abonneren
article

Portret Paul Bergervoet

Paul Bergervoet is teamleider gaming en docent aan de opleiding Informatica, Media en Communicatie [ICA] van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Daarnaast ontwikkelt hij digitaal lesmateriaal voor het vak Informatica voor de bovenbouw havo en vwo.


Je bent teamleider gaming, wat is jouw favoriete game?
“Eigenlijk ben ik helemaal geen gamer, ik speel hooguit eens een flauw vijf-minuten-spelletje. Programmeren is wat ik leuk vind. Ik kwam aan de HAN ook binnen als docent programmeervakken, maar enige tijd later wilden we de propedeuse aantrekkelijker maken, onder andere met gaming. Dat vakgebied is breed en kent vele specialismen, zoals 3D art, storytelling en muziek. Eén van de projecten binnen de opleiding is het ontwikkelen van een game. Daaraan werken dertig studenten samen, onderverdeeld in groepjes per specialisme. Het bouwen van een virtuele wereld vind ik heel leuk om te doen. Het kan bijvoorbeeld met de gratis te downloaden software ‘Unreal Development Kit’. In zo’n anderhalf uur kun je al een eilandje bouwen, compleet met palmbomen en zon. Daar kun je dan rondlopen, al dan niet met een geweer in je hand. Misschien moet ik er nog wel even bij zeggen dat het softwarepakket zo’n twee gigabyte groot is.”

Hoe ben jij in ict en onderwijs terecht gekomen?
“In 1985 was ik als dienstweigeraar betrokken bij het ontwikkelen van de lessenserie ‘De baas over de computer’ voor lbo-leerlingen. Anderhalf jaar deed ik dat als vervangende dienstplicht bij de Vakgroep Onderzoek van het Wiskundeonderwijs en Onderwijs Computercentrum [OW&OC]. Het bleek in die jaren van economische crisis een prima manier om aan een eerste baan te komen. Met een onderbreking ben ik er gebleven tot 2002. We ontwikkelden lesprogramma’s voor het voorgezet onderwijs en ook software voor rekenonderwijs op de basisschool. Op rekenweb staan nog steeds spelletjes die ik ooit gemaakt heb. Ik vond het vooral leuk als de spelletjes echt een meerwaarde hadden ten opzichte van leren vanuit een boek. Een goed voorbeeld daarvan is een spelletje waarbij heel kort een beeld van iemand verschijnt die een aantal vingers opsteekt. De leerling moet zeggen hoeveel vingers het waren. In het begin halen kinderen het beeld in gedachten terug en gaan dan vingers tellen. Maar binnen een halfuur zien ze het in een oogopslag zonder te tellen.”

Computerles voor lbo-leerlingen was in 1985 vast heel vooruitstrevend?
“Het was een geweldig project. OW&OC wilde meer met computers voor de gewone leerling, niet alleen voor de wiskunde bollebozen. Ze zagen in dat computers gebruiksvoorwerpen gingen worden en wilden aan de slag met ‘burgerinformatica’. Daar hadden ze geen geld voor, dus huurden ze dienstweigeraars in, zoals ik. Die kinderen op het lbo hadden nog nooit een computer gezien. Het was een apparaat zo groot als een Samsonite, en het was echt improviseren en experimenteren. Wij ontwikkelden die lesmethode en waren ook aanwezig tijdens de lessen om leerlingen te begeleiden. We deden dat in twee klassen. De een liep een week voor op de andere. Als we in de eerste groep merkten dat iets niet werkte, pasten we dat in de tweede groep aan. We konden dan direct zien of die aanpassing het gewenste effect had. Wat ik er onder andere van geleerd heb is heel duidelijk schrijven. Bij één oefening stond bijvoorbeeld dat je bij de prompt moet intypen wat voor werk je wilt doen. De leerlingen namen dat heel letterlijk en typten bijvoorbeeld ‘piloot’ of ‘caissière’ in. Die formulering werd dus veranderd in ‘je moet intikken wat voor werk je de computer wilt laten doen’. Zo ontstond de eerste lesmethode voor wat later informatiekunde genoemd zou worden. Dat was allemaal nog in boekvorm.”

