abonneren
article
Columns

Evidence-based - Jan Lepeltak

Wetenschappelijk bewijs over of iets wel of niet kan in de klas, wie kan daar op tegen zijn? De roep om ‘wetenschappelijk’ bewijs is er sinds de Commissie-Dijsselbloem niet kleiner op geworden. Kan onderzoek ons iets vertellen over het effect van educatieve computertoepassingen? Bestaat er wel zo iets als wetenschappelijk bewijs voor wat wel en niet werkt in de klas?

De voorstanders die menen van wel, hebben de wind mee. Elke Haagse onderwijsvernieuwing moet voortaan ‘evidence-based’ zijn. Men verwijst naar de medische wetenschap. Het uitproberen van medicijnen is een complexe zaak, waar helaas ook nog wel eens wat mis gaat, maar vergeleken met een onderwijssituatie is het kinderspel. Onderwijskundig onderzoek is het kleine zusje van sociaal-wetenschappelijke onderzoek. Cruciaal bij experimenteel natuurwetenschappelijk onderzoek is de mogelijkheid een experiment elders te herhalen.

Daar geldt wel voor ceteris paribus, de overige omstandigheden binnen het experiment moeten bij herhaling gelijk blijven. En daar wringt de schoen voor de bulk van de onderwijsonderzoeken, want ceteris paribus is heel lastig als in een onderzoek een paar klassen en paar honderd leerlingen of  docenten worden vergeleken. Vervolgens gaat er een statistisch pakket over heen en de gevonden resultaten krijgen het predikaar significant. Nu betekent significant in het alledaagse taalgebruik zoiets als: daar kun je niet om heen. Onderzoekstechnisch betekent het  bij enquêtes dat er statistisch gesproken geen sprake is van toeval. Dat is fijn maar zegt over de feitelijke empirische geldigheid helemaal niets.

Een professor in de onderwijskunde stelde een paar jaar geleden op een congres: “Wat wetenschappelijk is of niet wordt uiteindelijk bepaald door zijn collega’s.” Dat is ook zo bij andere wetenschappen maar daar kunnen experimenten ook eenvoudiger worden herhaald. De theoretische fysica is een ander verhaal al worden Einsteins voorspellingen tot op de dag van vandaag bevestigd.

Het streven naar evidence-based bevestiging zal uiteindelijk leiden tot niks. Het hersenonderzoek biedt perspectieven maar is zonder een solide theorie over hoe ons brein met informatie omgaat een grabbelton van feiten. Het belangwekkende hersenonderzoek geeft nog weinig uitsluitsel. Constructivisten en instructivisten, zeg maar de vernieuwers en de aanhangers van BON [naar een beter onderwijs in Nederland] weten er iets van hun gading te vinden.

Hersenonderzoeker Prof. Jelle Jolles komt op basis van zijn onderzoek niet tot een keuze in het debat tussen instructivisme vs constructivisme. Nee, neem dan de ingenieurs?  Of een brug een succes is bepalen niet de collega’s, maar het feit of dat er na 100 jaar nog auto’s over heen gaan.
Er is inmiddels een hele school van onderzoekers die stelt dat didactiek geen kwestie is van wetenschap maar van ambachtelijkheid. De goede leraar zit niet te wachten op het zoveelste enquête-formulier. Het zoveelste onderzoeksrapport dat over de onderwijsschutting wordt gegooid.

De succesvolle HBS van Thorbecke, bijna 150 jaar geleden opgericht, is voortgekomen uit de zich veranderende laat 19e eeuwse maatschappij, de bijbehorende invoering van nieuw technologieën die andere kennis en een ander type opgeleide burger eisten.  Daar was geen evidence-based onderzoek voor nodig. In een vergelijkbaar tijdgewricht bevinden we ons nu door de informatierevolutie weer.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl

blog comments powered by Disqus