Al meerdere jaren is bekend dat het slecht gesteld is met de rekenvaardigheid van de leerlingen in het Nederlands voortgezet onderwijs.

Al meerdere jaren is bekend dat het slecht gesteld is met de rekenvaardigheid van de leerlingen in het Nederlands voortgezet onderwijs. “Ze tikken maar wat knopjes in op de rekenmachine, maar begrijpen niet waar ze mee bezig zijn.”

Wat eerst slechts op een onderbuikgevoel leek en werd aangewakkerd door de media, is inmiddels met cijfers gestaafd. Het rekenniveau daalt. Pabostudenten zakken voor de rekentoets en Nederland daalt op de ladder van PISA [Programma for International Student Assesment]. “Pabostudenten haken zelfs af vanwege de verplichte rekentoets. Het aantal studenten is flink afgenomen sinds de invoering van de toets”, aldus De Telegraaf.   

Kortom, in het land dat de ambitie heeft een echte kenniseconomie te zijn, worden de sommen slecht gemaakt. In dit artikel worden de standpunten van OCW en enkele reacties uit het veld naast elkaar gelegd. Hoe bereiden scholen hun leerlingen voor op de rekentoets? Rekenmethoden en leermiddelen is ook een belangrijk thema op de Nationale Onderwijstentoonstelling 2013.

Rekentoets
Het wordt tijd voor actie, aldus de regering. In het voorjaar van 2010 hebben de Eerste en Tweede Kamer het Wetsvoorstel ‘referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ aangenomen. In die wet is voor alle onderwijssoorten vastgelegd wat leerlingen op bepaalde, strategische momenten in schoolloopbaan moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen.

Vanaf het examenjaar 2014 wordt een rekentoets afgenomen. Scholen voor voortgezet onderwijs [vo] hebben de opdracht gekregen hun leerlingen voor te bereiden op de rekentoets. Die rekentoets moet met een voldoende worden afgesloten. Wie lager dan een vijf haalt, heeft geen recht op een diploma. Dat is een strenge eis die voor sommige leerlingen een doemscenario oproept, bijvoorbeeld omdat ze dyslectisch zijn of last hebben van dyscalculie. Ook veel leerlingen in het vmbo zien de rekentoets niet met een gerust hart tegemoet. Voor hen is er geen aangepaste normering van de toets.

Pilots
De rekentoets in het vo wordt ingevoerd per schooljaar 2013-2014. In het voorjaar van 2012 zijn de eerste proeftoetsen, de pilots, afgenomen. In 2013 volgt de generale repetitie. De resultaten van de pilots in het voorjaar van 2012 zijn – vooral in vmbo-bb en havo – zorgwekkend. Respectievelijk 84% en 72% haalde een onvoldoende. Zulke scores roepen vragen op. Waar ligt dat aan? Is het rekenniveau inderdaad zo slecht? Is de toets te moeilijk? Is de beoordeling te streng? Of hebben de leerlingen de toets niet serieus genoeg gemaakt, omdat hij toch nog niet meetelt? De antwoorden blijven voor een groot deel giswerk.

Noodzakelijk
De minister staat op het standpunt dat rekenen noodzakelijk is, en dat er een goede toets moet zijn om de rekenvaardigheid te testen. “Je hebt rekenvaardigheid nodig bij andere schoolvakken, zoals wiskunde, economie, biologie, aardrijkskunde of natuurkunde. Maar ook om te kunnen functioneren in een beroep of in de maatschappij is een basis aan rekenvaardigheid belangrijk. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan het invullen van een belastingformulier, het nemen van een hypotheek of kiezen van een telefoonabonnement. Maar voor iets als het doen van boodschappen is een goed begrip van getallen en er mee kunnen rekenen van belang.”

