Tijdens een spreekbeurt of presentatie zit een groot deel van de klas apathisch onderuit gezakt of zijn/haar telefoon te bestuderen. Er is geen aandacht voor de presentator. Wat doe je dan? Je betrekt de klas en laat de leerlingen de presentatie [mede] beoordelen. Docenten gebruiken deze methode soms als zoethoudertje, maar beseffen onvoldoende dat ze eigenlijk goud in handen hebben.

Tijdens een spreekbeurt of presentatie zit een groot deel van de klas apathisch onderuit gezakt of zijn/haar telefoon te bestuderen. Er is geen aandacht voor de presentator. Wat doe je dan? Je betrekt de klas en laat de leerlingen de presentatie [mede] beoordelen. Docenten gebruiken deze methode soms als zoethoudertje, maar beseffen onvoldoende dat ze eigenlijk goud in handen hebben.

Het proces van leerlingen die elkaar feedback geven staat vooral bekend onder de naam peer assessment. Het is een krachtig leermiddel, een manier om actief, samenwerkend te leren. Leren van elkaar en met elkaar. Dat vraagt om een bewuste keus en een gedegen voorbereiding.

Peer feedback

De peers [gelijkwaardige deelnemers] geven elkaar feedback op het geleverde werk en dat kan leiden tot een beoordeling [assessment]. Andere benamingen zijn: beoordeling door medeleerlingen, 180 graden feedback, of peerbeoordeling. Meestal gaat het om formatieve, tussentijdse toetsing als onderdeel van een doorlopend proces van informatie verzamelen over de leerresultaten, over sterke en zwakke punten, die de docenten kunnen gebruiken voor hun lesvoorbereiding en die leerlingen gebruiken om hun voortgang te evalueren.

Peer feedback is in alle vormen van onderwijs toepasbaar, van basisonderwijs tot en met wetenschappelijk onderwijs. De peers spreken elkaar taal. Dat verkleint de afstand. Het geven van onderlinge feedback wordt ook beschouwd als een goede stap naar zelfstandig leren.

Er zijn twee soorten feedback te onderscheiden: open feedback, meestal door middel van een tekst, en gesloten feedback. Het tweede geval is ook geschikt voor summatieve beoordeling en dan geef je meestal punten of cijfers.

Praktisch

Goede feedback valt of staat met het hanteren van duidelijke criteria. De criteria kun je zelf bedenken, afleiden uit de opdracht en ook samen met je leerlingen opstellen. Waarop willen ze beoordeeld worden? En hoe? Weet je wat het betekent om hoog te scoren op die criteria? Of laag?

Een rubric is een stevig fundament bij het opstellen van criteria en biedt de mogelijkheid constructieve feedback op de prestatie te geven, niet op de persoon.

Feedback geven

De leerling wordt medeverantwoordelijk voor het leerproces van de groepsgenoten. Vriendjespolitiek of afrekenen draagt daaraan niet bij. Laat de leerling ook zichzelf beoordelen op dezelfde criteria: zelfevaluatie of self-assessment. Een paar aandachtspunten:

  • Wees objectief en eerlijk – ook naar jezelf.
  • Concentreer je op gedrag of prestatie, niet op de persoon.
  • Concentreer je op de criteria en laat andere informatie achterwege.
  • Behandel je medeleerlingen zoals je zelf behandeld wil worden.
  • Neem je tijd, ga niet overhaast te werk.

Feedback ontvangen

Over het algemeen wordt aangenomen dat de ontvangen feedback een goede stimulans is om je leerdoelen bij te stellen. Natuurlijk gaat de ontvanger kijken of alles klopt. Zien zij het goed? Ben ik het ermee eens? Waar zitten verschillen/overeenkomsten tussen de feedback van de ander en mijn zelfevaluatie? Kan ik hier een verklaring voor geven? Heb ik de neiging mezelf te over- of onderschatten?

Onderzoek

Esther van Popta is beleidsadviseur Onderwijs & ICT bij de Service Unit Onderwijs en Onderzoek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij adviseert opleidingen over de inzet van ict in het onderwijs en doet onderzoek naar de kwaliteit en het effect van [online] peer feedback. Nu het onderzoek bijna is afgerond, trekt zij de eerste, voorzichtige conclusies.

