abonneren
article

Virtual reality en digitale geletterdheid

De jaarlijkse Bett Show in Londen, met ruim 850 standhouders, is zo omvangrijk dat je snel verdwaalt tussen de enorme hoeveelheid aanbiedingen en mogelijkheden. Dit jaar bezocht ik ‘de Bett’ samen met 67 docenten uit het primair onderwijs. Als tip had ik hen meegegeven zich te richten op slechts één of twee onderwerpen die van belang zijn voor de eigen school. Zelf beperkte ik mij ook, al doe ik mijn uiterste best toch een trend of nieuwe ontwikkeling te ontdekken.

Op de eerste dag had ik het gevoel dat de Bett Show niet veel verschilde van het jaar ervoor. Het leek zelfs iets rustiger dan vorig jaar, maar met 34.530 bezoekers en de vele exposanten was de drukte op deze conferentiebeurs nog steeds erg indrukwekkend.   
Om eerst maar meteen over de trend van dit jaar te beginnen, die lag volgens mij op virtual reality (VR) als nieuw onderwijs ding en op het curriculum met de nadruk op ICT. Aan beide besteed ik in dit verslag aandacht. 

Virtual reality
Bij VR-technologie is het de vraag of we het over een hype of een blijvertje hebben. Op de beursvloer leek het of men zocht naar toegevoegde waarde voor de lessen in primair en of voortgezet onderwijs. Er zijn prachtige voorbeelden waar de virtuele werkelijkheid goed werkt als trainingstool. Dat zijn vooral beroepsgerichte toepassingen in het leger en de techniek. Voor het onderwijs van 4- tot 18-jarigen lijkt het minder voor de hand liggend.
Sinds grote bedrijven als Facebook en Google zich ook op VR lijken te storten is er een gerede kans dat er ook bruikbaar materiaal voor in de klas komt.
Bij de Bett gaf Google demonstraties van Google Expedities. Volgens het bedrijf is Google Expedities vorig jaar in 6500 Britse scholen getest. Leerlingen konden virtuele schoolreisjes naar anders onbereikbare oorden maken, zoals Machu Picchu, Antarctica of het internationale ruimtestation ISS. (zie edu.google.com/expeditions). Met de goedkope Google-cardboard konden leerlingen om zich heen kijken en ontdekken. Bij de presentatie werd ik enigszins teleurgesteld in de vervolgmogelijkheden. Behoudens het maken van een VR-plaatje en motiveren van leerlingen om te kijken, was er bij Google geen revolutionair idee over de inzet van VR.
Een alleraardigste tip kreeg ik overigens van iemand die ook naar het Expeditie-verhaal zat te luisteren. Zij opperde dat te doen met oudere smartphones. Bij haar op school had ze zo al een aardige verzameling georganiseerd. De presentator van de Google-stand verwoordde het als volgt: “if well integrated in the curriculum, for some subjects, the impact through observation creates deeper learning”. De alleraardigste Engelse collega naast mij gaf echter aan dat zij daar niet zo in geloofde. Volgens haar was de bril vooral een leuk afwisseling tijdens de les en in het beste geval een stimulans om je in een onderwerp te verdiepen.
Een zoektocht naar de Hololens leverde overigens niet veel op. Het is dan ook de vraag of Microsoft hier wel zoveel mogelijkheden ziet voor het onderwijs. Op een aantal andere stands met VR konden techneuten vooral de techniek laten zien. Op mijn vraag hoe VR het leren verbeterde kwam steevast een vaag antwoord.

