Bij een optreden in debatcentrum De Balie werd hij ge

Bij een optreden in debatcentrum De Balie werd hij geïntroduceerd als een van de beste onderwijsdenkers die ons land rijk is. Thieu Besselink, sociaal-filosoof, onderzoeker, schrijver, social entrepeneur, oprichter van denktank The Learning Lab en mede-ontwerper van de nieuwe docentenopleiding 'de Nederlandse School’. “Het onderwijs bevindt zich in een transitiefase die wel eens heel lang kan gaan duren.”

Voor de vorige editie van Vives sprak ik met Daan Roosegaarde. Hij vertelde dat hij enorm veel reacties had gekregen van onderwijsmensen, naar aanleiding van zijn Zomergastenuitzending. Verbaast je dat?
“Nee, helemaal niet. Dat is juist tekenend. Daan representeert datgene waarnaar we in het onderwijs op zoek zijn. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie. De manier waarop hij in het leven staat, hoe hij de wereld mooier en beter wil maken, actief, creërend. Die vaardigheden hebben we nodig. Ons onderwijs werkt al honderd jaar in ongeveer hetzelfde stramien. Dat was gebaseerd op een wereldbeeld van lang geleden. Voor die periode heel geschikt en van hoge kwaliteit. Onderwijs heeft zoveel mensen de kans gegeven zich te ontwikkelen en de armoede te ontstijgen. Maar nu moeten we verder.”

Niemand weet wat de toekomst ons brengt. Hoe kun je dan toch opleiden voor de toekomst?
“Omdat we niet weten hoe die toekomst eruit gaat zien, kunnen we maar beter opleiden voor de transitieperiode waarin we ons bevinden. Ik denk dat we lang in die overgangsfase zullen zitten en dat er veel verschillen tussen groepen mensen zullen zijn. Die verschillen zie ik als een verworvenheid. Ik denk wel dat creativiteit en flexibiliteit heel belangrijke vaardigheden worden. Dat is ook wat ons onderscheidt van dieren. Wij kunnen ons een voorstelling maken van iets en dat vervolgens creëren. De grip op de wereld waren we aan het verliezen. Denk aan alle mondiale problemen. We moeten de wereld waarin we leven als het ware opnieuw uitvinden. Dat doe je met nieuwe tools, nieuwe technologieën, nieuwe organisaties, nieuwe vormen van relaties.”

Maar moeten de kinderen op de basisschool niet gewoon leren rekenen en schrijven?
“Natuurlijk is dat de basis, maar je kunt het wel op verschillende manieren aanbieden. Kinderen zijn verschillend, leraren zijn verschillend, scholen zijn verschillend. Bovendien vind ik het minstens zo belangrijk om je leerlingen die bagage te geven, waardoor ze een betekenisvolle rol in de toekomstige samenleving kunnen vervullen. Zij gaan immers die toekomstige wereld vormgeven.”

Wat vind je van het Nederlandse onderwijs?
“Op allerlei plekken binnen het onderwijs wordt nu geëxperimenteerd. Dat kan, omdat we een behoorlijke mate van vrijheid van onderwijs hebben. Daar hebben we heel veel mazzel bij. Maar die vrijheid gebruiken we bij lange na niet en dat is jammer. Met de activiteiten van onze onderwijsdenktank The Learning Lab wil ik een substantiële bijdrage leveren om dat potentieel wél te gebruiken.”

Wat kan The Learning Lab betekenen voor het onderwijs?
“The Learning Lab is een ontwikkelplek voor visies, transitiepaden, leeromgevingen, onderwijsprogramma's, noem maar op. We doen veel leerexperimenten met bedrijven, universiteiten en instellingen die zich richten op onderwijs voor volwassenen. Leraren zijn voor ons dus ook een belangrijke doelgroep. Daarnaast werken we met scholen die willen innoveren.”