Rekenonderwijs zelf inrichten
Scholen mogen zelf bepalen hoe ze het rekenonderwijs inrichten om hun leerlingen voor te bereiden op de rekentoets. Als rekenen zo belangrijk is, waarom stuurt het ministerie de scholen dan niet duidelijker aan dan tot nu toe het geval is? De reactie van OCW: “De minister stuurt heel duidelijk op de eisen waar leerlingen aan moeten voldoen. Die eisen zijn verwoord in rekentoetswijzers. Op grond van deze toetswijzers worden onder verantwoordelijkheid van het College voor Examens toetsen gemaakt door het CITO. In het voorjaar van 2012 heeft er een pilot plaatsgevonden om toetsen uit te proberen. Daarna kregen alle scholen in Nederland een voorbeeldexemplaar van zo’n toets. Scholen weten dus precies aan welke eisen hun leerlingen moeten voldoen.”

Dat laatste is voor veel scholen een bron van onrust, want hoe bereik je de rekendoelen? Scholen voor vo hebben daar geen of weinig ervaring mee. Moeten ze het wiel zelf gaan uitvinden? Op een aantal vmbo-scholen en in het praktijkonderwijs bestaat het rekenonderwijs wel, maar op HAVO en VWO-scholen wordt wiskunde geven, geen rekenen. Hoe moeilijk het is leerlingen goed voor te bereiden op de rekentoets, blijkt uit het verhaal van Chantal Alkemade, docente op een vmbo-school in Amsterdam met uitsluiten basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen. “Wij geven al vijf jaar rekenonderwijs, dus niet bij wiskunde, maar rekenen als apart vak. Collega´s zijn inmiddels tot echte rekendocenten om- en bijgeschoold. Ik heb een bijscholing gevolgd waarin verschillende onderdelen aan de orde komen, didactiek is een van de belangrijkste. Zeker omdat iedere leerling een eigen manier van rekenen heeft. Bij ons staat voorop dat het niet uit maakt HOE ze de som maken, als ze maar tot de juiste uitkomst komen. Onze leerlingen krijgen twee uur in de week rekenles en in die lessen ben ik telkens een kwartier van de les bezig met de tafels. Dit doe ik met bijvoorbeeld spelletjes en beloningen. Vorig jaar hebben we meegedaan met de pilot en we schrokken enorm van de resultaten, slechts 1 leerlinge was, na vier jaar rekenonderwijs, geslaagd voor niveau 2F!”

Die ervaring wordt gedeeld door Gerben Buscher, docent aan het vmbo. “Het niveau van de leerlingen is inderdaad matig, maar vooral ook de motivatie van de leerlingen. Rekenen is iets voor de basisschool, zo redeneren ze vaak. Ik merk dat het nog erg moeilijk is daarin een omslag te maken. Ook spelen grote niveauverschillen binnen de klassen een rol. In de bovenbouwgroepen zie je bijvoorbeeld grote verschillen tussen leerlingen die de economie als richting kiezen en zij die verzorging doen. In de onderbouw zie je al grote verschillen als leerlingen binnenkomen vanuit het basisonderwijs.” Daarmee stipt Buscher een ander probleem aan: er bestaan nog nauwelijks goed uitgewerkte doorlopende leerlijnen voor het rekenonderwijs. In opdracht van OCW is het SLO sinds 2008 bezig die te ontwikkelen en te implementeren.

Rol leerkracht
Critici twijfelen aan het nut en haalbaarheid van de rekentoetsen. Een van hen is Ben Wilbrink, psycholoog-onderwijsonderzoeker: “Het vermoeden bestaat dat deze rekentoetsen in niet te verwaarlozen mate verschillen in intelligentie zal gaan meten. Dat stelt leraren die belast zijn met het voorbereiden van leerlingen op deze tests voor een verdraaid lastige opgave.” Wilbrink wijst bovendien op de rol van de docent. “Een goede voorbereiding op deze rekentoetsen bestaat uit een goede instructie in rekenen en veel oefenen.” Ook Rachid Baouch, studieloopbaanbegeleider en docent wiskunde aan het ROC Mondriaan in Den Haag, benadrukt de rol van de docent. “Zijn alle docenten rekenen in staat om dit vak goed te geven en de kennis op een interessante en uitdagende manier over te dragen? Betrekken en motiveren van een leerling is ook een vak apart! Zijn alle docenten vakinhoudelijk sterk genoeg? Want een docent die vakinhoudelijk en vakdidactisch goed is en een positieve benadering van de leerling heeft, kan naar mijn mening positief bijdragen aan goede resultaten.” Om aan de groeiende vraag naar scholing tegemoet te komen bieden steeds meer schooladvies- en begeleidingsdiensten opleidingen tot rekendocent en rekencoördinator aan.

