abonneren
article
Columns

Leernetwerken - Jan Lepeltak

Het seminar op de VU ging over zelforganiserende leernetwerken. Een Engelse vriendin zou een presentatie geven en vroeg of ze bij ons kon logeren. Geen probleem. De avond voor het seminar belde ze op met de mededeling dat ze door privéomstandigheden verhinderd was en ze vroeg of ik met haar PowerPoint-sheets de presentatie wilde geven. Dat zou best lukken volgens haar. Ik hield een slag om de arm, zei dat ik de sheets eerst even rustig wilde bekijken. Mocht ik nog vragen hebben dan moest ik haar zonder aarzelen bellen. “Hier sla ik mij wel doorheen”, was mijn reactie. Ik kende haar ideeën en die kwamen grotendeels overeen met die van mij. Was het achteraf gezien ijdelheid of overmoed dat ik ja zei?

De keynote van het seminar werd gegeven door Etiënne Wenger, die internationaal bekend staat als Mr. CoP, wat staat voor Community of Practice, een begrip dat aan hem wordt toegeschreven, al ontkent hijzelf de uitvinder ervan te zijn. Wengers lezing was de moeite waard. Hij gaf aan de we allemaal dagelijks deel uit maken van communities of practice. Of het nu op ons werk is of op de sportclub. Het zijn zelforganiserende sociale systemen waarbinnen we communiceren en leren. Internet geeft er een nieuwe dimensie aan.
Het begrip leernetwerken kende ik al uit de jaren ’90 van het werk van Linda Harasim die daar een goed leesbaar boek over heeft geschreven [MIT-press 1996]. De presentatie van mijn Engelse vriendin ging ook over learning networks. Zij legde een relatie met praktijkonderzoek en had voor die combinatie een nieuwe term [concept] bedacht, namelijk: braided learning. Dat zag er goed uit.

De voorzitter van de sessie bedankte mij voor mijn bereidheid de plaats  van mijn vriendin in te nemen. Met mijn zelfvertrouwen zat het wel goed totdat na enkele minuten Mr.CoP aanschoof in de banken van de kleine collegezaal aan de Amsterdamse Boelelaan. Naarmate mijn/haar betoog vorderde, zag ik zijn blik in meer verwarring. Het was helaas niet zoals bij de filosoof Moore die onder de indruk was geraakt van de nog jonge Ludwig Wittgenstein die zijn colleges volgde: ‘because he is the only one who looked puzzled’.
Wenger stelde met zijn charmante Frans-Engelse accent de ene vraag na de andere over dit nieuwe concept en was vooral op zoek naar wetenschappelijke bewijsvoering voor deze aanpak. Als de vloer niet van hard grijs linoleum was geweest was ik geruisloos onder het vloerkleed weggeslopen. Niettemin ben ik nog steeds een bewonderaar van deze onafhankelijke, oorspronkelijke filosoof/onderwijsvernieuwer en ict-denker.

De begrippen leernetwerk, sociale netwerken, community’s of practice vormen een bruikbaar kader om allerlei vormen van computerondersteund, samenwerkend leren te beschrijven. Maar we moeten ook denken aan mensen als Carl Bereiter inmiddels met emeritaat bij het OISE [Ontario Institute for Studies in Education]. Bereiter hield zich al in de jaren ’90 van de vorige eeuw bezig met ‘computer supported collaborative learning en knowledge building’.
Als we het over e-learning hebben, dan hoort de sociale component daarbij, naast de rijke leeromgeving, de variëteit aan didactische werkvormen, de verbetering van leeropbrengsten en de gebruikte internettechnologie [web 2.0]. De learning community is natuurlijk niet van vandaag of gisteren. Theo Thijssen met zijn Gelukkige Klas en
Barend Wels vormde al de ultieme learning community, al was die
niet erg zelforganiserend.

Jan Lepeltak
J.Lepeltak@lepeltakenpartners.nl

blog comments powered by Disqus