Docenten en studenten zijn van mening dat digitaal lesgeven te veel beperkingen heeft, en uitten hun ontevredenheid. Organisatiepsycholoog Matthijs Steeneveld denkt dat er veel mogelijkheden zijn die nu nog niet benut worden door veel docenten. 

Uit een enquête van CNV blijkt dat veel docenten moeite hebben met de beperkingen van online onderwijs. Luc van Dijk-Wijmenga, CNV-voorzitter sectorgroep Hoger Onderwijs en docent op twee hogescholen: “Docenten doen veel met apps als Teams, maar dat zijn geen educatieve apps. Ze zijn bedoeld om te vergaderen.” Docenten willen graag apps die specifiek bedoeld zijn voor educatieve doeleinden. Ook zouden ze graag ondersteund worden bij didactische problemen die voortkomen uit digitaal onderwijs. “Gelukkig wisselen docenten veel ervaringen uit over wat wel en niet werkt”, aldus Van Dijk-Wijmenga. “We scholen continu onszelf.”

Kansen in digitaal onderwijs

Organisatiepsycholoog Matthijs Steeneveld is trainer in online presenteren en lesgeven en hij denkt dat er nog kansen zijn die niet worden benut bij het digitaal lesgeven, hoewel hij erkent dat er ook zeker nadelen zijn. “Maar ik denk dat het digitale onderwijs vaak actiever kan”, legt hij uit. “Ik hoor docenten klagen: ‘tijdens online colleges krijg ik geen vragen meer’. Dat kun je makkelijker maken. Programma’s als Teams of Meet hebben een chatfunctie: in een zijbalkje van het scherm kunnen toehoorders berichtjes zetten. Een docent kan zeggen: ‘Ik ga het komende kwartier het volgende vertellen; komen er vragen op, zet die meteen op de chat, dan bespreken we die straks’.”

Op die manier kunnen studenten tijdens het verhaal van de docent hun vragen direct stellen. Steeneveld legt uit dat hij op die manier online juist makkelijker contact heeft met mensen. “Uit een zaal met driehonderd mensen krijg ik bijzonder weinig plenaire vragen. Online verschijnen makkelijk twintig, dertig vragen in een chat.” Ook zijn er in veel apps manieren om studenten in kleine groepjes aan het werk te zetten in zogeheten ‘breakout rooms’. Op die manier kunnen ze makkelijker met elkaar overleggen, aldus Steeneveld.

Door: Nationale Onderwijsgids