Door enthousiaste reacties op Twitter van leerlingen van het Veluws College over aardrijkskundelessen kwamen we terecht bij Matthias de Jong. Hij ontwikkelde samen met collega

Door enthousiaste reacties op Twitter van leerlingen van het Veluws College over aardrijkskundelessen kwamen we terecht bij Matthias de Jong. Hij ontwikkelde samen met collega’s complete leerlijnen in Wikiwijs.

Het Veluws College is een flinke scholengemeenschap met vestigingen in Apeldoorn en omstreken met zo’n 4000 leerlingen in totaal. Op de locatie Walterbosch waar De Jong werkt zijn er circa 1350. De Jong is aardrijkskundedocent in de onderbouw havo/vwo. Hij is aan tafel aangeschoven met twee collega’s, Maja Wallis [aardrijkskunde onder- en bovenbouw havo/vwo] en Merten Caneel [aardrijkskunde onder- en bovenbouw vmbo]. Alle drie werken ze soms of regelmatig met Wikiwijs. Caneel en Wallis zijn aangestoken door het enthousiasme van De Jong, die op zijn beurt weer is ‘besmet’ door zijn vader, die docent is op een mbo. “De directe aanleiding om met Wikiwijs aan de slag te gaan was de invoering van laptops, twee jaar geleden in de brugklas”, zegt De Jong. “Toen zijn we begonnen met digitalisering van het onderwijs. We wilden ons materiaal ergens zetten waar we erbij konden, op een manier die niets anders vereiste dan internet, liefst altijd gebackupped en goed gecategoriseerd. Ik wilde ook als brugklasmentor aan ouders en leerlingen laten zien dat we er echt serieus mee aan de slag gingen, dat de laptop geen hype was.”

Laptop en boek
De Jong is aan de slag gegaan met het maken van een arrangement, een soort webpublicatie, binnen Wikiwijs. De leerlingen op het Veluws College hebben naast hun laptop ,die overigens niet verplicht is, ook nog methodeboeken. De Jong heeft de indeling van het boek – en het jaar – aangehouden om een goede leerlijn op de site te zetten. “In principe is Wikiwijs aanvullend en ondersteunend. Ik zet er filmpjes op met uitleg, aantekeningen uit de les, diagnostische toetsen en dergelijke. Als we er niet aan toe komen in de les, of ze begrijpen het nog niet helemaal, kunnen ze hier verrijking opdoen of iets nakijken.” “Ik merk bij mijn leerlingen dat ik daar wel op moet hameren trouwens”, zegt Caneel. “uit eigen beweging doen ze dat niet snel. Omdat leerlingen niet verplicht zijn een laptop mee te nemen naar school, laat ik veel dingen ook via het digibord zien.” “Het hangt een beetje van de klas af”, zegt Wallis. “Leerlingen in 3 gymnasium kun je wel vragen voorafgaand aan de les thuis alvast een filmpje te bekijken. Zo kun je veel meer laten zien dan waar je in de les aan toekomt.”

Vakantieklus
Het bouwen van de Wikiwijs-arrangementen vond De Jong vrij eenvoudig. Voor de brugklas is er nu een arrangement dat behoorlijk ‘af’ is, voor jaar 2 en 3 is De Jong nog druk aan het bouwen. Een klus die vaak voor de vakanties gereserveerd wordt. “Je moet er even in thuisraken, maar het is een vrij simpele manier om leermateriaal te ontwikkelen. Via een menubalk kun je items naar de goede plek slepen. Het was soms even puzzelen – waarom doet dit filmpje het niet? – maar ik kwam er meestal snel uit. Je kunt bij het bouwen gebruikmaken van allerlei tools. Diagnostische toetsen maak ik bijvoorbeeld in Google Docs. De leerlingen maken de toets online, ik krijg de resultaten in mijn Gmail binnen. Ik kan makkelijk nagaan wie waar nog aan moet werken én ik kan eenvoudig checken of iedereen het opgegeven werk gedaan heeft.” Ook Wallis en Caneel gebruiken de D-toetsen regelmatig. “Leerlingen kunnen heel gericht oefenen, bijvoorbeeld met klimaatgrafieken”, zegt Wallis. “Leerlingen die oefenen, worden beloond”, zegt De Jong, “ze zien het in hun cijfer terug.” “Ook voor ouders is het handig”, vult Wallis aan. “Die kunnen hun zoon of dochter gericht aan de slag zetten.”

