abonneren
article

Beurs

Mijn tweede column voor de Vives en ik ga nu al vreselijk de mist in. Er is mij namelijk vriendelijk verzocht of ik iets wilde schrijven over het IPON Event. Nou ja, het hoefde niet echt te gaan over dat specifieke evenement, als het er maar aan gerelateerd kon worden. Dus dan zit ik thuis aan mijn studeerkamerbureau en dan gaan mijn creatieve gedachten stromen en opeens begint het me te dagen; onderwijsbeurzen. Tja, dat is het toch eigenlijk wel een beetje. Een onderwijsbeurs.

En dan, beste lezer, breekt het zure angstzweet me uit. Mijn handen begin licht te trillen, m’n mond wordt droog en het spiertje in mijn linkerooghoek start een ritmische boogiewoogie. Ik heb namelijk heel slechte ervaringen met onderwijsbeurzen. Ooit, op een beurs lang, lang geleden stond ik op een stand mijn ervaringen te delen met het rondscharrelende onderwijsvolk. Daarbij mocht ik iets uitdelen, kleine ronde doosjes gevuld met lekkere pepermuntjes. Ik weet nog goed dat ik ‘s ochtends extra vroeg was gearriveerd om mijn spullen klaar te zetten. Later werden de deuren voor het publiek geopend. De schrik sloeg me om het  hart. Grote hordes juffen en meesters, waarvan de meeste gewapend met boodschappenshoppers, bulderden de ruimte binnen, woeste blikken gericht op gratis meeneembaar materiaal. Vliegensvlugge handen schoten over de planken van menig kraampje om allerhande folders, balpennen en stickervellen in de shopper te laten verdwijnen.

Uit voorzorg probeerde ik achter een kartonnen etalage te gaan staan, maar het was tevergeefs; één van de jakkerende juffen had mijn bak met pepermuntjes in het oog gekregen. Luid kirrend en met een verwilderde blik kwam ze hemelsbreed op mij afgedenderd, daarbij stalletjes en demotafels omver werpend. Behoedzaam trachtte ik nog kalm en sussend mijn hand naar haar uit te steken, een pepermuntje in mijn vingers geklemd [ik had in een documentaire Dianne Fossey dat zien doen met de berggorilla’s], maar het hielp niet. Triomfantelijk stak ze haar arm tot aan de elleboog in de bak en met één machtige zwaai schepte ze zo twaalf pepermuntdoosjes in haar tas. “Hoeveel mag je er?” kraaide ze in mijn gezicht, maar ik hoorde haar niet meer. Ik was elders, op een onschuldige plek vol wilde bloemen en harpgetokkel. Pas later kwam ik weer tot mijn zinnen, maar de bak met gratis pepermuntjes was inmiddels leeg en er zat een grote scheur in mijn poloshirt die ik tot op de dag van vandaag niet kan verklaren.

Hoe komt dat toch, dat leerkrachten zich zo onbeschaamd door de gangen en hoeken van menig onderwijsevenement bewegen? En hoe komt het toch dat menig didactische manifestatie waaraan de term ‘ict’ is gekoppeld, garant staat voor een zaal vol grijstinten, pen-in-borstzakjes, laptoptassen, papa-spijkerbroeken en vergeelde snorren?

“Frank, je overdijft weer eens. Het is pertinent niet zoals je het beschrijft. Leerkrachten – fatsoenlijke, frisse leerkrachten - zijn uitstekend in staat om op nette wijze een beurs te bezoeken.”

Oké, ik overdrijf graag. En weet je, áls er inderdaad roedels leerkrachten zijn die zich met knisperende plastic tasjes over een beursterrein begeven, dan snap ik ook wel hoe dat komt. Want zoveel krijgen we nu ook weer niet cadeau. En wat geeft het dan als we blij worden van een gratis balpennetje. De kans is groot dat we het de volgende dag verloten in het klaslokaal. Veel belangrijker is dat we er aanwezig zijn. En of het nu het innovatieve en fascinerende IPON Event is [ik word betaald voor deze column, dus ik moet wel een handje meehelpen hè?] of een andere belevenis waardoor leerkrachten worden geïnspireerd, leerkrachten gaan zulke gebeurtenissen zelden uit de weg. En daar ben ik dan best trots op; juffen en meesters die in grote groepen naar de Jaarbeurs gaan om zich daar een paar uur lang te laten begeesteren en informeren. En dat allemaal ten behoeve van de ontwikkeling van de jongens en meiden in de klas. We zeggen vaak tegen onze leerlingen dat ze het goede voorbeeld moeten geven, maar we slaan onszelf daarbij niet over. En een doosje pepermuntjes slaan we ook niet over. Of twaalf doosjes.

blog comments powered by Disqus