abonneren
article

Mediamores

Van tamtam tot smartphone en van krant tot televisie, media zijn altijd en overal aanwezig. In het onderwijs hebben we het vaak over mediawijsheid in combinatie met de nieuwe media en hoe we (= de leerlingen) daarmee moeten omgaan. Het lijkt de hoofdboodschap van mediawijsheid: geloof niet alles wat je op Facebook leest of wat er getwitterd wordt, zelfs niet als de president van Amerika de afzender is. Dan vergeten we weleens dat oude media net zo goed aandacht nodig hebben en dat volwassenen ook aandachtig en kritisch met media moeten omgaan.

Een account aanmaken op een website of cookies toestaan? Daar kijken we kritisch naar. Op andere momenten zijn we minder op onze hoede. Zo gaf ik onlangs een formulier aan ouders waarmee ze toestemming verleenden dat hun kind onderzocht werd. Gewoontegetrouw trok ik het toestemmingsformulier uit het laatje en overhandigde het, geheel volgens protocol. Een paar dagen later kwam het keurig ingevuld terug. Een van de vragen luidde ‘Wat vindt u van deze school?’ Het antwoord was: ‘Dat is niet relevant voor dit formulier’. Even moest ik lachen om deze gevatte reactie en direct daarna constateerde ik in alle ernst dat dit het enige juiste antwoord op de vraag was. Deze ouders hebben heel goed begrepen hoe ze selectief informatie verstrekken.

Bellen

Een tijdje geleden was ik bezig met een reportage over de belabberde kwaliteit van de muzieklessen op de basisschool en hoe het muziekonderwijs beter kan worden. Met een subsidie van 25 miljoen wil het ministerie van OCW basisscholen in staat stellen de kwaliteit van hun muzieklessen op te schroeven. Ik mag een artikel schrijven over de stand van zaken en bel een rondje langs scholen in den lande. Wat hebben ze met het geld gedaan? Veel! Cultuurclubs ondersteunen met hun expertise, kinderen gaan zingend naar school en de plaatselijke fanfare heeft er opeens een dozijn nieuwe leden bij voor een stoomcursus toeten en blazen. Nederland musiceert weer.

Woensdag 11 oktober 2017. Ik zoek nieuwe input voor mijn verhaal en kies een willekeurige school uit de lange lijst. Deze school heeft € 15.000 gehad en ik ben bloednieuwsgierig naar alle mooie dingen ze met die dikke zak geld hebben gedaan. De telefoon gaat zeker vijftien keer over voordat er wordt opgenomen. Logisch. Meesters en juffen hebben het druk.

‘Hallo?’, klinkt het aarzelend aan de andere kant van de lijn. Een kinderstem. Scholen doen dat wel vaker. Leerlingen van groep 8 mogen de telefoon opnemen en hem daarna netjes overdragen aan hun juf of meester.

Ik zeg mijn naam en vraag naar een juf of meester die verstand heeft van muzieklessen.

‘Moet je meester Maurice hebben?’

‘Als meester Maurice mij wat over de muzieklessen kan vertellen, graag.’

Maurie-ies!’, galmt het door de school.

Gestommel en gegiechel. Onverstaanbaar gepraat.

‘Die is er niet. Die zit in de nieuwe school, doei!’

Nog voordat ik kan vragen of iemand anders mij te woord kan staan of dat ik misschien beter op een ander moment terug kan bellen, is de verbinding verbroken. Ik ben eerder verbijsterd dan beledigd.

Mores

En die reportage? Die is er gekomen. Een kwart van alle basisscholen in Nederland kreeg subsidie voor mooiere muzieklessen. Ik hoor alleen maar enthousiaste verhalen over alles wat ze hebben gerealiseerd. Misschien heeft meester Maurice ook wel een heel mooi verhaal voor mij, maar ik heb niet meer gebeld met zijn school. We mogen met al onze goede bedoelingen misschien wel heel veel aandacht hebben voor de omgang met nieuwe media, een fatsoenlijk telefoongesprek voeren is er kennelijk niet bij.

Je zou ze mores leren!


De citaten zijn afkomstig uit:

Geerligs, J., Mittendorf, K., & Nieuwenhuis, L. (2004). Succesvol innoveren van het (beroeps)onderwijs. Wageningen: Stoas.

Miedema, W. (2008). Leren van innoveren. Assen: Van Gorcum.

blog comments powered by Disqus