De zesde editie van de IPON ligt inmiddels weer achter ons. Stond IPON voorheen voor Ict Platform Onderwijs Nederland, nu is dat Innovatie Platform Onderwijs Nederland geworden. Want zoals dagvoorzitter Dieter M

De zesde editie van de IPON ligt inmiddels weer achter ons. Stond IPON voorheen voor Ict Platform Onderwijs Nederland, nu is dat Innovatie Platform Onderwijs Nederland geworden. Want zoals  dagvoorzitter Dieter Möckelmann tijdens de opening van de beurs terecht aangaf: “Met de term ict doen we IPON tekort. Ict is slechts een middel”. Dus vanaf nu staat de ‘I’ in IPON voor Innovatie!
Vives vroeg Henk van de Hoef van O21 en expert op het gebied van onderwijs met ict, verslag te doen van zijn bevindingen en de diverse spelers in dit veld in kaart te brengen.

1: de uitgeverijen
Deze belangrijke speler heeft  wellicht als geen ander te maken met veranderingen, die men soms met moeite het hoofd kan bieden. Mijns inziens is de grootste fout die de grote uitgeverijen de afgelopen jaren hebben gemaakt, dat men onvoldoende is meegegaan in de technische mogelijkheden en de vraag van het onderwijsveld. In een aantal gevallen is bewust jarenlang op de rem getrapt, opdat huidige papieren methodes en educatieve softwarelicenties zo lang mogelijk verkocht zouden blijven. Inmiddels wordt men ingehaald door kleinere partijen die de nieuwe realiteit wél onder ogen zagen, en zich vol overgave en innovativiteit op de markt stortten. Ik denk hierbij aan initiatieven die ontplooid zijn door partijen als Prowise, Gynzy, Squla, EduApp en Snappet. Verschillende uitgeverijen zien nu in dat het roer om moet. Voor hen ligt er de uitdaging om vanuit de nieuwe realiteit te bezien wat de rol van de uitgever wordt.  

2: de schoolleveranciers
Al jarenlang nemen schoolleveranciers een belangrijke plaats in binnen het onderwijs. Als totaalleverancier verkopen zij methodes, software, meubilair en schoolartikelen. Hoewel de catalogi van deze bedrijven de laatste jaren flink zijn uitgebreid richting het thema ‘Onderwijs en ICT’, zijn het ook voor hen spannende tijden. De rol die ze als tussenleverancier jarenlang met verve spelen, wordt bedreigd door het feit dat deze schakel in de keten in steeds meer gevallen wordt overgeslagen. Dit betekent dat ook zij op zoek zijn naar een nieuwe marktstrategie. Een typerend voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen schoolleveranciers en uitgeverijen bij het platform Basispoort.

3: de netwerkleveranciers
Ook de netwerkleveranciers hebben te maken met een veranderende markt. Nog niet zo lang geleden bracht ruim 75% van alle basisscholen het beheer van het netwerk op school onder bij een van de landelijke beheerspartijen. De educatieve software die op de server was geïnstalleerd, werd in grote mate remote door deze partijen beheerd. Door de ontwikkelingen van het 'in de cloud' werken dient zich ook voor deze belangrijke spelers een nieuwe realiteit aan. De manier van beheren zal in de nabije toekomst fors veranderen, omdat alle applicaties in de cloud en niet meer op locatie beheerd hoeven worden.

Partijen dienen zich aan op de markt en pretenderen volledig in de cloud, of met behulp van platforms als Google Apps of Office 365 het gehele beheer uit handen te kunnen nemen. Deze laatste groep gaat voorbij aan het feit dat een school niet te vergelijken is met een kantoor- of thuisomgeving. Tegelijkertijd kunnen 'traditionele' beheerspartijen in de valkuil stappen door te blijven redeneren vanuit het eigen concept.

4: de platform-aanbieders
Tijdens mijn gesprekken op de IPON met partijen die redeneren vanuit hun eigen platform of techniek, viel het mij op hoe er vanuit de techniek kan worden gedacht. Aanbieders van dergelijke platforms dienen zich te realiseren dat een Windows-, Google- of Apple-gerelateerd platform een middel is en blijft. In-the-cloud werken is niet dé oplossing voor alle onderwijs- en gebruikersvragen. We hebben nu eenmaal te maken met grote primaire en secundaire processen, met vaardigheden van leerkrachten, met software en content die nog niet volledig klaar is voor de nieuwe werkelijkheid en met technische voorwaarden [zoals goedwerkende draadloze voorzieningen], die nog lang niet altijd gerealiseerd zijn.  

