abonneren
article

#schoolleider - maart 2014

Tijdens mijn studie aan de lerarenopleiding was één van de verplicht af te sluiten onderdelen van het curriculum ‘computer vaardigheden’. Een cursus WordPerfect, dBase en MS-Dos. Dat was nieuw en als aankomend docent moest je natuurlijk wel meegaan in de nieuwe technologieën van dat moment. Ik had in die tijd, eind jaren tachtig, nog nooit een computer aangeraakt. Ik was meer van de boeken zal ik maar zeggen. Ik heb er alles aan gedaan om de cursus niet te volgen en toch mijn studiepunten binnen te halen. En dat is gelukt, in die tijd kon je in het hoger onderwijs nog wel eens wat regelen.

Halverwege de jaren negentig, inmiddels voor de klas, kreeg ik als docent de opdracht van mijn leidinggevenden om het Europees Digitaal Rijbewijs te behalen. Want,  het onderwijs zou onder invloed van de nieuwe technologieën ontegenzeggelijk aan verandering onderhevig worden. Dat moesten ze ook wel zeggen want als ‘ict voorhoedeschool’ was net een paar ton aan subsidie binnen gekomen. Ook deze verplichte deskundigheidsbevordering kon mij niet welgevallen. Saai. Druk. En vooral veel andere prioriteiten als beginnend docent. U begrijpt al, ik heb de cursus nooit afgerond. Ik weet dat van mijn toenmalig collega’s er uiteindelijk twee digitaal vaardig zijn verklaard.

Ondanks mijn digitale voorgeschiedenis kan ik inmiddels toch stellen dat ik redelijk vaardig ben geworden in het gebruik van de nieuwe technologieën. Soms zat ik met een knelpunt of een vraag. De inzet van ict kon daar soms een oplossing voor bieden, maar vaak ook niet. Onderwijs blijft vooral mensenwerk. Ik heb mijzelf een aantal digitale vaardigheden aangeleerd, juist omdat ik op zoek was naar manieren om mijn werk beter te kunnen doen. Als schoolleider kan ik me niet meer voorstellen hoe ik mijn werk goed kan organiseren zonder smart Phone, iPad, digitaal gedeelde agenda of Facebook.

Wat ik duidelijk wil maken is het volgende. Het top-down opleggen van [onderwijs]vernieuwingen is niet de manier om docenten te motiveren voor nieuwe eigentijdse werkwijzen. Het hele onderwijsteam naar dezelfde verplichte cursus sturen doet geen recht aan de verschillen in ontwikkeling die er in een docententeam aanwezig zijn. De inzet van nieuwe technologieën en media ‘omdat het moet’ is nooit een oplossing voor een concreet knelpunt in het onderwijsproces.

We kunnen in het onderwijs de digitalisering van de samenleving niet negeren. Al is het maar omdat de leerlingen midden in die samenleving staan en functioneren. De succesvolle toepassing van ict in de lespraktijk is volgens mij altijd maatwerk en volgt uit die ene vraag die iedere docent zich zou moeten stellen: ‘Op welke manier kan nieuwe technologie mij helpen om mijn onderwijs en de begeleiding van leerlingen te verbeteren?’ Het motiveert als blijkt dat het werkt.

In mijn optiek moeten de menselijke maat, het primaire proces en de kwaliteit daarvan, altijd centraal staan. Hierbij moeten we onszelf eerst de vraag stellen; ‘Wat vinden we nu echt belangrijk?’  De tweede vraag luidt:  ‘En wat is daarbij, eventueel op het vlak van ict, nodig?’ Het met het team uitwerken, uitdragen en bewaken van de onderwijsvisie zie ik als een belangrijke  taak voor mijzelf als schoolleider. Het vraagt van mij het vermogen om docenten ruimte te bieden om zelf oplossingen te bedenken, om nieuwe paden in te slaan en om met nieuwe werkwijzen te experimenteren. Creatief leiderschap is volgens mij de belangrijkste onderwijscompetentie  in de informatiesamenleving van de 21e eeuw. Creatief leiderschap van schoolleiders, maar vooral ook van docenten. Want eerlijk is eerlijk: de echte leiders staan voor de klas! 

blog comments powered by Disqus