De Jong heeft voor het arrangement zelf opdrachten bedacht, oud materiaal hergebruikt en opdrachten gezocht op Wikiwijs die bij de stof en de doelgroep pasten. Die heeft hij geordend binnen de structuur van het boek. “Het is enorm handig om de opdrachten via deze site altijd onder handbereik te hebben. Het geeft je ook meer mogelijkheden te differentiëren in de les, via de laptop kunnen de leerlingen overal bij. Heeft een leerling extra uitleg nodig, dan kan ik ter plekke filmpjes of oefeningen laten zien. En door er veel verschillend materiaal op te zetten, kun je ook tegemoetkomen aan verschillende leerstijlen. De een ziet het liever audiovisueel uitgelegd, de ander doet liever wat oefeningen. Ook voor leerlingen die ziek of afwezig zijn geweest is het een uitkomst.”

Ga uitproberen
Met elkaar proberen ze de arrangementen zo compleet en aantrekkelijk mogelijk te maken. Wallis komt regelmatig dingen tegen, die De Jong er dan op zet. “We hebben ook veel digitale leermiddelen op Teletop gezet, die zouden we hier ook nog toe kunnen voegen”, zegt Wallis. Voor collega’s hebben ze eigenlijk maar één advies: vooral gaan doen, uitproberen. “De eerste tijd zul je er wat drukker mee zijn”, zegt De Jong. “Je moet er je weg in vinden en bedenken hoe je het wilt hebben. Welk doel heb je ermee? Gaan leerlingen er in de klas mee werken of alleen thuis? Soms wordt dat pas helder als je ermee begonnen bent. Ik heb het een keer helemaal omgegooid, de indeling die ik eerst had bedacht, bleek toch niet de meest ideale. Feedback van leerlingen en collega’s is handig.” “Probeer ook niet het wiel uit te vinden”, valt Wallis bij. “Kijk ook welke arrangementen al beschikbaar zijn bij Wikiwijs. Laat het geleidelijk groeien.” De Jong: “Het kost aanvankelijk best wat tijd, maar uiteindelijk bespaart het ook weer tijd omdat je al je materiaal geordend bij elkaar hebt, op een plaats waar iedereen er altijd bij kan.”

 

Wikiwijs in de praktijk: maak zelf een digitale les!
Heb je eigen teksten, afbeeldingen, video’s of bruikbaar materiaal gevonden op internet? Dan kun je dit zelf ontwikkelde en/of bestaande materiaal gebruiken en combineren tot een digitale les in Wikiwijs. Hoe dat in zijn werk gaat, lees je hieronder.
Arrangeren
Het combineren van materiaal noemen we arrangeren. Hiervoor kun je gebruikmaken van de  arrangeertool van Wikiwijs. Deze vind je onder het tabblad ‘Maak’. Het resultaat, een arrangement [digitale les], kun je publiceren en beschikbaar stellen aan je leerlingen of studenten. Als je een arrangement hebt gepubliceerd, kun je deze altijd aanpassen, bijvoorbeeld om fouten te herstellen of materiaal te actualiseren.
Samenwerken
Je kunt alléén, maar ook samen met een of meer auteurs werken aan een arrangement. Dat biedt je de mogelijkheid om materiaal onderling te bespreken, feedback te geven en/of te laten zien aan collega's of inhoudsdeskundigen.
En nu: stapsgewijs aan de slag!
Voor het maken van een arrangement zijn vier activiteiten van belang
1.         Het verzamelen van materiaal [bestanden, teksten, afbeeldingen, video’s etc.].
2.         Het combineren van de verzamelde materialen tot een arrangement.
3.         Het vormgeven van het arrangement.
4.         Het publiceren en delen van het arrangement.
Om een digitale les te maken, helpt de handleiding ‘Werken met Wikiwijs: Maken’ je op weg. Ga hiervoor naar wikiwijs.nl, klik op het tabblad ‘Maak’ , en klik vervolgens op ‘Handleiding’ bij het kader ‘Ondersteuning Wikiwijs Maken’.

 

www.wikiwijsleermiddelenplein.nl