Dyscalculie
De rekenvaardigheid wordt op drie niveaus getoetst: 1F, 2F en 3F. De toevoeging F staat voor ‘functioneel’. Niveau 2F is voor de meeste Nederlanders het belangrijkste. Dit wordt ook wel het burgerschapsniveau genoemd. Dat heb je nodig om als lid van de Nederlandse samenleving met getallen om te kunnen gaan. De beoordelingscriteria voor de toetsen zijn voor iedereen gelijk, ongeacht de schoolsoort die je bezoekt of als je een handicap hebt. Sommigen leerlingen zijn rekenzwak of hebben dyscalculie. Voor dyslectische leerlingen is er van alles geregeld, van het gebruik van hulpmiddelen tot extra tijd, voor leerlingen met rekenproblemen is nog niets geregeld. Wat kunnen we verwachten? OCW: “Iedereen moet op zo’n gelijkwaardig mogelijke voet de toets kunnen maken; dus ook leerlingen met bijvoorbeeld dyscalulie. De minister doet er alles aan om te leerlingen met dyscalculie in staat te stellen het diploma te halen. Er wordt een protocol ‘Ernstige Reken Wiskundeproblemen en Dyscalculie’ ontwikkeld. Daarnaast wordt in opdracht van het College voor Examens op dit moment onderzoek gedaan door de Hogeschool Utrecht. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe leerlingen met een reken/wiskundestoornis recht kan worden gedaan bij de rekentoets.”

Voor het basisonderwijs was het protocol ERWD al beschikbaar, in november 2012 volgen de edities voor vo en mbo. “Op basis van dit protocol wordt door OCW onderzocht welke aanpassingen er op het rekenexamen mogelijk zijn. Voor de pilot in 2013 zijn er in ieder geval nog geen aanpassingen beschikbaar, maar mogen leerlingen met dyscalculie de zogeheten D-versie maken”, aldus OCW.

Uitgevers
Educatieve uitgevers haasten zich om de markt van rekenmethoden te voorzien. Veel wiskundemethoden kenden al een aanhangsel met rekenopgaven en nu rekenen zo’n prominente plaats gaat innemen, loopt de markt in rap tempo vol met gespecialiseerde methoden.

Het is al bekend dat de rekentoets volledig digitaal zal worden afgenomen. Toch is niet iedereen gecharmeerd van de digitale revolutie die zich voltrekt in het onderwijs. Soms lijken de laptops, digiborden en tablets niet aan te slepen, maar het traditionele boek – ‘folio’ in uitgeversjargon – blijft een prominente rol vervullen. Een aantal uitgevers speelt daar op in door uitsluitende digitaal materiaal aan te bieden. Anderen kiezen bewust voor boeken of een combinatie van boek en digitaal materiaal.

Of de vo-scholen een rekenmethode gaan gebruiken mogen ze zelf weten. Ze mogen ook zelf weten of ze rekenonderwijs gaan geven, of dit als onderdeel van de wiskundelessen integreren. Opbrengstgericht werken, betere prestaties in taal en rekenen en meer maatwerk zijn belangrijke ambities in het voortgezet onderwijs. Leermiddelen spelen als belangrijkste hulpmiddel van de docent hierin een cruciale rol.
Stephan de Valk, uitgeefdirecteur van Noordhoff,  laat op dinsdag 22 januari 2013 tussen 10:00 en 12:00 uur op het leermiddelenplein zien hoe leermiddelen zich in een hoog tempo vernieuwen door een intensieve samenwerking tussen scholen en uitgevers.

Meer informatie over NOT 2013 is te vinden via not-online.nl.