Er zijn tijden geweest dat het schoolvak informatica er rooskleuriger voorstond. Op diverse middelbare scholen wordt het afgeschaft, simpelweg omdat er geen opvolgers zijn voor de overgebleven docent die met pensioen gaat.Schoolbesturen hechten weinig belang aan het vak. Hun leerlingen zijn immers ook zonder informatica prima in staat om hun smartphone te bedienen, een game te spelen, te twitteren en Facebook te gebruiken.

Er zijn tijden geweest dat het schoolvak informatica er rooskleuriger voorstond. Op diverse middelbare scholen wordt het afgeschaft, simpelweg omdat er geen opvolgers zijn voor de overgebleven docent die met pensioen gaat.Schoolbesturen hechten weinig belang aan het vak. Hun leerlingen zijn immers ook zonder informatica prima in staat om hun smartphone te bedienen, een game te spelen, te twitteren en Facebook te gebruiken.

Tegelijkertijd ligt er het KNAW[i]-advies om het vak informatica om te vormen tot onderwijs in digitale geletterdheid, in combinatie met ontwikkelingen op het gebied van mediawijsheid. Aan de andere kant gaan er regelmatig stemmen op om programmeren als basisvaardigheid in het onderwijsprogramma van vo en zelfs po op te nemen. Een gesprek met een jonge, betrokken informaticadocent.

Johan Korten is docent informatica op scholengemeenschap Pieter Zandt in Kampen en docent ‘Ict en Zorgtechnologie’ bij het Instituut Verpleegkundige Studies van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Hij is enthousiast, jong en niet voor niets bestuurslid van de Vakvereniging informatica & ict met in zijn portefeuille Informatica 2.0. Hij wil actief meedenken en mee ontwikkelen aan zijn vak. Korten vertelt: “Over twee weken doe ik mijn laatste tentamen en dan ben ik bevoegd informaticadocent. Ik sta echter al zo’n acht jaar voor de klas. Bij de inhoud van dat tentamen heb ik mijn bedenkingen of de stof nou zo relevant is om met mijn leerlingen te behandelen. Dat geeft meteen één van de problemen aan die er voor zorgen dat het vak is zoals het is.”
 

Digitale geletterdheid
Na zijn vwo deed Korten de opleiding HBO-informatica en vervolgens studeerde hij Onderwijskunde aan de Universiteit Twente. “Als student-assistent ben ik toen betrokken geraakt bij het opzetten van de lerarenopleiding informatica, de master, bij de UT, waar ik vervolgens ook ben ingestroomd.”
Veel van Kortens collega’s in het land hebben een andere achtergrond. “Vroeger had je geen informatica-opleidingen. De oudere garde van de universiteit komt ofwel uit de wiskunde, ofwel uit de elektrotechniek”, aldus Korten. “Ook is er in het vo een aantal jaar een omscholingstraject geweest, waarbij je zelfs als gymdocent naar informatica kon switchen. Iedereen doet waar hij of zij goed in is. De KNAW adviseert niet voor niets nu een grondige revisie.”
”Het huidige informaticaonderwijs leidt niet tot digitale geletterdheid: een basisvaardigheid in de huidige ict-gedomineerde samenleving”, zo oordeelde de Akademie. De KNAW pleit daarom voor een nieuw, verplicht vak in de onderbouw van havo/vwo en grondige vernieuwing van het keuzevak informatica in de bovenbouw. “Maar omdat het ministerie van OCW hier geen prioriteit aan geeft, gaat dat waarschijnlijk een verandering van de lange termijn worden”, zo verwacht Korten.

Modulaire opzet
“Vorig jaar heeft onze Vakvereniging i&i een aanzet gegeven voor vernieuwing van het vak. We hebben het informatica 2.0 genoemd. De aanpak is vernieuwend en heeft een aantal belangrijke uitgangspunten. Zo is het vak modulair van opzet, gaan we werken in ‘de cloud’, met ondersteuning op afstand door landelijke teams. Verder willen we gevorderde leerlingen inschakelen om jongerejaars te begeleiden. Net als bij vakken zoals nieuwe natuurkunde, moeten we bovendien naar een concept-context aanpak, waarbij je vanuit concrete contexten naar een informaticaconcept toewerkt. Een voorbeeld: je wilt als leerling je kluisje openen en houdt je pas tegen de centrale paslezer aan. Toch gaan niet alle kluisjes open, maar alleen jouw kluisje. Een informaticasysteem zorgt daarvoor.
Het is onze bedoeling dat alle leerlingen een bepaald basisniveau aangeboden krijgen en dat de modules vervolgens toegespitst worden op de diverse vervolgopleidingen. Een module medische informatica is bijvoorbeeld relevant voor aanstaande medicijnen studenten, terwijl een module over het aansturen van processen relevant is voor werktuigbouwers, procestechnologen of civiele techneuten in spe. Je moet geen informatici willen kweken in het voortgezet onderwijs. Het vak moet in onze visie toegepast worden aangeboden.”
De vereniging hoopt met deze veranderingen het aantal scholen dat informatica wil en kan aanbieden, te vergroten. “Ons plan kan leiden tot een groter aantal leraren dat het vak wil geven, omdat ook leraren in opleiding zich erdoor geïnspireerd zullen voelen”, zo verwacht Korten.

