abonneren
article
Wiard Vasen
Wiard Vasen
Columns

Vernieuwend onderwijs

Informatica op de Middelbare school roept dikwijls emoties op. Op universiteiten wordt gezegd dat het beter niet gegeven kan worden. "Ze doen het toch niet goed." Wordt er gezegd. "Ze richten meer schade aan dan dat ze goed doen.” Heb ik zelfs ergens gelezen. Deze uitspraak was afkomstig van een universiteit in het zuiden van ons land. Tegelijkertijd wordt er geklaagd dat we een gebrek aan jonge mensen die kiezen voor een opleiding in de ICT. Bij collega docenten wordt er geklaagd dat leerlingen verslaafd zijn aan hun telefoon. Dat ze teveel op Facebook zitten en dat ze niet weten hoe ze naar betrouwbare informatie moeten zoeken op internet. De leerlingen zelf worden ook verdeeld in hen die vinden dat zij wel weten wat programmeren is en hoe een computer werkt en zij die menen dat ze het nooit zullen begrijpen.

Mijn eerste vraag is waarom er zoveel verdeeldheid heerst over een stuk gereedschap dat de gehele mensheid een schat aan mogelijkheden geeft en dat ook ontwikkeld is om deze mogelijkheden op een democratische manier over alle mensen op deze planeet te verdelen. Zij die de grootste bijdragen leverden aan de digitale revolutie zeggen zonder uitzondering dat zij willen dat alle mensen toegang moeten hebben tot de geweldige mogelijkheden van dit gereedschap.

Een andere vraag die ik mijzelf dikwijls stel is waarom jonge mensen zo'n lage dunk hebben van wat zij doen op de diverse digitale platforms. Is dat omdat ouderen voortdurend over hun schouder meekijken en commentaar leveren? Uit bezorgdheid natuurlijk, want ouders zijn bang dat het mis kan gaan met hun kinderen, maar het valt op dat er meestal geringschattend en met kritiek wordt gekeken naar digitaal gedrag van jongeren.

Deze twee vragen hebben bij mij de volgende gedachte opgeleverd. Ervan uitgaande dat jongeren intuïtief voelen wat er van belang wordt in de toekomst kunnen wij inderdaad meekijken met wat zij doen op de computer en hun smartphone. Wanneer wij vervolgens vanuit betrokkenheid meedenken wat bruikbaar zou kunnen zijn voor hun toekomst, hebben wij een vruchtbare bodem neergelegd voor nieuw onderwijs. In deze nieuwe situatie begeleiden wij jongeren in het opdoen van kennis en wij leren van hen waar de toekomst ons zal brengen.

De verdeeldheid tussen mensen zou meteen opgeheven zijn wanneer de belevingsexperts, wat jongeren toch zijn, gaan samenwerken met de kennisexperts, docenten en vakspecialisten. De docent maakt opdrachten welke motiverend zijn voor jonge mensen om aan te werken. Bij voorkeur complexe en maatschappelijk relevante opdrachten. Jonge mensen willen serieus genomen worden. Aan de opdracht kunnen leerlingen naar eigen inzicht werken. De uitvoering ervan is altijd gebonden aan een plan, dat vastgelegd moet worden en vervolgens getoetst wordt op haar haalbaarheid. Dit gaat in overleg met de docent. Het plan wordt vervolgens uitgewerkt. Op deze manier komt men tot nieuwe inzichten en mogelijkheden. Daarna wordt er gewerkt aan het prototype. Elk onderdeel van de totstandkoming van dit prototype wordt vastgelegd in woord en beeld. De leerling moet kunnen laten zien welke stappen zij zet. Door deze vast te leggen leert de leerling planmatig te werken en wordt zij ook bevestigd in de stappen die zij intuïtief al zet.

In de klas moet een sfeer van vertrouwen en wederzijds respect zijn. Leerlingen moeten vrij kunnen zijn om hun ideeën te uiten. De coachende docent heeft de vaardigheden om leerlingen positief met elkaar te laten samenwerken. Bovendien moedigt hij hen aan om zich op onbekend terrein te begeven. Ontdekkingen over het eigen oplossend vermogen te doen. Vernieuwing in het onderwijs vindt plaats op dit snijvlak; leerlingen zijn onbevangen en de docent leert hen op zichzelf te vertrouwen. 

blog comments powered by Disqus