abonneren
article
Columns

Smart en deep learning - Jan Lepeltak

Smart Power is het sleutelbegrip van president Obama. Geen hard power met raketten, bommen, tanks en M16’s a la vice-president Cheeney, maar ook geen soft gedoe. Waar het om gaat, is het vinden van een slimme mix van diplomatieke, economische, militaire, politieke en culturele middelen.

Dat hoort smart onderwijs ook te zijn: een slimme mix van instructie, samenwerkend leren, producerend en ontdekkend leren, internet en multimediagebruik. Daarbij is smart learning een veel mooiere term dan blended learning of E-learning. Smart learning leidt tot deep learning. Deze twee begrippen vormen de kern van de didactiek voor de toekomstige docent.

De term smart learning wordt al enige jaren gebruikt. Vanaf het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn de eerste smart schools in Californië opgericht, maar die hadden even veel met smart van doen als een koe met algebra. Het ging toen vooral om heel veel IT die de school werd ingepompt. Schoolbankjes met ingebouwde PC. Een en ander was voor Larry Cubin aanleiding tot het schrijven van zijn leesbare, kritische bestseller ‘Oversold and Underused’.

Smart-doelen staan doorgaans voor specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Daar kun je in een onderwijssituatie wel wat mee. The New Statesman [TNS] ging in 2006 in een bijlage op smart learning in. “Learning takes a lifetime.” Hoe ouder we zijn, des te vaker realiseren we ons wat we zouden moeten weten. TNS geeft daarbij tips voor smart learning zoals: Sta open voor leren, ook als docent [“Yes, also old dogs can learn new tricks”]; Vind voor uzelf uit hoe u leert [bijv. via http://www.learningstyles-online.com/]; Zoek uit ‘waarmee’ u kunt leren [het boek, internet, een cursus en software programma]; Leer samen met anderen, twee weten er meer dan één en het stimuleert, inspireert en leidt tot nieuwe ideeën en inzichten.

Maar met alleen smart komen we er niet. Want het gevaar van oppervlakkigheid ligt op de loer. Vandaar het belang van deep learning. Dat kan gaan om het principe van de verbrandingsmotor, de historische lijn van de Renaissance naar de Verlichting. Maar ook het buizenmannetje uit het boek ‘Education and Mind in the Knowledge age’ van Carl Bereiter. We kennen allemaal wel zo iemand: die bijna alles weet van iets, bijvoorbeeld van buizen, verbindingen, moeren en schroeven. U hebt een probleem met een leiding en hij weet de oplossing. Deep learning relateert wat u al weet aan nieuwe kennis, theoretische concepten aan het alledaagse leven. Bij deep learning gebruikt u content van verschillende bronnen. Het focust op ‘wat er eigenlijk toe doet’ en wat voor de leerling betekenisvol is.

Leren is daarmee een zaak van kwaliteit in plaats van kwantiteit. Systemen en concepten doorgronden, daar gaat het om. De pure encylopedische kennis maakt plaats voor diepere kennis over processen, ideeën, systemen en mensen. Smart learning moet leiden tot deep learning. Dat is waar het bij het competentiegericht onderwijs vaak aan schort: het is smart noch deep.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl

blog comments powered by Disqus