Met z’n allen slagvaardiger
”Juist door het KNAW-advies zijn meer partijen bereid om de neuzen dezelfde kant op te bewegen”, merkt Korten. “Met z’n allen word je slagvaardiger. Docenten durven weer meer eigen schoolprojecten te starten, om scholieren te enthousiasmeren. Het Amsterdamse project ‘ ICT in de Wolken’, uitgebreid beschreven in de Vives van april, is daar een mooi voorbeeld van.”

Korten is, vanuit zijn vakvereniging, nauw betrokken bij de ontwikkeling van de hbo-master informaticadocent. “Anders dan bij de universitaire masteropleiding, gaat die ontwikkeling bottum-up: wat heeft een specifieke docent in de klas nodig? Ook betrekken we er expliciet leerlingen bij.”
De nascholing moet volgens Korten eveneens beter op de rit gezet worden. “Zeker omdat het nu eigenlijk een heel nieuw vak wordt. Nascholing kan deels binnen de master-lerarenopleidingen, deels op andere plekken plaatsvinden. Bijvoorbeeld op bijeenkomsten van onze vereniging.”

Inbreng leerlingen
Korten is groot voorstander van de inzet van leerlingen bij de dagelijkse lespraktijk. “Onderschat de mogelijkheden niet. Ik heb bijvoorbeeld de hand weten te leggen op de allernieuwste Lego-robot, die nog nergens verkrijgbaar is. In plaats dat ik zelf helemaal ga uitzoeken hoe alles in elkaar zit, laat ik dat een groepje leerlingen doen. Zij leggen het vervolgens uit aan hun mede-leerlingen, die ermee gaan werken. Ik maak mijn leerlingen sowieso graag een beetje gek met nieuwigheden. Dan geef ik ze, bij voorkeur via ‘flipping the classroom’, een basisinstructie, en vervolgens gaan ze zelf uitvinden wat ermee kan en hoe ze het in gaan zetten. Als docent ben je vooral coach. Je springt in waar nodig. Mijn leerlingen vinden het erg prettig om zo te werken. Het geeft ze veel vrijheid en ze zijn in de klas heel praktisch bezig. In een bedachte casus is het altijd een gedidactiseerd probleem. Als ze in mijn klas werkelijk iets gaan ontwikkelen of bouwen, komen ze échte problemen tegen, die ze moeten proberen op te lossen. Dat is veel interessanter. Het geeft bovendien veel meer voldoening als je een écht probleem getackeld hebt. Als docent ben je op deze manier natuurlijk wel je vertrouwde manier van werken kwijt. Je fungeert meer als vliegende keep. Maar het enthousiasme van de leerlingen geeft mij zo veel meer voldoening, dan wanneer ik een vast riedeltje afdraai.”

Geprogrammeerde werkelijkheid
Ook programmeren hoort zeker bij het toekomstige informaticavak, maar Korten ziet het breder. “Ik vind niet dat alle jongeren code moeten leren programmeren, absoluut niet. Maar wel vind ik het belangrijk dat ze leren dat de werkelijkheid om hen heen geprogrammeerd is. Dat is ook onderdeel van de digitale geletterdheid, waar de KNAW over spreekt. Als je het leuk vindt, moet je vooral in de gelegenheid worden gesteld om te leren programmeren. Maar je hoeft niet per se met codes te kunnen werken om notie te hebben hoe geprogrammeerd alles om ons heen is. Leerlingen moeten veel meer probleemoplossend te werk gaan. Daar leren ze veel van. Zo heb ik ooit een programmeerproject gedaan met basisschoolleerlingen van groep 2 en 3. Daar kwamen helemaal geen computers aan te pas. De kleuters programmeerden hun mede-leerlingen met zogenaamde voetstapinstructies. De voetstapjes op de kaarten verbeeldden een bocht naar links/rechts, vooruit, start/stop. De leerlingen hadden het principe razendsnel door.”

Oproep: Denk mee hoe het nieuwe informaticavak ingevuld zou moeten worden. Uw reactie is welkom op: informaticaacademie.nl

Financiële impuls voor probleemoplossende leerlingen
Leerlingen met een innovatief ict-idee voor het vak informatica of hun profielwerkstuk worden door de Vakvereniging i&i uitgenodigd een Mi&i-subsidie aan te vragen. Vo en mbo-leerlingen kunnen deze subsidie gebruiken om soft- of hardware of andere materialen aan te schaffen die nodig zijn om hun opdracht uit te voeren. Voorwaarde is dat het uitgevoerde idee het onderwijs of de maatschappij ten goede komt. Met de subsidie kan een leerling toch dat ene geweldige idee realiseren, zonder de beperkingen van een school- of vaksectiebudget. De subsidie wordt aangevraagd door een leerling of een groepje leerlingen. De begeleidende docent tekent de aanvraag. Alle projectideeën worden beoordeeld door een onafhankelijke jury. Na goedkeuring door de jury gaan de leerlingen aan de slag met het project. Ze maken een kort projectplan met een kostenraming. Wanneer het project is afgerond, ontvangen ze het subsidiebedrag, tot een maximum van €150. Na presentatie van het project op de i&i conferentie volgt een bonus van €100. Lees alles over de Mi&i-subsidie op mieni.nl

[i] KNAW: Koninklijke Akademie van Wetenschappen