Willemijn Assmann is bijna 9 jaar. Zij zit in groep 5 van de Sint Dominicusschool in Utrecht. Ze houdt van lezen, paardrijden en naar dolfijnen kijken. En ze heeft de allerbeste juf van Nederland.

Willemijn Assmann is bijna 9 jaar. Zij zit in groep 5 van de Sint Dominicusschool in Utrecht. Ze houdt van lezen, paardrijden en naar dolfijnen kijken. En ze heeft de allerbeste juf van Nederland.

“Ik krijg een paar keer per week huiswerk; vandaag voor spelling. Dat vind ik best leuk om te doen. Als ik bij papa ben, maak ik mijn huiswerk meestal beneden aan tafel. Of anders in mijn zitzak, dat is mijn lievelingsplekje. Bij mama heb ik een echt bureau op mijn eigen kamer.
Mijn school is vlakbij papa’s huis, we lopen er in een paar minuutjes heen. Als ik bij mama ben, brengt ze me met de auto.”

‘Wie ben ik?’-les
“Ik zit in groep 5, we zijn met 21 kinderen. Dat is best weinig, maar we hebben wel een superdrukke klas. Sommige kinderen zijn snel keiboos en gaan dan schelden; en andere kinderen zijn druk en lawaaierig of doen steeds moeilijk.
Toch voel ik me wel helemaal thuis in deze groep. Dat komt vooral door onze juffrouw Sanne, zij is echt een superleuke juf. Door haar is onze klas gezelliger en rustiger geworden. We krijgen elke maandag ‘Wie ben ik?’-les. Dan ga je nadenken over hoe je echt bent van binnen, dat vind ik heel erg fijn. De sfeer in de klas wordt daar beter van. In de les van vanmiddag deden we toneelstukjes. Twee kinderen gingen ruzie maken omdat de een pepernoot had afgepakt van de ander. En twee anderen lieten zien hoe je kunt helpen om die ruzie op te lossen – of hoe je het juist erger maakt. Ik zei bijvoorbeeld: ‘Joh, het gaat maar om één pepernoot, dat is toch niet de moeite om ruzie over te maken!’ en een ander meisje ging zelf meevechten. Dat was heel grappig.”

Compliment aan jezelf
“We hebben allemaal een boekje gekregen; eerst mochten we dat mooi versieren. Ik heb mijn boekje beplakt met bloemen en een vogeltje. In dat boekje moest je toen dingen opschrijven over jezelf. Dat is fijn om over na te denken. Eerst de dingen die je nog beter zou kunnen doen. Ik heb opgeschreven: ‘Niet meer laten afleiden’. De volgende bladzijde was voor complimenten aan jezelf. Daar heb ik opgeschreven: ‘Ik doe het goed met voorbereiden van rekenen, ik heb altijd netjes op tijd mijn schrift en boek klaarliggen’. Ik ben wel benieuwd wat we de volgende keer gaan opschrijven in dat boekje.”

Praatstok
“Weet je wat een praatstok is? De Indianen gebruiken er een: Het opperhoofd begint een gesprek met die praatstok in zijn hand en dan geeft hij die door aan de volgende in de kring. Wie de praatstok heeft, mag vertellen wat er op z’n hart ligt – niet klagen over anderen, maar echt wat over hem zelf gaat. Bijvoorbeeld: ‘Ik vond het niet fijn toen mijn pepernoot afgepakt werd’, maar niet ‘Ik vind hem stom’.
Wij hebben in de klas nu ook een praatstok, we zijn ermee aan het oefenen. Alleen wie de praatstok vastheeft, mag vertellen. De rest moet goed luisteren. Vragen stellen mag wel ‘Hoe bedoel je dat?’ of ‘Geef eens een voorbeeld?’. Dat noemen wij een ‘reactievraag’. Als je zo’n vraag hebt, moet je je vuist opsteken; bij gewone vragen hoort een vinger. Als we praten met de praatstok, mogen we alleen vuistvragen stellen. Dat heeft onze juf bedacht. Goed hè?”

