abonneren
article
Brigitte Bloem
Brigitte Bloem

Araik Gingnagel (15): ‘Creatieve en innovatieve mensen samenbrengen is het allerleukste’

Araik Gingnagel begon op zijn 13e voor de lol met programmeren. Hij leerde het zichzelf via filmpjes op YouTube, websites en platforms. Nu is hij 15 en heeft hij de organisatie van World Hackathon Day en FuseHack op zijn naam staan. Een van zijn bewonderaars is Neelie Kroes. Ook mocht Araik aanschuiven bij De Wereld Draait Door. Tijd om kennis te maken met deze bijzondere scholier uit Zaandijk.
 

Hoe kwam je ertoe om World Hackathon Day te organiseren?
“Samen met twee vrienden leek het me leuk om jongeren bij elkaar te brengen voor een hackathon in Amsterdam.  Van het een kwam het ander en toen leek het ons nog spannender als in steden over de hele wereld in hetzelfde weekend jongeren bij elkaar zouden gaan zitten om via programmeren vraagstukken op te lossen van bedrijven. In groepjes 24 uur non-stop aan de slag. Internationaal werkten we samen met lokale organisatoren. Het was een explosie van energie, creativiteit en inspiratie.”

Wat bracht het jou?
“De drie maanden voorafgaand aan de hackathon waren voor mij de meest leerzame ooit. Natuurlijk leer ik ook op school, maar bij de organisatie van World Hackathon Day kwam zoveel kijken. Van het werken in een team heb ik veel geleerd. Het onderhouden van contact met mensen over de hele wereld is heel goed geweest voor mijn Engels. Ook allerlei vaardigheden, waarvan ik niet wist dat ik ze had, kon ik inzetten. Zo weet ik nu dat ik organiseren heel erg leuk vind. Misschien nog wel leuker dan programmeren.”

Wat is er zo speciaal aan een hackathon?
“De bedrijven die opdrachten neerleggen, krijgen van ons een nieuwe manier van werken aan vraagstukken. De jongeren die meedoen aan een hackathon denken nogal out of the box, zijn creatief en vernieuwend in het bedenken van oplossingen, hebben een snelle aanpak en zitten vol ideeën. Bovendien is het heel praktisch als de vraagstukken te maken hebben met de belevingswereld van jongeren. Wie kunnen daar nou beter mee aan de slag gaan dan jongeren zelf?”

En nu FuseHack? Wat gaan jullie daar doen?
“Voor FuseHack hebben we ons laten inspireren door de Verenigde Staten. Daar zijn wekelijks op veel plaatsen hackathons voor studenten. Ik was helemaal verbijsterd hoeveel mensen daar elke keer op af komen en wat daar allemaal gedaan en bedacht wordt. Echt geweldig. En juist door het samenwerken worden er veel vriendschappen gesloten. Daarom bedachten we dat we een hele vette studentenhackathon in Amsterdam wilden gaan organiseren. Met deelnemers uit Nederland, maar ook uit andere Europese landen. We willen met FuseHack vooral mensen uit verschillende vakgebieden verbinden. Designers met programmeurs, bijvoorbeeld. De studenten koppelen we aan mensen van bedrijven die in hetzelfde vakgebied werken. Zij zijn dan een soort mentoren voor de studenten. Dat alles doen we in een toffe festivalsetting. Programmeren komt er bij alle producten aan te pas. Dat is de rode draad. Maar verder kan het alle kanten op. Het thema van de eerste FuseHack, die volgende week plaatsvindt, is ‘Connect people, things and technology’.”

Hoe combineer je al die activiteiten met school en huiswerk?
“Dat is lastig. Binnen het FuseHack-team communiceren we via het programma Slack, een soort zakelijke chat box. In de schoolpauzes probeer ik op de hoogte te blijven van de vorderingen van het team en zo nodig feedback te geven. Na school maak ik snel mijn huiswerk en daarna is het weer tijd voor FuseHack. Doordat we in een team werken, kunnen we de taken en werkzaamheden verdelen. Bovendien zit ik op een fijne school, het Sint Michaël College in Zaandijk. Sinds kort mag ik gebruikmaken van de Toptalentenregeling, die normaal alleen voor topsporters geldt. Daar val ik nu ook onder. Dat is erg handig.”