Via peer feedback leren leerlingen niet alleen het werk van anderen te becommentariëren, feedback te geven, maar ook om deze te ontvangen. Door naar het werk van anderen te kijken, ga je ook nadenken over je eigen prestaties. Van Popta zag dat bevestigd in de reactie van een studente die vertelde dat ze door het geven van peer feedback begon te twijfelen aan haar eigen overtuiging en ideeën. Dat is precies tegenovergesteld van wat we algemeen aannemen, namelijk dat de ontvanger er het meest van leert.

 ‘Leerlingen vinden het niet altijd fijn om peer feedback te ontvangen. Feedback geven hoort bij docenten, vinden ze. Bovendien is het geven van feedback niet altijd gemakkelijk. Dat moet je leren.’ Onlangs gaf Van Popta een lezing voor leerlingen van een zorgopleiding. Ze zag haar beeld bevestigd dat leerlingen peer feedback waardevol vinden, maar graag eerder in de opleiding willen leren hoe je peer feedback geeft en ontvangt.

Dat peer feedback een krachtig middel is om samen te leren en verder te komen, daar is Van Popta van overtuigd. ‘Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.’ Maar ook in het vmbo of het basisonderwijs ziet zij mogelijkheden. ‘De lerarenopleiding kan daar een rol in spelen, want zonder goede scholing is een docent niet in staat om dit proces te begeleiden. Invoering van peer feedback moet een overwogen keuze zijn voordat je die gaat inbedden in je onderwijs. Goede peer feedback zal een vliegwiel in werking stellen dat het leren versterkt’, aldus Van Popta.

Onderwijsconcepten zoals Virtual Action Learning [VAL] bieden met behulp van peer feedback leerlingen de mogelijkheid om geheel zelf verantwoordelijk te zijn voor het leerproces. De docent is assessor-ontwerper en trainer-coach en de student kan zelf het leerpad en leertempo bepalen.

Zelf een rubric maken

Hoewel het geen voorwaarde is een rubric te gebruiken bij peer feedback, is het wel een goed hulpmiddel. Het ontwerpen van een rubric is echter een pittige, intensieve klus, maar niet onmogelijk.

Het begint ermee dat je eerst goed nadenkt over de doelen van je les. Wat moeten leerlingen kunnen en kennen? Wanneer hebben ze het doel bereikt en op welke momenten kunnen ze steken laten vallen? Welke deeldoelen kun je onderscheiden? Hoe objectiever de omschrijvingen, hoe gemakkelijk het is de rubric in te vullen en erover van gedachten te wisselen. Leerlingen en docenten kunnen hetzelfde beoordelingsformulier gebruiken.

Een rubric heeft meestal de vorm van een tabel of een lijst met criteria. Het hoogste niveau beschrijft een uitstekende prestatie, het laagste een [zeer] slechte prestatie. Je kunt net zo veel niveaus maken als je wil. Te veel niveaus kan een valkuil zijn, want dat levert vaak heel veel nawerk op en soms kun je een bepaald aspect niet goed invullen. Is de rubric niet gedetailleerd genoeg, dan geef je gelegenheid voor ruime interpretatie en oeverloze discussies. Dat wil je met een rubric juist voorkomen.

Voorbeeld van een rubic

Je kunt samen met je leerlingen een rubric opstellen. Je geeft ze inspraak, en daarmee inzicht, in wat er van hen verwacht wordt. Dat is vooral een voordeel bij complexe vaardigheden. In veel gevallen wordt een rubric in het [eerste] gebruik bijgesteld. Is hij eenmaal af, dan kan hij jaren mee.

Rubic voor het basisonderwijs

Ondanks alle mooie digitale, praktische oplossingen blijft het allerbelangrijkste dat je met elkaar in gesprek gaat: je feedback toelichten, vragen stellen en beantwoorden. Ook daarbij zijn rubrics heel behulpzaam. Ze helpen je je te concentreren op waar het werkelijk om gaat: op de bal spelen en niet op de man.