Mieke Haverkort [40] is werkzaam bij SintLucas in Boxtel, mbo voor beroepen in de creatieve industrie. Zij is vakdocent economie, loopbaancoach en lid van een van de eerstejaarskernteams. De cursus Pedagogische Tact die zij samen met haar hele team volgde, maakte de behoefte los om meer te leren over vernieuwend onderwijs. Daarom volgt Mieke nu de masteropleiding Leren en Innoveren bij Fontys in Eindhoven. In het kader van die master deed zij samen met collega

Mieke Haverkort [40] is werkzaam bij SintLucas in Boxtel, mbo voor beroepen in de creatieve industrie. Zij is vakdocent economie, loopbaancoach en lid van een van de eerstejaarskernteams. De cursus Pedagogische Tact die zij samen met haar hele team volgde, maakte de behoefte los om meer te leren over vernieuwend onderwijs. Daarom volgt Mieke nu de masteropleiding Leren en Innoveren bij Fontys in Eindhoven. In het kader van die master deed zij samen met collega’s een actieonderzoek.

“Ik ben heel leergierig,  eigenlijk ben ik altijd aan het leren – formeel of informeel. Ik vind het fijn om om de paar jaar een nieuwe uitdaging aan te gaan. Na mijn studie heao Commerciële Economie had ik verschillende marketingfuncties. Via de verkorte pabo werkte ik een aantal jaar in het basisonderwijs. Mijn overstap naar SintLucas werd ingegeven door een verhuizing vanwege de liefde. Hier heb ik al verschillende vakken gegeven: communicatie, Nederlands, loopbaanleren en nu economie. In 2013 deed ik met mijn eerstejaarsdocententeam de cursus Pedagogische Tact bij NIVOZ en daarna had ik zo de smaak te pakken dat ik de masteropleiding Leren en Innoveren ben gaan doen.”

 

Wat leerde je in de cursus Pedagogische Tact?

“SintLucas heeft sinds enkele jaren een nieuwe onderwijsvisie waarin de school zich ontwikkelt tot een ‘creative community’. Oog voor [en het ontwikkelen van] talent is één van de speerpunten, waarbij docenten coaches worden. Dat vraagt andere vaardigheden, je moet als coach op een andere manier naar studenten kijken – meer waarderend dan beoordelend. Om deze verandering te ondersteunen moesten alle docententeams het opleidingstraject Pedagogische Tact volgen. Nadat ik mijn aanvankelijke weerstand tegen die verplichting had overwonnen, heb ik me er helemaal voor opengesteld. En het heeft me veel opgeleverd.

Ik dacht dat mijn sterkste punt als docent was: goede voorbereiding, mooie PowerPoints, op tijd dingen nakijken. Door dat traject kwam ik achter het belang van pedagogische tact en werken vanuit het oprechte vertrouwen in ontwikkeling – waardoor studenten anders gaan reageren. Wie je bent, je persoonlijkheid is een minstens even belangrijk instrument in het leerproces als je vakkennis.

We hebben die cursus in 2013 met het hele eerstejaarsteam samen gedaan. Dat was bijzonder. Deze cursus bood ons diepgaande, persoonlijke en gezamenlijke leerervaringen. We leerden onszelf en elkaar anders en beter kennen en kwamen tot andere gesprekken. Dat heeft geleid tot een veranderde manier waarop we als team met elkaar de groep eerstejaarsstudenten begeleiden en beoordelen. We kunnen nu beter op elkaar inspelen, we doen echt aan teamteaching en we bespreken samen elke week alle studenten. Dan blijkt vaak dat we eenzelfde beeld hebben van de ontwikkeling van elke student.”

 

Daarna had je nog geen genoeg van leren; je bent een masteropleiding gaan doen?

“Tijdens de cursus Pedagogische Tact realiseerde ik dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn eigen leerproces en dat ik het aan mezelf verschuldigd ben eruit te halen wat erin zit. Ik wilde mijn visie en capaciteiten verder ontwikkelen en koos er daarom voor om de Master Leren en Innoveren te gaan doen.

Deze studie heeft mij veel gebracht, ik heb inhoudelijk veel geleerd, uiteenlopende  literatuur over goed onderwijs bestudeerd en bediscussieerd met mijn medestudenten. Mijn denkproces over de eigen visie op goed onderwijs is aangescherpt en ik heb ruimte gekregen om – op mijn eigen manier – dingen te onderzoeken. Zo heb ik een app ontworpen, waarmee studenten zichzelf zouden kunnen beoordelen – en daar vervolgens natuurlijk met hun coach/docent over in gesprek gaan: ‘Matcht mijn zelfbeoordeling met het beeld dat jij hebt?’. Voor dat app-ontwerp heb ik een prijs gewonnen voor het meest innovatieve ontwerp van mijn lichting studenten; daar ben ik behoorlijk trots op.

