter nog drempels om de stap naar het intensiever gebruik van digitale leermiddelen te maken. Harold: “De leraar voelt zich nog niet altijd even vertrouwd met de nieuwe manieren van lesgeven die mogelijk worden met digitale leermiddelen. Uit de recente Vier in Balans-monitor blijkt dat leraren hun lessen vooral invullen aan de hand van sturing door de leraar en gericht op kennisoverdracht. Toch zijn er nu redelijk wat leraren die ervaring hebben met andere manieren van lesgeven. Begeleiding en het stimuleren van het uitwisselen van ervaringen, zijn daarom belangrijk om een optimaal effect te hebben van nieuwe leermiddelen. Daarom zijn we nu met uitgeverijen, scholen en andere partners bezig vanuit de praktijk van de leraar in de klas alle drempels weg te nemen.”

Aan de slag!

“Kortom, er is heel veel gaande om het onderwijs voor leerlingen en de veranderende rol van de leraar te verbeteren”, concludeert René. “Er is nog veel in de praktijk te leren en te organiseren. De goede ideeën zijn er. Als die verschillende ideeën en perspectieven van alle betrokkenen in en om de school samenvallen, ontstaat een optimale samenwerking. De GEU en de uitgeverijen zetten zich in om die samenwerking tot een succes te maken: samen aan de slag!”

GEU

De GEU is de brancheorganisatie voor uitgeverijen die leermiddelen, toetsen en educatieve dienstverlening ontwikkelen en leveren aan het primair onderwijs (po), het voortgezet onderwijs (vo), middelbaar (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo). De GEU stimuleert en faciliteert samenwerking

tussen de uitgeverijen en betrokkenen in het onderwijs om scholen te ondersteunen in het vernieuwingsproces en het gebruik van leermiddelen. Ook helpt de GEU om in samenwerking goede randvoorwaarden te creëren voor een effectief gebruik van digitale leermiddelen. In haar rapport ‘Onderwijs vernieuwen: samen aan de slag’ maakt de GEU zichtbaar hoe zij aan kijkt tegen de huidige ontwikkelingen in het onderwijs en de rol van de uitgeverijen daarin. De publicatie van dit rapport was de aanleiding voor dit artikel.

Harold Rimmelzwaan is voorzitter van het GEU bestuur. René Montenarie is directeur van de GEU.

blog comments powered by Disqus