abonneren
article
Columns

Wikiwijs: tot mislukken gedoemd?! - Jan Lepeltak

Wikiwijs is begonnen als het persoonlijke plannetje van minister Ronald Plasterk. Kern van het plan: ‘leraren gaan aan de slag om digitaal lesmateriaal te maken en delen dat in een wikipedia-achtige omgeving’. Inmiddels zijn Kennisnet en de Open Universiteit begonnen met de uitvoering. In het meer dan 80-pagina’s tellende Wikiwijs-programmaplan 2009-2011 dat net voor de zomervakantie verscheen, is een centrale rol weggelegd voor de schooldirecties. Zij moeten een en ander op school faciliteren [lees: de centjes beschikbaar stellen uit de ‘gratis-boekenbijdrage’]. ‘Dat wordt een debacle’ hoor je fluisteren. Alleen durft niemand het hardop te zeggen.

Aan Plasterk’s plan valt vooral de grenzeloze naïviteit die er aan ten grondslag ligt op. We lezen: “Iedere leraar kan zijn creativiteit en didactische vaardigheden inzetten door zelf origineel te ontwikkelen dan wel open materiaal van anderen door te ontwikkelen of aan te vullen. […] Al het bestaande open materiaal moet docenten daarvoor ter beschikking staan. Uitgangspunt is: publiek bekostigd materiaal is publiek toegankelijk.”

Er zijn aardige voorbeelden te vinden van scholen die zelf stappen hebben gezet om tot contentontwikkeling of arrangementen te komen. Ik denk aan de Gooise scholen van het Alberdingk Thijm College. Dat kan echt wat worden.
Je moet het zien als fijne moestuinen met groenten en fruit voor eigen gebruik. Natuurlijk ruil je wat met je buren. Maar het gaat wat ver om nu alle groenten verplicht naar de centrale veiling te brengen die dan bepaalt hoe je je waar aanbiedt. Dit alles onder regie van contentcommissarissen en revolutionaire arbeidersraden [communities].

Waarom gaat het niet lukken om hoogwaardige digitale content op deze wijze te ontwikkelen?
Digitale content ontwikkelen is meer dan het op internet schuiven van lineaire tekst met plaatjes [ook wel shovelware genoemd] of het opnieuw arrangeren van bestaand materiaal. Educatieve software ontwikkelen is namelijk een vak. Je kunt een topdocent zijn, maar dat betekent niet dat je hoogwaardige digitale content kunt ontwikkelen. Leermiddelen waarin sprake is van een slimme combinatie van beeld, tekst en geluid en internet. Nog los van het feit dat je daar als docent vaak de tijd niet voor hebt [ook niet met een paar uurtjes per week van de schoolleiding]. Veel docenten willen dat ook niet. Daar zijn ze geen leraar voor geworden. Wat niets zegt over hun didactische en pedagogische kwaliteiten.

Samengevat hier de drie belangrijke redenen voor mijn bange vermoedens:
1. Digitale leermiddelen ontwikkelen is een vak. Een goede docent maakt nog geen goede leermiddelen en omgekeerd. Dat is dus geen kwestie van geld.
2. Er zijn veel te weinig docenten beschikbaar die over voldoende ontwikkelervaring en kennis beschikken [minder dan 100 schat ik].
3. Bij een systeem van gratis brengen en halen verdwijnt bij docenten de prikkel om te ontwikkelen. Lurkers krijgen de overhand. Dit stimuleert individuen en scholen niet. Scholen die tijd en energie [lees geld] in ontwikkeling hebben gestoken, staan niet te springen om hun content aan iedereen gratis beschikbaar te stellen.

Ter geruststelling dit: ict-projecten in het onderwijs mislukken na evaluatie op papier nooit. Dat is ook bij alle betrokkenen genoegzaam bekend.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl

blog comments powered by Disqus