abonneren
article
Carla Desain
Carla Desain

Serie: Klant is Koning: Vivianne Maas & Dennis Voorn

Het begrip ‘mediawijsheid’ bestaat tien jaar. Daarom organiseerde Mediawijzer.net vlak voor de zomervakantie een bijeenkomst in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, met als thema: ‘Hoe ziet mediawijsheid anno 2025 eruit?’ Twee leden van de DigiRaad, Vivianne Maas [18] en Dennis Voorn [13] brachten – in een openbaar interview – de visie van jongeren daarop naar voren. Reden voor Vives om in dit themanummer ‘Mediawijsheid en privacy’ deze jongeren aan het woord te laten. Dennis zit in 2 mavo op het Aloysius College in Hilversum; hij is sinds begin 2015 lid van de DigiRaad; Vivianne, eindexamenklas havo op het Rhedens Lyceum Rozendaal, doet al twee jaar mee.

Dennis: “Ik ben dit voorjaar in de DigiRaad gevraagd. Ze zochten iemand die veel weet van sociale media en YouTube, goed Engels spreekt en het leuk vindt om te vertellen voor een groot publiek. Dat zijn bij mij drie vinkjes. Ik ben behoorlijk actief op sociale media en ik heb een eigen bedrijf, YouMediaNetwork, dat YouTubers aan meer volgers en meer inkomsten helpt. En Engels komt vanzelf als je veel op internet zit.”

Vivianne: “Mijn moeder draait al jaren mee bij Mijn Kind Online en bij Bureau Jeugd en Media; zo kende zij de DigiRaad. Ze vond dat zo’n leuke groep enthousiaste jongeren en ze dacht dat ik daar wel in zou passen. Daar had ze gelijk in, we zijn echt een leuk clubje met z’n allen. Ik ben niet zo technisch aangelegd, zeker niet in vergelijking met Dennis. Maar ik kan mijn mening goed verwoorden en ik heb ongeveer dezelfde technologische kennis als de gemiddelde Nederlandse jongere. Mijn rol in de DigiRaad is om te vertellen hoe ik denk dat jongeren zullen reageren. Als een bedrijf aan me voorlegt: ‘Ik wil deze app voor jongeren op de markt brengen, is dat wat?’, kan ik zeggen: ‘Dit lijkt me te hoog gegrepen’, of ‘Niet duidelijk genoeg’ of juist ‘Tof, dat ziet er leuk uit!’ Dat vind ik superleuk om te doen.”

Het is alweer een tijd geleden, maar welke vraag van dat openbare interview bij Beeld en Geluid vonden jullie het leukst?

Dennis: “We kregen vragen over hoe we dachten dat internet eruit zal zien over tien jaar; en over de nadelen van alles online zetten. De beste vragen vond ik die over het gebruik van apps op school en onze mening daarover en over hoe scholen onderwijs leerzamer kunnen maken met tablets en apps.”

Vivianne: “Ik vond de vraag leuk welke sociale media we het vaakst gebruiken. We bleken een heel andere top-3 te hebben, zo grappig. Dennis noemde 1] Twitter, 2] Facebook en 3] Instagram. Ik heb op 1] Instagram staan, op 2] Snapchat en op 3] een wisselend socialemediaspelletje dat ik samen met vrienden speel, Candy Crush of Trivia Crack of zo.”

Het belangrijkste is de instelling ‘ik ben er nieuwsgierig naar hoe het werkt en ik wil het graag leren’

En wat vinden jullie van het gebruik van apps in de klas?

Dennis: “Dat ligt eraan hoe je die apps gebruikt. Als dat op je eigen telefoon, tablet of laptop is, werkt het niet – voor mij niet, in elk geval. Ik ben dan veel te snel afgeleid; ik hoor dan een dwingend stemmetje in mijn hoofd ‘Dennis, je hebt een melding van WhatsApp-berichtjes, misschien zijn ze wel belangrijk’. En dan zap ik weg van mijn schoolwerk.”

Vivianne: “Mij lijkt dat ook niet verstandig om ons onze eigen elektronica te laten gebruiken op school. Geef ons liever een laptop of iPad om op te werken, die niet persoonlijk van ons is en waarop we geen meldingen van sociale media binnen krijgen.”

Zien jullie wat in het blokkeren van bepaalde sites?