Juf Sanne doet alles al goed
“We doen ook vaak even een spelletje tussen het werken door; dan wisselen we dat steeds af: werken – spelletje – werken – spelletje. Dat werkt heel goed voor onze concentratie.
Juf Sanne is een hele lieve juffrouw; ze is heel creatief en we zijn allemaal dol op haar. Ik weet niets te verzinnen wat mijn juf beter zou kunnen leren, ze doet alles al goed! Ze is echt een superleuke superjuf.“

Veel geleerd
“Ik heb het laatste jaar best veel geleerd, bijvoorbeeld om me in te houden als mijn kleine broertje weer eens irritant doet. Vroeger werd ik daar heel erg boos om en ging soms slaan; maar ik heb nu geleerd om dan rustig op de bank te gaan zitten, diep adem te halen en me in te houden. Dat is best moeilijk om te doen, mijn ouders hebben daarbij geholpen
En gedeeld-door-sommen heb ik ook geleerd. De hele klas heeft die geleerd van juf Sanne. Zij heeft ons laten zien hoe die gedeeld-door-sommen lijken op keersommen: Als je moet uitrekenen hoeveel ’12 : 2’ is, denk je aan ‘hoeveel x 2 = 12’, dan weet je dat dat 6 is. Dus gedeeld door is het omgekeerde van keer. Eerder was de hele klas aan het stressen over hoe moeilijk we het vonden en dat we het niet begrepen… Nu is het een maand later en vindt iedereen het een makkie. Ik ben niet meer bang voor gedeeld-door-sommen, ik vind ze zelfs fijn, grappig hè? De rekentoets vandaag ging heel goed.
Gym vind ik het fijnste vak. Vandaag leerden we met de Schotse sprong over een touw springen. Dat was best lastig. En we oefenden de radslag. Die kan ik al heel goed, maar vandaag moesten we proberen om op één lijn te blijven. Onze gymmeester Peter had een lijn op de grond getekend. Hij leerde ons dat de truc is om eerst goed je voeten op die lijn te zetten en je dan heel goed te concentreren op waar je handen moeten komen. Het is me gelukt.”

Digispullen in de klas
Wij hebben in onze klas een digibord, met daarbij een computer die alleen voor de juffrouw is; daar kan ze ook het digibord mee besturen. Voor ons staan er twee computers in de hoek. We gaan daarop rekenen en we mogen er zelf een krant op maken, dat is erg leuk om te doen.
Ik heb met iemand anders een krant gemaakt over zeehondjes, met foto’s en informatie. Die informatie hebben we opgezocht op Google. Dat was best moeilijk. We wilden weten hoe lang zeehonden kunnen worden. Dat heb ik wel tienduizend keer ingetypt, maar ik kreeg geen antwoord. Er stond alleen maar: ‘Een zeehond eet vis’. Ja duh, dat wist ik ook wel. Maar ik heb geen antwoord gevonden op de vraag hoe lang zo’n beest is, het stond echt nergens, ook niet op Wikipedia. Maar wel dat een zeehond twintig minuten onder water kan blijven; en dat je ‘m makkelijk kunstjes kunt leren. We vonden ook dat er twee soorten zeehonden zijn: de kegelrob en de zadelrob, best rare namen. We hebben een grappige foto van internet gehaald voor in onze krant, van twee zeehondenpopjes die gingen trouwen. Ook een plaatje van een rollende zeehond, en een van een moeder op een stuk ijs en een baby-zeehond in zee, die elkaar kusjes geven, heel schattig. We maken de krant op de computer en dan printen we het uit. Onze zeehondenkrant was twee pagina’s.
Ik zou best nog meer computers willen in mijn klas. Dan hoefden we niet steeds op onze beurt te wachten en kon ik vaker werken aan mijn krant. De juffrouw gebruikt het digibord heel veel, dat staat eigenlijk de hele dag aan. Ze laat altijd de sommen van rekenen zien en op welke bladzijde we moeten beginnen. En ook de uitleg van crea.”

Later
“Ik weet nog niet goed wat ik later wil worden, misschien wel ober of dolfijnentrainer; dolfijnen zijn zulke lieve dieren. Ik heb geen idee of het moeilijk is om een baan te krijgen als dolfijnentrainer of wat voor opleiding je dan moet doen. Maar het zou wel heel gaaf zijn!
Ik weet ook nog niet naar welke middelbare school ik straks ga. Gelukkig heb ik nog alle tijd om daarover na te denken. Misschien wel gewoon naar het UniC, dat is een leuke school en daar werkt mijn vader.”