In Nederland is het Miljoenenspel (oorspronkelijk

In Nederland is het Miljoenenspel (oorspronkelijk ‘who want to be a millionaire’) vooral bekend van het door Robert ten Brink gepresenteerde televisieprogramma. Door het goed beantwoorden van ‘slechts’ vijftien vragen kun je miljonair worden. Daag uw leerlingen eens uit om hun kennis te testen via een zelf gemaakte ‘who wants to be a millionaire’ met vragen over onlangs behandelde stof.

Speluitleg
Weet u het nog? Het miljoenenspel werkt met vijftien multiple choice vragen. Heb je een vraag verkeerd beantwoord, dan ben je af. Heb je vijftien vragen goed beantwoord, dan ben je in de televisievariant miljonair geworden. Elke goed beantwoorde vraag verhoogt het bedrag. In het televisieprogramma kun je ook stoppen bij een vraag, je krijgt dan het bedrag dat je op dat moment ‘waard’ bent. In totaal heb je drie ‘hulpjes’ die je eenmalig kunt inzetten: de 50/50 (de helft van de antwoorden vallen weg), mening publiek vragen (welk antwoord zou het publiek geven), telefoonlijn (je belt naar iemand van wie je denkt dat hij/zij het antwoord weet).
De hierboven kort beschreven quizvorm, kunt u gemakkelijk nabootsen via de gratis tool http://www.superteachertools.com/millionaire/. U en de leerlingen hebben er geen account voor nodig. We zetten de stappen die u moet zetten uiteen:

-Als u op de homepage op de afbeelding klikt, kunt u een bestaand miljoenspel uitproberen zodat u gelijk een beeld heeft van de mogelijkheden.
-Terug op de homepage kunt u klikken op de afbeelding ‘make a new game’.
-Vul vervolgens vijftien vragen in en de antwoordmogelijkheden. Ook geeft u aan welk antwoord juist is.
-Quiz af, dan geeft u de quiz een naam, u vult in wie de quiz gemaakt heeft en u wordt gevraagd om een verificatienummer in te vullen (staat erbij).
-Klik nu op ‘Create Game File’.
Vervolgens heeft u twee mogelijkheden:

a) U speelt de quiz online (klik op de rechter afbeelding). U ziet de url van de game ook staan, deze kunt u bewaren en later gebruiken om de quiz in de klas te spelen. Nadeel is dat er reclame om de quiz heen staat (kunt u wel uitklikken) en de quiz komt niet beeldvullend op het scherm. Voordeel is dat u verder niets hoeft te installeren. U kunt de url ook aan de leerlingen mailen zodat ze de quiz om welke pc dan ook kunnen spelen.
b) U downloadt de quiz (eerste afbeelding op de pagina). Sla deze in een map op. Zorg ervoor dat beide bestanden in dezelfde map op uw computer staan.
U moet dan wel Flash op uw pc hebben geïnstalleerd. Vervolgens kunt de quiz aanklikken in de map en krijgt u de quiz beeldvullend op uw scherm/digibord. Zorg er dus voor dat u de bestanden opslaat op een manier dat u er in de klas bij kan (op netwerk, op usb-stick, in elo). Voor het afspelen van de quiz op een tablet zonder Flash is er ook een mogelijkheid, zie de website voor nadere informatie.

– Indien u een antwoordenvel wilt, klikt u dan op ‘Print Answer Key’.
– De hulplijnen werken als volgt: klikt de leerling op de 50/50, dan vallen er twee antwoordmogelijkheden weg. Bij de telefoonlijn krijgt de leerling in beeld welk antwoord de zogenaamde ‘helper’ zou geven. Dit is altijd het goede antwoord, dus eigenlijk niet zo interessant. Dat zelfde geldt voor het raadplegen van het publiek. Het antwoord dat als favoriet bij het publiek naar voren komt, is ook het goede antwoord. Hieronder geven we een alternatieve mogelijkheid voor deze hulplijnen voor als u het spel klassikaal speelt.

Inzetten in de klas
De quiz(tool) kunt u op verschillende manieren inzetten in de les, afhankelijk van het leerdoel dat u voor ogen heeft. Enkele suggesties ter inspiratie:
– Laat leerlingen in tweetallen een quiz in elkaar zetten over de recent behandelde leerstof. Leerlingen maken vervolgens elkaars quizzen. De ‘beste’ of ‘origineelste’ quiz kunt u vervolgens op het digibord laten zien/behandelen.
– Maak een quiz die alle leerlingen individueel maken. Wie komt het verst?
-Laat één leerling de quiz klassikaal spelen. Gebruik de klas als hulplijnen: bij de telefoonlijn kiest de speler een klasgenoot aan wie hij de vraag voorlegt. Bij de ‘publiek raadplegen’ hulplijn steken de klasgenoten hun hand op (wie kiest voor antwoord A: hand opsteken, et cetera).
-Laat één leerling de quiz klassikaal spelen: de rest van de klas schrijft op papier op welk antwoord zij zouden kiezen. Is de speler af, dan begint een andere klasgenoot met de quiz (weer opnieuw beginnen).

Natuurlijk is het leuk om bij de quiz ook een echte prijs in te zetten. Zeker wanneer met basisschoolleerlingen werkt. Maar ook in de onderbouw vinden leerlingen dat vaak nog leuk! Een suggestie: laat aan het begin van het schooljaar alle leerlingen iets meenemen (vrijwillig) wat ze wel kunnen/willen missen. Denk aan een pen, gum, stripboek, nagellak, etc. Doe dit in de ‘gamedoos’ en gebruik deze gedurende het jaar wanneer u een spel speelt.

Alternatieven
De makers van deze quiz hebben ook een aantal andere quizsoorten ontwikkeld. We zetten ze op een rijtje, voor het volledige overzicht kunt u kijken op http://www.superteachertools.com/. U vindt er ook handige klassenmanagementtools zoals een groepenmaker en namenkiezer. Bij alle quizsoorten kunt u zelf de vragen en antwoorden aanpassen. Ook kunt u gebruik maken van door andere gemaakte quizvragen.

Speed Match
Bij dit spel moeten leerlingen vragen en antwoorden met elkaar combineren. Alle antwoorden staan al in beeld, de vragen komen één voor één. De bedoeling is om dit zo snel mogelijk te doen. Bij een snelle score komen leerlingen in de toptien terecht. U kunt op deze manier leerlingen uitdagen. Leuk voor aan het eind van de les om even snel te testen of de leerlingen de stof begrepen hebben.

Jeopardy
Een minder bekend spel in Nederland. Ook bij dit spel gaat het om het juist beantwoorden van vragen. De vragen zijn ingedeeld in categorieën en moeilijkere vragen leveren meer punten op. Het aardige is dat je teams kunt maken. Na elke vraag ken je scores toe aan de verschillende teams of je trekt punten af. Leuk voor een klassenstrijd.

Board Game
Bij dit spel kunnen maximaal zes spelers tegen elkaar spelen. Zij moeten proberen als eerste bij het eind van het bord te komen. Dit doen ze door het beantwoorden van vragen. Heeft een leerling de vraag fout, dan moet hij/zij niet het aantal stappen zetten dat hij had gegooid.