abonneren
article
Columns

van book-learning naar e-learning - Jan Lepeltak

De techniek is een bepalende factor in onze wijze van kennisoverdracht. In het begin was er het woord. Kennis werd mondeling overgeleverd. Daarvoor bestonden allerlei vormen. De klassieke oudheid kende onder meer het Socratische gesprek.
In de middeleeuwen bevatten de grootste bibliotheken ‘slechts’ honderden handschriften. Dat betekende dat de teksten door docenten [lectoren] werden voorgelezen en in kleine groepen behandeld.

Nadat Gutenberg in de 15e eeuw zijn drukpers had uitgevonden duurde het bijna een eeuw voordat boeken gemeengoed werden. Het was de reformatie die de behoefte aan gedrukte bijbelteksten sterk stimuleerde. Iedere geletterde persoon kon de heilige schrift nu zelf bestuderen. Van algemeen onderwijs voor iedereen zoals nu was nog geen sprake, dat liet tot ver in de 19e eeuw op zich wachten. De eerste leerboekjes verschenen al in de 16e en 17e eeuw. Willem Bartjens schreef begin 17e eeuw zijn rekenmethodes.

Door de industriële revolutie, die in Nederland pas laat op gang kwam, ontstond in de tweede helft van 19e eeuw grote behoefte aan kenniswerkers die met de door stoom aangedreven nieuwe technologieën aan de gang konden en die de handel bevorderden. Dus werd er lesgegeven in de moderne vreemde talen, wis-, natuur-, en scheikunde. [handelscorrespondentie bleef tot mijn schooltijd in de jaren zestig een vak op de hbs].
De hbs werd door Thorbecke in 1862 als alternatief is opgericht voor het stoffige gymnasium waar de elite zijn kinderen Homerus liet lezen. Al onze grote natuurkundigen en Nobelprijswinnaars, zoals Lorenz [de leermeester van Einstein] hebben op die nieuwe hbs gezeten. De hbs’en hadden iets bijzonders: een practicumlokaal waar men naar hartelust kon experimenteren. We vinden de zogenoemde Thorbecke-vakken nog steeds in onze VO-urentabellen terug, al is het wel de vraag hoelang nog.

Het is duidelijk: elk tijdsgewricht vraagt ander onderwijs. Niet alleen wat de inhoud betreft maar ook wat betreft de wijze van kennisoverdracht en didactiek. Dat we op weg zijn naar een geheel nieuw tijdperk wordt door niemand meer ontkend. Dat betekent dat het onderwijs verandert. Daar kunnen geen 10 Dijsselbloemen en algemene onderwijsbonden meer tegenop. Internet en nieuwe media maken andere manieren van kennisontwikkeling en kennisoverdracht mogelijk en stellen specifieke eisen aan onze kennis. Dat houdt ook in dat bepaalde strategische vaardigheden, zoals lezen, schrijven en spellen, en ook elementaire rekenvaardigheden en wiskunde steeds belangrijker worden. Maar er zit nog steeds te veel Thorbecke in ons curriculum.

Toen ik op de onvolprezen weblog van John van Dongen schreef dat er meer boeken moesten worden gelezen kwam mij dat op kritiek te staan. Je wilt weer terug naar vroeger. Heb je zelf wel eens voor de klas gestaan? Jawel mijnheer, 10 jaar lang van klas 1 mavo tot 6 VWO.
Maar book-learning [het bekende stampen] heeft mij nooit geïmponeerd. Dat is iets anders dan een roman lezen of een diepgravende historische beschouwing. Als je dat ook niet meer kunt, dan is dat een treurige verarming. Hoe geweldig je ook kunt multi-tasken, second liven, hiven, MSN’en nog meer van dat moois.

E-learning, die prachtige combi van verschillende didactische aanpakken, multimediagebruik, en web 2.0 is een verrijking die veel verder gaat dan de overgang van het handschrift naar het boek.

Het verhaal gaat dat Socrates meende dat ware kennis niet schriftelijk over was te brengen. Daarmee was hij in zekere zin zijn tijd millennia vooruit.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl

blog comments powered by Disqus