5: de LVS-aanbieders 
Deze speler heeft de afgelopen vijf jaar een grote vlucht genomen. Met de invoer van het handelings- en opbrengstgericht werken, de verscherpte sturing op resultaten en de mogelijkheid om leerlingen beter te volgen, zijn deze applicaties steeds verder doorontwikkeld. Maar door de ontwikkelingen van de laatste tijd, is de vraag of deze partijen 'last' zullen krijgen van concurrentie. Want wat gebeurt er als de educatieve content zo wordt ontwikkeld, dat het van iedere leerling op ieder moment van het jaar duidelijk is waar hij zich bevindt in zijn ontwikkeling t.o.v. het groepsgemiddelde, de gemiddelde score van de school of het landelijk gemiddelde? Ontwikkelingen van volgsystemen binnen een applicatie als Snappet, Rekentuin en Taalzee laten een vergezicht zien waarbij de leerling op zijn eigen niveau doorontwikkelt, waarbij de leerkracht tot op detail kan inzoomen op de vaardigheden van het kind. Zijn er straks überhaupt nog toetsen nodig, of blijven er hoogstens landelijke [of school-]standaarden over waar een school of individuele leerling zich aan kan meten?

6: de onderwijsadviseur
Ook in het land van de adviseurs is het nodige aan de gang. Scholen worden [terecht] kritischer op het inhuren van begeleiding en ondersteuning. Ook adviseurs lopen soms in verwarring rond om de contouren te verkennen waar het in onderwijsland naar toe gaat. Lang niet alle adviseurs zijn in staat om hun [vaak] specifieke inhoudelijke kennis te vertalen naar de nieuwe situatie.

De Steve Jobs scholen [aanwezig op de IPON bij monde van Maurice de Hond]  spreken mijns inziens veel te-kort-door-de-bocht oneliners uit, maar zetten ons wel aan het denken. Ik citeer de Hond: "je hebt geen ict-coördinator meer nodig, want je hebt leerlingen in de klas," en "denk niet teveel in leerlijnen. Leerlijnen zijn maar bedacht door leraren". Deze ongenuanceerde uitspraken doen geen recht aan de complexiteit van het onderwijs. Ondanks dat zetten ze wel aan tot denken, en helpt het ons hopelijk de uiteindelijke koers verder door te zetten. Het grootste risico bij deze beweging vind ik, is dat men vanuit het middel en de techniek denkt, in plaats van uit de onderwijsinhoudelijke doelstellingen.

7: de leraar

Te midden van al die spelers die koers zetten, loopt de leraar rond. Hij of zij laat zich onder de indruk brengen van innovatieve ontwikkelingen die gemak, genot en gewin lijken op te gaan leveren. Niet zelden is de leraar ook in verwarring: hoe ga ik om met mijn veranderende rol? De leraar dient zich te professionaliseren, maar zich ook te realiseren dat hij er nu en in de toekomst in zeer grote mate toe blijft doen. Onderwijs zal altijd leraar gebonden blijven. Leren kan het beste in groepen plaatsvinden; het is een sociaal proces. Er is altijd instructie en feedback nodig die afgestemd is op de behoeften van de leerling. Een goede – warme – relatie tussen leerling en leraar is daarvoor de voorwaarde. De focus op het doorlopen van een individuele leerroute door middel van tablets en de achterliggende software is mooi, maar niet zaligmakend.

8: de leerling

De leerling was ook aanwezig, ondermeer bij de school van de Toekomst. Ze lieten zien hoe zij met educatieve content, met Social Media en tablets omgaan. Leerlingen lijken met speels gemak op te pakken waar veel volwassenen moeite mee hebben. En toch kan ik me soms niet aan de indruk onttrekken dat we de vanzelfsprekende manier waarop leerlingen zaken oppakken, idealiseren. Niet ieder kind is er bij gebaat om zelfstandig en zelfsturend door het leerproces heen te gaan. Aandacht voor alle leerlingen in al hun geledingen, blijft noodzakelijk, ook met de nieuwe innovaties en ontwikkelingen. Ieder kind dat optimaal 'op zijne wijs'  leert, daar gaat het uiteindelijk om.

Tot slot
Waarschijnlijk zijn er nog diverse spelers niet aan bod gekomen. De ouders bijvoorbeeld. Of de overheid. Wat ik heb willen weergeven is dat op de IPON voelbaar is waar we ons naar toe bewegen. De verwarring is voelbaar op het speelveld en soms sneuvelen spelers die weer van voor af aan moeten gaan beginnen, of zelfs afhaken. We staan op een kantelpunt van een forse technologisering van het onderwijs. Voorwaarde voor succes hierbij is dat het onderwijskundig ingebed is. 

 

Over de auteur
Henk van de Hoef van O21 [onderwijs in de 21e eeuw] houdt zich met name bezig met de thema’s onderwijs met ict, opbrengstgericht werken en onderwijskundig leiderschap. Naast het begeleiden van scholen en schoolbesturen verzorgen hij o.a. een masterclass opbrengstgericht passend onderwijs en de opleiding ICT21 voor ict-coördinatoren. o21.nu