abonneren
article

Portret Wilfred Rubens

Computers en ict vond Wilfred Rubens verschrikkelijk, totdat internet zijn intrede deed. Hierin zag hij vele mogelijkheden voor toepassingen in het onderwijs. Vanaf dat moment staat zijn loopbaan in het teken van ict en onderwijs, op een uitstapje naar het bedrijfsleven na.

Wat heb je gestudeerd?
“Ik heb pedagogische wetenschappen gestudeerd, met als specialisatie volwasseneneducatie. Eind jaren ’80 maakte de computer zijn opmars en ik vond het iets verschrikkelijks. Ik had er een soort big brother idee bij en computers waren in die tijd niet gebruikersvriendelijk. Aangezien ik niet echt technisch ben, was ik erg onhandig met de computer. Maar op het moment dat internet beschikbaar kwam, veranderde mijn mening. Met de hele wereld kunnen communiceren en overal informatie kunnen zoeken: dat was echt geweldig.”

Wat was de eerste baan waarin je ict en onderwijs combineerde?
“De eerste baan waarin ik me echt intensief met ict en onderwijs bezighield, was bij BVEnet. Wij hadden als taak het gebruik van internettechnologie in het mbo te bevorderen. Internet was nog heel nieuw en de directeur van BVEnet wilde een redactie die verantwoordelijk werd voor de website. Ik had geen idee waar ik aan begon, want er was nog niets. Ik begon letterlijk met een wit vel papier, en heb toen mijn eigen werk gecreëerd. Dat past wel bij mij. Toen de pioniersfase voorbij was, ben ik verder gaan kijken.”

Waarom heb je het onderwijs een tijdje verlaten voor het bedrijfsleven?
“Op een gegeven moment had iedereen het over ‘de nieuwe economie’. Bedrijven die iets met computers of software deden, vroegen massaal om personeel. Ik stuitte op een advertentie waarin de enige tekst was: ‘Supporting the intelligent enterprise’ en heb mijn cv gestuurd vergezeld van een briefje van vier regels. Organisaties slimmer maken met ict, dat leek me wel interessant. Toen ik bij Siennax begon was ik medewerker nummer 23. Een dik jaar later telde het bedrijf 125 medewerkers. Het was echt een wildwestcultuur met elke maand koerswijzigingen, vergaderen in de avonduren en weer nieuwe collega’s. Ik heb er veel geleerd, maar werd er uiteindelijk stapelgek van. Dus koos ik voor een meer traditioneel bedrijf en dat was KPMG Consulting: blauwe pakken en leaseauto’s. Ik maakte deel uit van het e-learningteam en kwam weer in aanraking met het onderwijs.”

Wanneer koos je ervoor om toch weer in het onderwijs te gaan werken?
“Ik begon het onderwijs steeds meer te missen. Ik vind het leuk om bij te dragen aan de maatschappelijke taak die het onderwijs vervult. Dat geeft voldoening en plezier in het werk. Ik merkte dat veel universiteiten en hogescholen eigen adviseurs op het gebied van ict en onderwijs hadden. Als KPMG Consulting kwamen wij daar moeilijk tussen. Daarom ben ik gaan werken bij het toenmalige Expertisecentrum Ict  in het Onderwijs van de Universiteit Utrecht. Nadat ik ongeveer vier jaar later was geïnterviewd voor een blad, werd ik door het ROC in Roermond gevraagd om daar te solliciteren als beleidsmedewerker van het College van Bestuur. Ik werd onder meer verantwoordelijk voor de invoering van de elektronische leeromgeving. Eigenlijk weet ik al heel lang dat mijn hart in het onderwijs ligt. Als het maar met leren en ict te maken heeft vind ik het leuk. Dat kan dus ook in een andere sector zijn, bijvoorbeeld bij een zorginstelling. Tekenend is dat ik ontzettend ongeduldig ben, maar dat ik engelengeduld heb als iemand iets uitgelegd krijgt. Denk aan een nieuwe caissière die uitleg krijgt over de kassa, ik zou zo een uur zonder mopperen blijven wachten.”