Hoe is het op jouw school gesteld met de aandacht voor mediawijsheid en programmeerlessen?
“Op mijn school krijgen we lessen mediawijsheid, bijvoorbeeld bij maatschappijleer. Dat vind ik erg nuttig. Er zijn maar weinig leerlingen bij mij op school die programmeren. We hebben een speciaal ict-vak, maar er zijn niet veel leerlingen die dat kiezen. Bovendien zijn het vooral jongens die ict kiezen. Dat is jammer. Ik vind een hackathon een mooi middel om mensen enthousiast te krijgen voor programmeren. Ik vind niet dat iedereen het hoeft te leren, maar het is zo leuk om met een groep aan iets te bouwen. Dat ervaren nog veel te weinig jongeren.”

Als je tijdens FuseHack en World Hackathon Day nieuwe producten of concepten maakt, hoe zit het dan met de privacy en de security?
“Tijdens onze hackathons is alles wat gebouwd wordt, van de bouwers zelf. Er worden geen geheimhoudingsverklaringen of wat dan ook getekend. Je kunt met wat je hebt gebouwd op een later tijdstip verder gaan. Alles is heel open. Zo gaan we met elkaar om. Deze mensen zijn ook niet zo bang voor hun privacy. Juist omdat ze weten hoe er, normaal gesproken, mee om wordt gegaan. Dus doen ze over het algemeen niet moeilijk als ze bij een app of op een site hun gegevens achter moeten laten. Tijdens hackathons hebben we ook geen tijd voor securityzaken. Je komt niet verder dan een ruwe versie van een prototype. Ga je dat later herschrijven en verder uitwerken, dan komt de security er natuurlijk wel bij.”



Hoe zie je jezelf over vijf jaar?
“Ik wil óf iets op maatschappelijk-politiek vlak gaan doen. Misschien ga ik sociologie studeren. Óf ik wil iets op organisatorisch gebied gaan doen. Sowieso wil ik na mijn middelbare school een tussenjaar doen om te kijken waar ik sta en wat ik eigenlijk wil. Maar voorlopig blijf ik zeker hackathons organiseren. Ik programmeerde vroeger heel veel, maar inmiddels ben ik toch meer organisator geworden. Creatieve en innovatieve mensen samenbrengen, zodat ze elkaar kunnen inspireren en samen mooie dingen kunnen maken. Dat vind ik op dit moment het allerleukste. Maar af en toe trek ik me een weekendje terug en dan ga ik lekker met een paar vrienden of in m’n eentje een mooie website of een appje bouwen. Dan denk ik, ‘ha, ik kan het nog’. En dat is toch ook best leuk.”

Hoe ziet jouw ideale school eruit?
“Ik zit in een vwo-klas. Ik merk bij elk vak dat er grote verschillen tussen leerlingen zijn. Ieder van ons heeft per vak een ander niveau. Terwijl we wel allemaal dezelfde stof krijgen. Ik zie daarom veel voordeel in onderwijs dat veel persoonlijker is. Dan kan je veel beter kijken naar wat iemand goed en minder goed kan. Ook zou het mooi zijn als er meer aandacht is voor praktische vaardigheden. Ik zei al dat ik zoveel heb geleerd van drie maanden organiseren. Daar zou je op school veel meer mee kunnen doen en bovendien kun je het ook waarderen. Je leert zoveel van het werken in teams, advies vragen aan mensen van buiten, afspraken maken, noem maar op. Juist de combinatie van theorie en praktijk maakt het onderwijs leuker, denk ik. Je ziet dat veel scholen al aan het veranderen zijn. Natuurlijk gaat dat langzaam. Mijn ervaring is dat het vooral van de docenten afhangt. Net als extra gemotiveerde leerlingen heb je ook extra gemotiveerde docenten. Die inspireren en die maken het onderwijs leuk.”

 

blog comments powered by Disqus