abonneren
article

Portret Niels Wijnhoud

Als kleuter riep Niels Wijnhoud al dat hij ‘meneer’ wilde worden. Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels is hij een bevlogen medewerker van het Praktijkonderwijs Schijndel, onderdeel van het Elde College. Hij is daar volop bezig met onderwijsvernieuwing volgens een Amerikaans concept en daarbij komt zijn interesse in ICT goed van pas.

Hoe ben jij in onderwijs en ICT terechtgekomen?
“Ik heb iets met onderwijs. Het zit in de genen, want mijn opa en oma waren leerkracht en mijn moeder wilde ook graag het onderwijs in. Alleen mocht zij het toen niet kiezen vanwege de grote werkloosheid in de beroepsgroep. ICT is een hobby van me. Ik vind het mooi om de mogelijkheden van de computer zo veel mogelijk te benutten. Dat is niet per se heel technisch, het begint al bij het gebruik van Word. Je kunt er zo veel meer mee dan simpele briefjes tikken. Als ik een plan schrijf, gebruik ik bijvoorbeeld tabellen en uitklapmenuutjes. Ook de opmerkingenfunctie en de mogelijkheid om documenten te beveiligen zijn eigenlijk voor iedere leerkracht handig.”

Op welk Amerikaans concept is jullie onderwijsvisie gestoeld?
“Het concept heet Big Picture Learning. Het draait om het aanbieden van onderwijs dat aansluit bij de persoonlijke interesses en kwaliteiten van elke leerling. De vraag wat elke individuele leerling wil leren staat centraal. We kijken samen wat daarvoor nodig is en dat wordt vastgelegd in een persoonlijk leerplan. De leerling is medeverantwoordelijk voor het slagen ervan. Als je kinderen aanspreekt op dat wat ze werkelijk willen weten dan zijn ze tot ontzettend veel in staat. Ze krijgen de vrijheid om keuzes te maken en nemen daardoor ook de verantwoordelijkheid voor hun leerproces. Op bigpicture.org staat veel informatie het concept. In Amerika worden de scholen die volgens dit model werken MET-scholen genoemd. Wij zijn er bij ons op school onder de noemer MET4Elde zeven jaar geleden mee aan de slag gegaan en ik ben erg enthousiast.”

Wat is de rol van ICT in dit concept?
“We zijn in Amerika op bezoek geweest bij METscholen. Dat was heel inspirerend. Als je ziet hoe de leerlingen daar bezig zijn met bijvoorbeeld camera’s en computers. Wij gebruiken de computer vooral om iets op te zoeken via Google of een – soms educatief – spelletje te spelen, maar zij doen zo veel meer. Je kunt wat ze daar doen niet direct hier kopiëren. Het moet groeien. Dus hebben wij hier de Schijndelse versie van het Amerikaanse concept. Dat is niet erg, je moet ergens beginnen. Ik bekijk wat ICT in onze onderwijsvisie kan betekenen en ben de kartrekker op dat vlak. Daarbij ga ik uit van wat we al hebben en houd ik rekening met de aanwezige digitale leeromgeving.”

Wat doe je op dit moment met ICT in de klas?
“Ik ben begonnen met het zelf ontwikkelen van digitaal leermateriaal. Ik ben docent detailhandel,  en bij dat vak komen zaken als klantvriendelijkheid, het bedienen van de kassa, het inpakken van cadeautjes en het schappenplan aan bod. Het afgelopen jaar was ik vaak bezig met dingen voordoen. Dat kost veel tijd en is niet bevorderend voor de zelfstandigheid en creativiteit van de leerling. Op een gegeven moment hoorde ik dat er een gratis programma bestond voor het maken van iBooks op de iPad: iBooks Author. Dat heb ik toen meteen gedownload op mijn MacBook en het lukte redelijk makkelijk iets moois te maken. Tijdens een studiemiddag over het leermiddelenbeleid bleek dat mijn idee heel mooi aansloot op de ambitie van de school. Dus ben ik naar de sectordirecteur gestapt om mijn plan voor te leggen. Ik hoopte op één iPad om te gaan testen, maar hij vroeg meteen hoeveel leerlingen er in een groep zitten. Meestal zijn dat er zes of zeven. “Dus jij wilt zeven iPads” concludeerde hij. Wij hebben nu acht iPads mini in huis en ik gebruik ze heel veel, bijvoorbeeld voor Squla en reken- en taalapps. Met mijn eigen iBook voor detailhandel ben ik dit jaar voor het eerst echt begonnen na vorig jaar te hebben proefgedraaid met een paar leerlingen.”