Vervolgens ben ik met mijn collega’s een actieonderzoek gaan uitvoeren op school met als onderzoeksvraag: ‘Zijn docenten zich bewust van hun eigen talenten die ze te bieden hebben in de relatie met studenten en zetten ze die bewust in? En zo ja, leidt dat dan tot een andere pedagogisch-didactische aanpak?’ Dat bewustzijn is belangrijker voor een docent met een coachende rol dan voor een docent die vooral voor de klas staat als vakexpert en overbrenger van kennis.

Actieonderzoek betekent dat je met z’n allen onderzoeker bent. Niet alleen ik, vanuit de master, maar met elkaar. Het betekent ook dat je samen een proces doorloopt en kijkt wat dat oplevert, in plaats van een strakke opzet met voor- en nameting. Het is wel complex om zo’n actieonderzoek te analyseren, daarvoor hadden mijn docenten van de master me ook gewaarschuwd. Maar ik wilde het echt zo doen, samen met mijn collega’s, samen leren. Bovendien past die focus op het proces in plaats van op wat uiteindelijk gemeten wordt, beter bij het type school en het type mens [creatieveling] dat we zijn.”

 

Wat houdt dat actieonderzoek in?

“We zijn met dertien collega’s met talentontwikkeling bezig geweest, daarvoor had ik verschillende werkvormen bedacht.

Ik gaf bijvoorbeeld iedereen vijf kralen om in de broekzak te doen. Ons doel was om elke dag minimaal vijf complimenten over een talent te geven aan studenten. Die kralen dienden als reminder, die konden na een compliment van de ene broekzak naar de andere overgeheveld worden. Zo kregen we ieder een concreet zicht op of we de beoogde vijf complimenten haalden.

De succesvolste werkvorm, waarin iedereen echt samen aan het leren was, was de talentenmuur:  We hingen van iedereen een grote foto [A4-formaat] op. Iedereen ging Post-its plakken bij elkaars foto’s over ‘dit zie ik bij jou als talent’. Op het eind had iedereen wel een stuk of 10 Post-its naast z’n foto. Het was echt leuk en inzichtgevend om te zien wat collega’s elke dag van jou zien en daarover een reflectie te schrijven. Niet voor iedereen zaten er verrassingen bij de onderkende talenten. Maar een van de collega’s die zichzelf heel hulpvaardig vindt, kreeg dat niet in de briefjes van de anderen terug. Dat viel hem echt op, dat anderen andere dingen opmerkten dan hij graag wilde laten zien – heel leerzaam.”

 

Wat vinden je studenten van zo’n studerende docente?

“Studenten vinden het over het algemeen heel cool, dat ik ook nog aan het leren ben.

Ik betrek hen ook bij mijn opdrachten. Zo zijn bij die beoordelings-app de vormgeving van het storyboard en de illustraties gedaan door studenten. Die wisselwerking tussen master en school vind ik erg motiverend.”

 

Is zo’n masterstudie voor collega-mbo-docenten een aanrader?

“Dat is een lastige vraag. Ik vertelde al dat de studie mij veel gebracht heeft. Maar het kost echt minstens 20 uur in de week – twee dagen les en nog veel thuisopdrachten – naast je baan.

In het eerste jaar zijn we gestart met 55 studenten, aan het eind van het tweede jaar zijn er nog ongeveer 30 over, zo zwaar is het.

Ik vind het erg waardevol om zo samen te leren, om leer- en lotgenoten te hebben. Er heerst een grote saamhorigheid; tijdens de bijeenkomsten en tussendoor in WhatsApp-groepsgesprekken wordt er veel uitgewisseld, ondersteund, aangemoedigd en er doorheen gesleept.

Ik durf wel te stellen dat de master bij mij voor een transformatie heeft gezorgd. Er is een wereld voor me open gegaan door het – samen met andere masterstudenten – bestuderen van veel wetenschappelijk onderzoek over onderwijs. Hierdoor heb ik een eigen visie op goed onderwijs gevormd en ben ik mijn beroep als docent anders gaan invullen. Ik ben trots op de enorme ontwikkeling die ik doormaak, op mijn toegenomen kennis en nieuwe vaardigheden. Die zou ik graag willen inzetten, ik zou een actievere rol willen spelen in de onderwijsvisie en de verbetering van de onderwijspraktijk binnen mijn organisatie. Ik merk wel dat men in het hbo meer gewend is aan masterdocenten en meer vanzelfsprekend gebruik maakt van de nieuw verworven capaciteiten dan in het mbo.”

 

Is er leven na de master?

“Ik zie uit naar het moment dat het formele leren voorbij is, in juni. Daarna wil ik graag meer tijd steken in het informele samen leren. Ik kijk bijvoorbeeld met belangstelling naar een nieuw opgezette school in Den Bosch, de Dutch Innovation School, een professionele leergemeenschap. In mijn ogen zit er toekomst in dit soort vormen van samen leren.”

 

  • NIVOZ is een onafhankelijk Nederlands onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut ten dienste van goed onderwijs. nivoz.nl/trajecten/pedagogische-tact
  • De masteropleiding Leren en Innoveren wordt gegeven aan verschillende hbo-instellingen.
  • Creative community SintLucas: sintlucas.nl
  • Innovation School: dutchinnovationschool.nl