Vivianne: “Onze school doet dat; als je via de schoolwifi naar Facebook wil, krijg je de mededeling op je scherm dat dat niet de bedoeling is. Dat helpt best; je wordt er toch even aan herinnerd dat het de bedoeling is om met schoolwerk bezig te zijn. Ik vind het fijn om zo een beetje geholpen te worden om me op mijn werk te concentreren, met zo’n duwtje van ‘ga eens aan de slag!’ Bij mezelf en bij klasgenoten zie ik dat dat best nodig is.”

Dennis: “Bij ons op school staat internet gewoon open, je kunt overal heen. Heel veel mensen zitten gewoon tijdens de les onlinespelletjes tegen elkaar te spelen; Curve Fever is erg populair, en sinds kort Agario. Dat leidt behoorlijk af van je schoolwerk.”

En? kunnen apps en sites de les beter of leuker maken?

Vivianne: “Jazeker! Biologiepagina.nl wordt bij ons echt fanatiek gebruikt. Als we het bijvoorbeeld hebben over de werking van het hart, laten leraren er een animatie van zien op die site en leggen het aan de hand hiervan uit. Zo wordt de stof veel duidelijker.

De app Kahoot! is helemaal leuk, daarmee kunnen leraren quizjes maken over de lesstof. Die quiz doen we dan met de hele klas via onze telefoon en het digibord, alsof het een spelshow op tv is. Iedereen wordt zo enthousiast en fanatiek en dat is veel leuker dan een dictee of individuele toets. Ik ben er helemaal vóór dat leraren zulke manieren verzinnen om internet te gebruiken in de klas. Op deze manier kan leren leuk en makkelijk zijn.”

Dennis: “Bij ons wordt Kahoot! ook wel eens gebruikt en programma’s als Duolingo en Wrts om woordjes mee te leren. Maar ict hoeft niet in elke les; elke les Kahoot! wordt ook een beetje saai. Boeken moeten niet verdwijnen, vind ik. Soms is het fijner om een boek in handen te hebben en daarna opdrachten te maken op internet – al vind ik typen op een iPad wel irritant. Er moet een beetje balans zijn tussen het gebruik van boeken en internet.”

Zijn leraren handig genoeg in het toepassen van zo’n uitgebalanceerde combinatie?

Vivianne: “Vooral jonge leraren gebruiken wel soepel verschillende tools, zij zijn er zelf ook mee opgegroeid. Sommige oudere leraren begrijpen nog steeds niet hoe het digibord werkt, ze drukken op de verkeerde knopjes of krijgen het geluid niet aan.

Wat ik daarvan vind? Aan de ene kant vind ik dat na al die jaren dat internet en ict al gebruikt worden op school, het onderhand wel soepel zou moeten lopen in de les; iedereen zou nu toch wel een beetje moeten snappen hoe het werkt. Vooral ook omdat het in de toekomst alleen maar meer gebruikt zal gaan worden. Maar als een leraar niet weet hoe het digibord werkt en de klas om hulp vraagt, vinden wij dat alleen maar schattig; we helpen met alle liefde. We sturen twee of drie van ons naar voren, die de boel fiksen en ook aan de leraar uitleggen hoe het moet.

Het belangrijkste vind ik dat alle leraren – net als alle mensen trouwens – de instelling moeten hebben ‘ik ben er nieuwsgierig naar hoe het werkt en ik wil het graag leren’. Anders komen ze niet veel verder.”

Hoe kunnen scholen stimuleren dat leraren leren hoe ict en internet te gebruiken in de les?

Vivianne: “Ik zou het fijn vinden als op elke school een groepje van handige leraren gevormd zou worden; zij kunnen dan andere leraren helpen. Niet alleen met de bediening van het digibord,

of het weer aan de praat krijgen van het bord bij storing, maar vooral met bedenken hoe ze internet kunnen gebruiken bij de uitleg en het oefenen van de lesstof.”

Dennis: “Ja, en een groepje leerlingen die goed weten hoe met internet en de technologie op school om te gaan. Die kunnen dan andere leerlingen en ook leraren helpen.”

Vivianne: “Ik zou willen dat die minder handige leraren daar echt voor open zouden staan en ook soms durven beslissen: ‘Oké. Doe die boeken maar weg, deze les doen we digitaal’. Ik denk dat je nieuwe vaardigheden het beste oppakt door het vaker toe te passen. Iedereen op cursus is niet genoeg, ze moeten het gewoon vaker doen. Verder vind ik het belangrijk dat ze internet en ict gaan zien als een toevoeging aan de les, in plaats van iets wat moet omdat het `bij de tijd past´. En dan is het fijn als ze binnen school begeleiding kunnen krijgen.”

