abonneren
article

Column: Programmeren

‘Jij bent wel heel erg goed, hè meester?’ Vol bewondering blikt Tom vanachter zijn laptop naar mij op. Al een uur is hij bezig een spelletje aan de praat te krijgen en het wil maar niet lukken. Ik heb aan het begin van de les gedemonstreerd hoe de game werkt en na het ‘En nu jullie!’ is de zelfwerkzaamheid in gang gezet. Ze kunnen niet wachten. In de keuzelessen wilden deze kinderen ‘iets met computers’, al wisten absoluut niet wat. Het wordt programmeren met Scratch.

Programmeren is hot. In Groot-Brittannië is het een verplicht vak. In Nederland hoor je steeds vaker stemmen opgaan die vinden dat we moeten volgen. Ik ga eerst maar eens kijken hoe leuk dat is, dat programmeren.
Tom heeft netjes de handleiding gevolgd, alle onderdelen geprogrammeerd en stuk voor stuk getest. Als je op de linkerpijltjestoets drukt, schuift het katje naar links. En de rechtermuisknop doet ook wat hij moet doen: het katje naar rechts laten schuiven. Maar als hij alles tot een werkend programma probeert samen te stellen lukt het niet. ‘Alleen als je een tien haalt is het goed’, verzucht hij. En daar heeft hij helemaal gelijk in. Elk foutje in de instructiereeks wordt in het eindresultaat onverbiddelijk afgestraft.
‘Oh, ik zie het al!’ roept Berend die naast Tom zit. Hij heeft ons gesprek lange tijd zwijgend gevolgd meegekeken en besloten dat het nu tijd is voor actie. ‘Dát is fout! Kijk, dat moet je zó doen.’ Vol daaddrift duwt hij mij aan de kant en grijpt de muis van Tom. Die is geïmponeerd door het verbale geweld en kijkt toe hoe zijn programmeerkunsten worden gepolijst. Berend legt uit wat hij aan het doen is. Er vallen termen als ‘empetten’ en ‘riepieten’. Ik zie een mooi staaltje samenwerkend leren en doe een stap terug.

Dit is de derde en laatste keuzeles van groep 6,7,8. De leerlingen mogen hun eigen game bouwen, aan de hand van instructies op papier. Julia heeft als eerste het spel af en zit al een tijdje te spelen. Ondertussen probeert zij hoe ze het spel moeilijker of gemakkelijker kan maken. Eerst via trial and error en geleidelijk aan steeds meer beredeneerd. Een woordje veranderen, een hoger of lager getal invoeren, een negatief getal, volgorde van de programmeerregels wijzigen. Eerst laat ze zich verrassen, maar geleidelijk komt het inzicht. ‘Als ik dit getal groter maak, dan gaat de kat sneller. En als ik deze regel verander, valt het balletje langzamer. Ze voorspelt hardop wat er gaat gebeuren en controleert of het klopt. Het klopt steeds vaker. Bas is de stille werker die op eigen initiatief een variatie heeft bedacht. In plaats van een balletje moet de kat een tros bananen vangen. Hij experimenteert met een nieuw parcours en past de achtergrond aan.

Ik vind het allemaal prachtig. Allereerst omdat deze kinderen iets mogen leren wat ze graag willen leren. Maar ook omdat de succeservaring van hun koppies straalt. Elk pakken ze de lesstof op hun eigen manier op. Bedachtzaam, strompelend of met grof geweld. Ze komen er wel. Niet omdat het programmeren is, maar omdat ze een vaardigheid onder de knie willen krijgen. Omdat ze gemotiveerd zijn. Ik denk aan de wijsheid van Saint Exupéry: ‘Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer je ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.’ Motiveren en dan pas programmeren. Als middel, niet als doel.

blog comments powered by Disqus