Wat biedt jouw iBook aan extra’s ten opzichte van het oude lesmateriaal?
“Voor Praktische Sector Oriëntatie [PSO] gebruikten we kaarten met foto’s. De PSO bestaat uit zes lessen, een inleiding en er worden vijf afdelingen behandeld. Was de inleiding eerst een verhaal dat je door moest lezen, nu is het een filmpje. Dat werkt veel beter. De leerlingen die praktijkonderwijs volgen hebben moeite met lappen tekst, ze hebben de visuele ondersteuning echt nodig. En neem nu het onderwerp inpakken. Daarvan heb ik ook een reeks korte filmpjes gemaakt, samen met leerlingen. Het is veel duidelijker als iemand het voordoet dan wanneer je het van een paar foto’s moet leren. Van elke handeling kun je een filmpje bekijken, dus ik hoef niet meer alles tien keer voor te doen. En als het gaat om versieren kunnen we nu veel meer voorbeelden laten zien en opzoeken. Of het nu gaat om inpakken of het werken met een prijstang: ik merk dat ze het sneller oppakken nu we filmpjes gebruiken.”

Zijn er ook digitale toetsen aan het leermateriaal gekoppeld?
“Ja, en wanneer de leerlingen een toets maken, krijgen ze direct feedback. Voor mij is het makkelijk dat ik de gemaakte toetsen en resultaten direct kan inzien op mijn iPhone. Zodra er een toets is gemaakt, kan ik via een link naar Google Formulieren waarin ik het hele overzicht heb. Wat ook heel goed werkt, is leerlingen naar filmpjes laten kijken van praktijksituaties in de winkel en deze vervolgens laten beoordelen. Voorheen speelden we zo’n praktijksituatie na, bijvoorbeeld hoe om te gaan met een lastige klant. Alleen vinden veel leerlingen dat gek of moeilijk. Dan moet je er zo aan trekken. Het duurt lang voordat ze echt van start gaan en vervolgens zijn ze binnen vijf minuten klaar. Nu zie je drie korte filmpjes van manieren waarop je met een lastige klant om kunt gaan. Welke manier is de beste en waarom? Wat is er mis met de andere manieren? De leerlingen vinden het veel leuker en het werkt gewoon beter. Er zijn ook wel opdrachten waarbij ze zelf actief moeten zijn. Ze moeten bijvoorbeeld ook wel Schijndel in om aan een winkelmedewerker te vragen wat klantvriendelijkheid betekent.”

Zou je voor alle vakken digitaal leermateriaal en toetsen willen hebben?
“Ik zou het mooi vinden als leerlingen op elk moment op kunnen zoeken wat ze nodig hebben. Dat als je even niet meer weet hoe iets moet, het altijd te vinden is in een database gevuld met filmpjes, foto’s en instructies. Maar wie maakt het? Tot op heden ben ik dat. Ik hoor collega’s ook wel zeggen “Niels heeft iPads”. Maar zo is het niet, school heeft ze. Ik zou graag willen dat anderen er ook meer mee gaan doen. Ik heb wel plezier in het maken van de leermiddelen. Het maken van de filmpjes samen met de leerlingen is ook leuk om te doen. Toch kost het veel tijd en ben ik er ook vaak thuis op de bank mee bezig. Ik heb wel eens geprobeerd of het bedrijfsleven niet een bijdrage zou kunnen leveren aan de ontwikkeling van leermaterialen. Maar ik kreeg nul reactie. Ik zou het eens bij uitgevers kunnen proberen. Want het zou mooi zijn als meer mensen van de ontwikkelde materialen gebruik kunnen maken, ook buiten de scholen die onder onze stichting vallen. Er is zo weinig materiaal beschikbaar voor praktijkonderwijs. Mijn eerste iBook is gratis te downloaden via de iBook-store op de iPad. Wie weet zijn er leerkrachten die interesse hebben of geïnspireerd raken. Het is natuurlijk wel helemaal op onze school toegeschreven, maar ik zou het kunnen aanpassen voor andere scholen.”

blog comments powered by Disqus