Wanneer ging je voor het eerst aan de slag met een online methode?
“In 1998 heb ik me aangesloten bij een groep mensen die een methode informatica voor de bovenbouw van de havo en het vwo ontwikkelde. Op een gegeven moment werd internet zo groot dat we een deel van die methode online wilden zetten. Dat was rond 2005. Gesprekken daarover met de uitgever liepen vast, en uiteindelijk besloten we de stichting Informatica-Actief in het leven te roepen en het zonder uitgever te doen. Het was ontzettend leuk om de website in te richten en om te zien hoe het heel snel beter werd dan het boek. Eigenlijk alleen al het feit dat alles online staat en niet meer op een cd die toch altijd zoek raakt, was een sprong vooruit. We kregen ook ineens enthousiaste reacties van leerkrachten over items die al drie jaar beschikbaar waren op cd, maar die ze nu online pas ontdekten. Een ander voordeel is de snelheid waarmee we dingen kunnen aanpassen. Zie je een foutje? Dan is het morgen verbeterd. Op dit moment is de hele methode online beschikbaar. Dat wil niet zeggen dat hij af is. We blijven in ontwikkeling, want er kan nog veel meer en beter: interactiever. Ik maak geregeld een interactieve component en laat soms ook studenten dingen in Flash programmeren voor de methode.”

Krijgt informatica op dit moment voldoende aandacht in het vo?
“Als Nederland een vooraanstaande kenniseconomie wil zijn, moet er meer aandacht voor informatica komen in het vo. En dan bedoel ik niet lessen in het omgaan met de computer. Dat leren kinderen vanzelf wel. Ga wat dieper en vertel kinderen iets over security, leer ze de basis van programmeren en laat ze werken met een programma als Photoshop. Daarnaast zou je keuzevakken kunnen aanbieden waarin je nog een stapje verder gaat. Laat kinderen nadenken over praktische zaken en echte vraagstukken. Neem de besturing van spoorbomen en de rol van ict hierin. Hoe kun je controleren of er een toestand mogelijk is, waarin de bomen geopend zijn en er toch een trein voorbijraast? Zoiets komt op een gemiddelde vo school echt nooit aan de orde, maar het geeft een goed beeld van wat je tijdens een studie informatica tegen kunt komen.”

Wat staat meer aandacht voor informatica in het vo in de weg?
“Er is een groot tekort aan docenten informatica. Terwijl het belang groeit, wordt het vak steeds kleiner. Als we zo doorgaan lopen we het risico dat het vak zelfs helemaal verdwijnt. Hoe dat komt? Het is heel moeilijk om informatica als tweede bevoegdheid te halen en er gaan jaarlijks meer informaticadocenten met pensioen dan er afstuderen. Vakvereniging i&i zet zich in voor een meer toegankelijke scholing voor docenten. En dat is broodnodig. Het zou ook mooi zijn als het ons lukt een informatica 2.0 community te vormen die deskundigheid bevordert, docenten ondersteunt maar waar ook studenten aan deelnemen. Dat zal hetgeen de lokale docent doet overstijgen en ervoor zorgen dat je heel anders gaat werken met elkaar. Ook het bedrijfsleven zou je erbij moeten betrekken. Niet langer focussen op het maken van opdrachtjes voor een cijfer, maar echt samenwerken en aan de slag met bestaande vraagstukken. Een van de docenten van de Stichting Informatica-Actief werkt bijvoorbeeld samen met winkeliers. Studenten ontwikkelen software en deze wordt ook echt verkocht en gebruikt. Reken maar dat die studenten totaal anders omgaan met zo’n opdracht.”

blog comments powered by Disqus