abonneren
article

Sinusproof

Als ik oudgedienden spreek over onderwijsvernieuwing en innovatie krijg ik steeds vaker een schouderophalende reactie. ‘Oude wijn in nieuwe zakken’ is de teneur van de reacties. ‘L’histoire se répète’ of ‘Ik krijg last van een enorm déjà vu-gevoel’. Sommigen gebaren de sinusgolf. Alleen de jonkies lijken nog enthousiast.

Winning team

‘Never change a winning team’ lijkt aan het onderwijs niet besteed. Stilstand is achteruitgang. Veranderen, innoveren in het onderwijs moet. Er is zelfs een speciale post-HBO-opleiding voor in het leven geroep: de master leren en innoveren (MLI). De wervende tekst op de website van InHolland opent met de zin: ‘Innovaties in het onderwijs zijn noodzakelijk.’ Zo, die staat! Durft er nog iemand te ontkennen? De website van hogeschool Windesheim formuleert het iets ingetogener: ‘In de master Leren & Innoveren zet u een kleinschalig praktijkonderzoek op naar een innovatievraagstuk dat speelt in uw organisatie.’ Beide instituten gaan er a priori vanuit dat er een vraagstuk is. Wie nog denkt dat dat vraagstuk gaat over wel of niet innoveren, heeft boter op zijn hoofd. Er is alleen de vraag hoe dat vraagstuk opgelost moet worden. En dan slingeren er bovendien op onderwijsinnovatiesites versleten termen rond als duurzaam innoveren en verantwoord innoveren. Hoezo duurzaam? Zonder het milieu te vervuilen? Toekomstbestendig? Dat laatste is een contradictie in terminus. In de toekomst moet er immers opnieuw geïnnoveerd worden. Juist liever niet toekomstbestendig! Anders kunnen we die MLI-opleidingen wel sluiten. ‘Do change a winning team!’

Heen en weer

Ruim tien jaar geleden (2004) had onderwijsvernieuwing alleen kans van slagen als er goed management aan ten grondslag lag. Zo staat in de nota Succesvol innoveren van het (beroeps)onderwijs: “Waar het op aan komt is een passende financiering en kwaliteitszorg. (…) Het is aan de beleidsmakers en bestuurders om middelen en doelen effectief toe te wijzen en aan managers om efficiënt te organiseren. De bal ligt - zo is onze analyse - bij de beleidsmakers in het systeem en het management van onderwijsinstellingen. De docenten staan klaar voor de vernieuwing van onderwijs.” Wat een prachtig voorbeeld van top-downdenken met de docent in afwachtende houding.

Vier jaar later worden er grote vraagtekens gezet bij datzelfde top-downdenken: “Onderwijsvernieuwingen hebben geen kans zonder draagvlak onder docenten. Zij zijn het die uiteindelijk aan een innovatie gestalte geven. Of een innovatie slaagt, hangt daarmee sterk af van de vraag of docenten bereid en in staat zijn hun competenties verder te ontwikkelen en of scholen in staat zijn de competentieontwikkeling van hun docenten te bevorderen. Onderwijsvernieuwingen zijn lang niet altijd succesvol. Er wordt in het bijzonder getwijfeld aan het succes van grootschalige, centraal aangestuurde onderwijsvernieuwingen, waarvan de levensduur vaak kort is.” Ziedaar de sinus.

Knoop

De voorbeelden illustreren hoe het al eeuwenlang gaat met onderwijsvernieuwing en innovaties in het algemeen. We zijn jong en vol idealen. Naarmate we rijpen blijkt het oude zo slecht nog niet en zwabberen we van nieuw naar nieuwer en terug naar oud en ouder. Het is een oneindige sinusgolf met pieken, dalen, buiken en knopen.

Die knopen herken ik het best. Er kruipt er telkens een in mijn buik als er een nieuwe innovatie wordt aangekondigd. ‘Waarom?’ vraag ik me dan af. Omdat een onwetende staatsman iets blaat over een onderwerp waar hij geen verstand van heeft, zich laaft aan zijn jeugdherinneringen, maar er uiteindelijk wel verantwoordelijk voor is? Omdat diezelfde staatsman in het geschiedenisboekje wil belanden als grote onderwijshervormer? Omdat het in het buitenland beter is geregeld? Omdat leerlingen er beter van worden? Omdat iemand met excentrieke ideeën de lobby heeft gewonnen? Omdat de meerderheid het wil? Omdat er een nieuw apparaat op de markt is? Omdat een onderzoeker zijn gelijk wil halen? Omdat het kan?

Gekte of gezond verstand? Ik doe mijn best sinusproof te zijn. Ik wik en weeg, ga met mijn tijd mee. Uit de snoepdoos vol innovaties kies ik enkel wat bij mijn leerlingen en mij past. Knoop doorgehakt!

Citaten zijn afkomstig uit:

- Geerligs, J., Mittendorf, K., & Nieuwenhuis, L. (2004). Succesvol innoveren van het (beroeps)onderwijs. Wageningen: Stoas. - Miedema, W. (2008). Leren van innoveren. Assen: Van Gorcum.

blog comments powered by Disqus