'Als je te bang bent, kun je niet vernieuwen en ontwikkelen'

Op de site van de DigiRaad geven jullie tips over hoe jongeren zich kunnen beschermen tegen de risico’s op internet. Passen jullie je eigen tips toe?

Dennis: “Ik verander niet regelmatig mijn wachtwoorden. Ik gebruik wel vrij ingewikkelde wachtwoorden, voor elk account een ander en ik schrijf ze nooit op. Dat is behoorlijk veilig, maar ja, soms weet ik dan niet meer welk wachtwoord bij welk account hoort… Ik geef nooit iemand mijn inloggegevens en ik ben ook niet zo bang dat iemand mijn account hackt. Professionele hackers als Anonymous krijgen dat wel voor elkaar, ze hadden laatst ook de Facebook-, Twitter- en Instagram-accounts van Lil’ Kleine gehackt en vervelende dingen gepost uit zijn naam. Tegen professionele hackers kun je je niet goed verdedigen. Maar bij de meeste mensen waar iets misgaat, is dat omdat ze zelf op een rare link geklikt hebben of zo. Als je daar goed voor oppast, loopt het zo’n vaart niet.”

Vivianne: “Mijn broer heeft zoiets wel eens meegemaakt. Hij speelde een onlinespel; zijn account is een keer gehackt, ze hebben ze al zijn virtuele geld en spullen gestolen, alles was weg. Hij heeft dat gemeld bij de makers van het spel en toen kreeg hij alles wel weer terug; maar het was een shock om te merken dat anderen de mogelijkheid hebben om je zoiets aan te doen. Hij is er nooit achter gekomen wie het gedaan heeft en hoe. Het kan iemand zijn met wie hij regelmatig speelt, of een wildvreemde; je weet het niet. Dat is wel het vervelende en enge van internet, dat je niet weet wie er aan de andere kant achter het scherm zit.

Je kan er niet zoveel tegen doen, maar het heeft ook geen zin om er superbang voor te zijn. Eigenlijk is het net als de risico’s van autorijden: je weet dat er een ongeluk kan gebeuren, maar die risico’s accepteer je en je doet je best om zo veilig mogelijk te rijden.”

Sommige scholen zijn erg bang dat leerlingen via de wifi de website en de cijferadministratie hacken en daarin rommelen. Dat gebeurt ook wel eens. Wat vinden jullie daarvan?

Dennis: “De schoolwifi is meestal net zo weinig beveiligd als de wifi in de trein, iedereen die een beetje handig is, kan zien wat je doet. En net zoals je via de treinwifi geen bankzaken moet regelen, moet je via de schoolwifi geen cijfers invoeren. Cijfers worden ingevoerd via een administratieprogramma als bijvoorbeeld Magister. Die cijfers staan dan bij dat bedrijf op de beveiligde server, dus daar hoeft school zich niet veel zorgen over te maken. Schoolwebsites zijn vaak veel makkelijker te hacken. Meestal staat in het schoolreglement dat dat streng verboden is en dat wie het toch doet, geschorst wordt. Ik denk dat scholen beter aan de digitaal handigste leerlingen kunnen vragen of ze willen helpen met het opsporen van de zwakke plekken, zodat die beter dichtgetimmerd kunnen worden.”

Vivianne: “Voor scholen geldt hetzelfde als wat we net bespraken naar aanleiding van mijn broer: Als iedereen superbang gaat zitten zijn, kom je niet verder. Scholen moeten hun best doen om de beveiliging zo goed mogelijk te maken, maar verder de wifi gewoon toegankelijk maken voor iedereen op school. Als je te bang bent, kun je niet vernieuwen en ontwikkelen, zo kun je niet laten zien wat je met internet allemaal kunt doen in de les. En dat zou erg jammer zijn.”

……………

 

De DigiRaad [opgericht in 2006] is een groep van 16 enthousiaste jongeren tussen 12 en 22 jaar oud met als missie: Jongeren bewustmaken en informeren over veilig internetten. De leden van de DigiRaad praten [online of persoonlijk] over onderwerpen als online gedrag, de betrouwbaarheid van informatie en profielsites. Ze praten met elkaar, met andere jongeren, met ministers en andere politici, met maatschappelijke instellingen en bedrijven, in binnen- en buitenland. Ze nemen geregeld filmpjes op met tips over veilig internetgebruik om jongeren voor te lichten. digiraad.net

blog comments powered by Disqus