Wat wil je met jouw blog bereiken?
“Ik ben er ooit mee begonnen, omdat ik gewoon wilde weten hoe het werkt en omdat ik op die manier een handig kennisarchief kon opbouwen. Dat was puur voor mezelf bedoeld. Maar in toenemende mate werden mijn blogs door anderen gelezen, en ik kreeg uitnodigingen om als spreker op te treden. Ik schreef in het begin best frequent, maar op een gegeven moment ging ik op zomervakantie en daarna had ik het heel druk. Een maand lang publiceerde ik niets. Waarop ik in de nieuwsbrief van SURF las dat Wilfred Rubens een maandelijkse weblog bijhield. Dat kon ik echt niet op me laten zitten en vanaf dat moment schrijf ik bijna elke dag.”

Hoe kom je aan inspiratie om elke dag iets te schrijven?
“Ik lees heel veel, ook in het Engels. Omdat ik weet dat veel mensen moeite hebben met de Engelse taal, vat ik geregeld zo’n artikel samen. Aangevuld met mijn eigen mening over het verhaal, gebruik ik dat als blogpost. Ik kom op ideeën via Twitter en ik volg ongeveer 600 blogs en sites via RSS-feeds. Ik schrijf ook over congressen die ik bezoek en heb mezelf aangeleerd om live te bloggen. Dus als de voorzitter vraagt of er nog vragen zijn, druk ik bij wijze van spreken op de publiceerknop. Het scheelt veel tijd als ik direct schrijf en publiceer, dan hoef ik dat niet achteraf thuis nog eens te doen. Bovendien zijn er veel mensen die het congres wel graag willen volgen, maar er zelf niet bij kunnen zijn. Toch ben ik elk verloren moment en elke dag van de week wel met bloggen en tweets bezig. En dat bevalt me prima.”

Wat is een project waar jij van droomt?
“Het opzetten van een heel nieuwe vorm van onderwijs. Ik zou het niet eens een school willen noemen. Onderwijs dat creativiteit stimuleert en dat activeert. Waar mensen leren met en zonder ict. Waar de 21ste century skills een prominente plek innemen en waar mensen op een andere manier beoordeeld worden dan in het huidige onderwijs. Ik zou willen uitgaan van de talenten en ambities van de leerlingen. Een dergelijke radicale verandering is lastig te realiseren vanuit een bestaande schoolsituatie. De bestaande cultuur en structuren zijn belemmerend en lastig te doorbreken. In Nederland hebben we ook te maken met wet- en regelgeving en standaarden waaraan je moet voldoen. Die zou ik liever overboord gooien. Vanuit de creatieve chaos die dan ontstaat, zullen mooie vernieuwingen voortkomen. Het huidige onderwijs is veel te veel beperkt in creativiteit en innovatie. Je ziet dat kinderen gaan leren omdat ze een toets willen halen, niet omdat ze nieuwsgierig zijn naar de leerstof. Geef zowel de docent als de leerling meer keuzevrijheid en autonomie. Kijk naar grote bedrijven die goed scoren op medewerkertevredenheid en innovatiekracht, zoals Google. Zij geven mensen de mogelijkheid om 20% van de werktijd zelf in te vullen. En ja, op een bepaald moment moet er uiteraard wel iets opgeleverd worden. Zo niet word je erop aangesproken en moet je zelf verantwoording afleggen. Het onderwijs zou zich hierdoor kunnen laten inspireren.”

Welke rol speelt ict in dit droomproject?
Je kunt ict gebruiken om leerlingen meer keuzevrijheid te geven. Bijvoorbeeld extra vakken aanbieden via online cursussen. Je kunt meer verschillende werkvormen aanbieden, online samenwerkend leren is daarvan een mooi voorbeeld. Verder kun je de administratieve last enorm verminderen. Met ict kun je ook beter registreren wat leerlingen kunnen en hoe ze leren. Daardoor kun je gerichter content en werkvormen aanbieden. Een heel belangrijke ontwikkeling wil ik als laatste ook nog noemen: open education. Ik vind dat we veel meer zouden moeten samenwerken en delen. Nog steeds is het zo dat zo ongeveer elke docent eigen aanvullend lesmateriaal maakt. Als alles gedeeld zou worden, zou dat veel tijd kunnen besparen. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat het de kwaliteit van onderwijs ten goede komt. Als mensen leermateriaal maken om het te delen, zullen ze kritischer zijn op wat ze maken.”

te-learning.nl/blog

blog comments powered by Disqus