Wat gebeurt er in de experimenten en wat kunnen leraren daaraan hebben?
“We begeleiden allerlei experimenten, bijvoorbeeld op het gebied van maker education. Die hele maakbeweging is om twee redenen zo belangrijk. Omdat we niet weten hoe de toekomst eruit gaat zien willen we straks mensen die creatief en flexibel zijn. Die vaardigheden oefen je enorm tijdens maakprocessen. Bovendien willen we ons de wereld weer toe-eigenen. Het zelf creëren is teveel van ons weggenomen. Het overkomt ons allemaal maar. Dat geldt ook in kleiner verband, in de scholen. Leraren moeten weer eigenaar worden van hun onderwijs. Dat is ook de rode draad van ons project ‘One Day a Dream School’. Bij de scholen die meedoen gaan één dag alle regels en structuren overboord. Daarvoor in de plaats bepalen leraren, leerlingen, directie, ouders en andere betrokkenen hoe ze hun school het liefst zouden willen laten functioneren. Deze ervaring zorgt voor tal van inzichten, waarmee verder aan de slag kan worden gegaan. Grootste winstpunt is dat iedereen actief meebouwt en daardoor mede-eigenaar wordt van de voorgestelde veranderingen.”

Ik denk dat scholen veel meer een plek worden, waar formeel en informeel leren gecombineerd worden

En wat als experimenten verkeerd uitpakken. Is mijn kind dan de dupe?
“Ik zie dat anders. Experimenten pakken niet verkeerd uit. Ik denk dat elk experiment als zodanig een leerervaring is. Tijdens experimenten creëer je als leraar en als school samen met je leerlingen.
In een transitieperiode moet je veel experimenteren om te ervaren wat werkt. Onderwijs bedenk je niet achter een tekentafel. Van experimenteren leer je. Die ervaringen deel je, daar leren je collega’s van en zij gaan er weer verder mee. Tenminste, dat is de bedoeling. Het blijkt dat we nog wel een extra zetje nodig hebben om de opgedane ervaringen om te zetten in innovaties en die vervolgens op grote schaal toe te passen. Good practices blijven vaak good practices.”

Hoe doorbreken we dat?
“Wat nodig is, is een ‘accelerator for learning innovations’. De mooie experimenten die er zijn moeten we bestendigen en laten groeien, is mijn overtuiging. Daar zijn mensen voor nodig die dat kunnen en een infrastructuur die dat ondersteunt. Mede daarom zijn we de Nederlandse School gestart.”

Weer een nieuwe school?
“Vanaf september 2015 biedt de Nederlandse School een post-doctorale opleiding voor ambitieuze onderwijsprofessionals die willen werken aan hun eigen groei en de creatieve ontwikkeling van hun docentschap. We starten met twintig vo partnerscholen en zestig deelnemende docenten die het verschil willen maken. Je kunt niet meedoen als individuele docent. Je doet mee als school, als team, inclusief management. Daar ben ik erg blij mee. Innovaties moeten gedragen worden. Een team wil zeggen minstens drie docenten en het management. We hopen dat met deze postdoctorale opleiding, die anderhalf jaar duurt, de ontwikkelcapaciteit en innovatiekracht in het onderwijs zelf flink zal toenemen.”

Wat is jouw belangrijkste boodschap voor leraren die ook over twintig jaar nog lol in hun vak willen hebben én de ambitie hebben om leerlingen passend voor de toekomstige samenleving op te leiden?
“Gun jezelf de vrijheid om met je leerlingen leerervaringen te hebben die jou en je leerlingen raken. Natuurlijk moet een leerling z’n eindexamen halen. Maar minstens zo belangrijk vind ik het dat je samen leerervaringen hebt die ertoe doen. ‘He who has a why to live can bear almost any how’, zoals Friedrich Nietzsche al zei.”

Hoe zie je het Nederlandse onderwijs binnen nu en vijf jaar?
“Ik denk dat scholen veel meer een plek worden, waar formeel en informeel leren gecombineerd worden. Leerlingen zullen op projectbasis samenwerken aan opdrachten, waarbij netwerken en inspiratie worden gedeeld. Af en toe wordt er rondom een gedeeld interessegebied een class of een traject georganiseerd. Je ziet dat soort leeromgevingen ook al in het bedrijfsleven en in het hoger onderwijs.
Nederland heeft geen excuus om niet het aller boeiendste onderwijs aan te willen bieden. Ik zeg met nadruk niet het allerbeste, maar wel het meest interessante. Juist omdat we een klein landje zijn en heel korte lijnen hebben én die grote mate van vrijheid van onderwijs. De enige manier om een samenleving veerkrachtig en adaptief te maken is door heel veel verschillende opties toe te laten. Diversiteit is onze kracht, zowel nationaal als binnen de scholen.”