ClassVR
ClassVR (classvr.com) van Avantis had veel belangstelling voor haar ‘fully integratred all-in-one headset’. De drukte bij de stand was niet zo gek, want wie een bon inleverde kreeg een eenvoudige VR-bril voor eigen gebruik. Dat was wel een andere bril dan die van de echte set. ClassVR heeft een VR-koffer te koop met brillen die op afstand door de docent te bedienen zijn. De standhouder gaf als eerste aan dat het bedrijf over lesinzet had nagedacht en dit in een boek heeft uitgewerkt. Zo heeft ClassVR lessen over oude samenlevingen, natuur, het menselijk lichaam en vooral veel geografische onderwerpen. Bijzonder aan de ClassVR-brillen is de combinatie VR en augmented reality. Sommige plaatjes in het lesboek activeren de bril en er verschijnt vervolgens een kloppend  menselijk hart op de tafel. Bij de bril zit ook een ingebouwde camera. Zo is het mogelijk om snel naar de werkelijke wereld te schakelen zonder de bril af te doen. Voor een set van acht brillen met ingebouwde viewer betaal je ongeveer 2000 euro.

Veative
Een ander bedrijf met mooie VR-brillen is Veative (veative.com). Ook voor deze all-in-one is geen smartphone nodig, maar kun je zo aan de slag. Net als ClassVR heeft ook dit bedrijf gedacht aan lesmateriaal, nagenoeg in hetzelfde segment. Ook hier is weer augmented reality toegepast.

ICT in de klas
De Bett Show is een goede plek om te kijken naar hoever iedereen internationaal is met ICT in de klas. In tegenstelling tot de magere inzet van ICT in veel Nederlandse scholen, zijn ze in het Verenigd Koninkrijk goed op weg meer ICT in te zetten. Daarnaast wordt ook nagedacht over hoe je coding oftewel programmeren aanleert. Raspberry, Arduino en Micro:bit waren met stands vertegenwoordigd. Diverse experts namen alle tijd om met de bezoeker over de mogelijkheden in hun school mee te denken.
In Steam village (afkorting van Science Technology Engineering Arts Mathematics, zie ook steamedu.com) bekeen ik een demonstratie van de BBC Micro:bit. Dit is een relatief goedkoop programmeerbaar bordje waarmee 8- tot 13-jarigen goed uit de voeten kunnen.
Het bordje lijkt erg op Arduino en werkt nagenoeg hetzelfde.  De bedoeling van het BBC-project is kinderen enthousiast maken voor programmeren. Wie de opdrachten succesvol afrondt, kan ledjes in een bepaalde volgorde laten branden of motortjes aansturen.

De BBC heeft de microcomputer gratis weggegeven aan bijna 1 miljoen scholieren (meer informatie: microbit.org/nl ). Aan Philip Meitiner, de internationale programmamanager van Micro:bit, vroeg ik waarom de Micro:bit zo’n succes is. Volgens hem komt dat door het hello-world-gevoel. Al heel snel en op een eenvoudige manier kan een leerling met het bordje aan de slag. De educatieve afdeling van de BBC bedacht het en heeft zich vervolgens gestort op het maken van goed en begrijpelijk lesmateriaal.
Hoewel de BBC zich vooral op de eigen markt heeft gericht, is het door internationale vraag inmiddels ook in IJsland, Spanje, Zweden en Nederland bezig de Micro:bit en dus het programmeren te promoten. Het bordje is ook in Nederland te koop (ca. 15 euro). Bij Randsteden IT in Amersfoort is het mogelijk een training te volgen (it-randsteden.nl/microbit).

Maakonderwijs
Op de Bett was een hele hoek ingericht voor het maakonderwijs. Vlak achter de Micro:bit-stand pakte een team van Microsoft groots uit. Het was erg druk, want leraren konden hier iets doen en leren, dat wellicht later bruikbaar is in de klas. De hoek met Steam en Maker Space was voor veel internationale collega’s een mooie plek om inspiratie op te doen. Het was bijzonder dat vanuit Seattle het hele Maker Space team van Microsoft was overgevlogen.
Ik sprak met Johnna Thomas. Zij gaf aan dat het Hacking STEM team (Science, Technology, Engineering and Mathematics) lesvoorbeelden bedenkt om leerlingen op een praktische manier in aanraking te brengen met datatechnologie. Elke maand zet het team een lesvoorbeeld op hun website (aka.ms/hackingstem). Zelf probeerde ik met het beschikbare lesmateriaal met een Arduinomotortje limonaderietjes aan te sturen. De rietjes stelden de vingers van een hand voor. Microsoft heeft al het lesmateriaal online gezet (aka.ms/hackingstem).
De vraag die volgens Johnna Thomas centraal staat bij maakonderwijs is: hoe krijg je leerlingen enthousiast om te leren en te ontdekken. In de Verenigde Staten heeft STEM volgens haar veel succes op scholen. Voorzichtig denkt het erover om ook elders in de wereld maakonderwijs voorbeelden te demonstreren.
Een grote tafel van Computing at School maakte op de Bett Show deel uit van de maakhoek. Hier ontmoette ik Miles Berry. Van hem kreeg ik zijn nieuwe boek: Quick Start Computing. Berry is auteur en deelt met veel genoegen de boeken gratis uit. In opdracht van het departement of education heeft hij onderzoek gedaan naar fundamentele vaardigheden, de applicaties en de gevolgen van de computer in de samenleving. Het betreft de basiskennis voor leraren die lesgeven in de onderbouw (Key Stage 3 curriculum). Het boek bestaat uit zes hoofdstukken en omvat computational thinking, programmeren, computersystemen, netwerken, productiviteit en veiligheid. Wie niet op de Bett was kan het boek gratis downloaden (computingatschool.org.uk/quickstart).
Miles Berry is uitgenodigd op de komende i&i praktijkdag (ieniconferentie.nl) en zal daar het curriculum nader toelichten.

VR-mogelijkheden
Met deze vijf VR-apps, beschikbaar voor iOS en Android, wordt de leerstof aantrekkelijker. Alle apps zijn gratis. Naast een Google-cardboard is een koptelefoon aan te bevelen.
1. Met Google Expedities kunnen docenten hun leerlingen meenemen op virtuele schoolreizen. Er zijn honderden locaties te bezichtigen. Geschikt voor PO en VO.
Naast de vele locaties is er ook een instructie voor in de klas beschikbaar
2. In Cardio VR gaat de dokter op vakantie en mag je zelf arts spelen. Het is een zeer eenvoudige uitleg van ons lichaam. Geschikt voor PO (Engelstalig).
3. Met Within krijg je een demonstratie van verhalen in VR. Zo kom je in New York, de ruimte en op de zeebodem. Het zijn films waar je al rondkijkend van alles kunt ervaren.
4. Met Chemistry VR moet je elementen verzamelen om zo een chemische formule samen te stellen. Het is een puzzelspel met het periodiek systeem.
5. YouTube is een bron van informatie, ook voor VR en 360 graden films. Wie zoekt op 360, cardboard of VR komt al snel veel tegen.

Micro:bit
Micro:bit is een programmeerbare minicomputer. Het bordje is 4 bij 5cm. Op het bordje zitten twee drukknoppen, 25 ledjes, bluetooth en vijf aansluitpinnen. Micro:bit kan eenvoudig worden geprogrammeerd. Daarvoor zijn meerdere programma’s beschikbaar. Bij alle programma’s zit een korte instructie om direct aan de slag te gaan.
• Microsoft PXT (pxt.microbit.org) is de eenvoudigste en is in het Nederlands beschikbaar. Met drag-and-drop kun je snel de functies van de Micro:bit aanspreken.
• Met Code Kingdoms (codekingdoms.com) kun je de bordjes heel eenvoudig programmeren, maar ook tekstbased programmeren. Het programma is gebaseerd op Java en hoeft dus niet te worden geïnstalleerd.
• Python is een tekstbased uitvoering en is geschikt voor de wat oudere leerlingen. Vooral voor leerlingen die zich verder willen verdiepen.
• Android en iOS app, deze zijn te downloaden in de diverse appstores. Via bluetooth maak je contact met de Micro:bit.


 

blog comments powered by Disqus