Muiswerkprogramma’s hebben een paar speciale didactische uitgangspunten die de basis hebben gevormd voor het ontwikkelen van de software. Die uitgangspunten zijn: mogelijkheden voor differentiatie, kleine stappen, veel actie en variatie, directe feedback en een onmisbare docent.

Muiswerkprogramma’s hebben een paar speciale didactische uitgangspunten die de basis hebben gevormd voor het ontwikkelen van de software. Die uitgangspunten zijn: mogelijkheden voor differentiatie, kleine stappen, veel actie en variatie, directe feedback en een onmisbare docent.

Muiswerk Educatief heeft diverse programma’s ontwikkeld voor het onderwijs. In de bijgeleverde handleiding worden bij de meeste Muiswerkprogramma’s twee manieren beschreven om met het programma te werken. De eerste aanpak start met de diagnostische- of instaptoets. De leerling maakt eerst de toets en vervolgens de oefeningen die het programma selecteert op basis van de fouten of het niveau van de leerling. Na het maken van de eigen oefeningen maakt de leerling de toets opnieuw. De leerkracht kan zelf bepalen bij welke toetsuitslag de leerling voldoende hoog scoort.  Er is nog een andere manier om het programma te gebruiken. In de klas wordt uitleg gegeven over een deel van de stof, vervolgens maken alle leerlingen de Muiswerk-oefeningen die daarover gaan. De leerkracht kan zelf een selectie maken van de oefeningen die aan de leerlingen getoond worden. Op deze manier kan Muiswerk nauw aansluiten bij de methode die in de klas gebruikt wordt.

Door deze uitgangspunten zijn Muiswerkprogramma’s in veel verschillende lessituaties te gebruiken. Ze zijn geschikt als onderdeel van een regulier lesprogramma, waarbij ze een deel van de lesstof uit een methode vervangen. Ze zijn ook geschikt voor remediëring van leerlingen die extra oefening nodig hebben.

Bij het werken met een Muiswerkprogramma zijn alle leerlingen actief bezig. Zij voeren al lerend hun eigen dialoog met de computer. Het computerprogramma helpt bij het vaststellen van gebreken in kennis en vaardigheden van de individuele leerling en genereert oefeningen die nodig zijn om deze hiaten op te vullen. Muiswerkprogramma’s helpen ook bij het evalueren van de vooruitgang en bij het vaststellen van de mate van die vooruitgang. De programma’s registreren veel, en stellen de docent in de gelegenheid om zelf de vinger aan de pols te houden bij het leerproces van elke afzonderlijke leerling.

doelgroep
Ontleden en Benoemen 1 & 2 is bedoeld voor leerlingen in het vmbo GL en TL, havo en vwo, middelbaar beroepsonderwijs [vanaf niveau 2] en volwasseneneducatie. Het kan gebruikt worden als ondersteuning van de gewone grammaticalessen. Het is dus níet specifiek geschikt voor onderwijs in Nederlands als tweede taal. Het programma kan met name goed gebruikt worden in groepen met grote niveauverschillen. Ontleden en Benoemen 1 is vooral voor leerlingen die slechts een beperkte basiskennis hoeven hebben van ontleden en benoemen. Het eindniveau dat met behulp van dit programma gehaald kan worden voldoet ruimschoots aan de eindtermen van de basisvorming. Ontleden en Benoemen 2 is geschikt voor leerlingen die bijvoorbeeld op gymnasiumniveau moeten eindigen. In Ontleden en Benoemen 1 en 2 wordt aandacht besteed aan vrijwel alle woordsoorten en zinsdelen die de traditionele grammatica onderscheidt.

aan de slag

De installatie en het gebruik van alle Muiswerkprogramma’s is hetzelfde. Op school kunt u het gewoon aan de systeembeheerder overlaten en mocht u de programma’s stand-alone gebruiken is de installatie simpel zelf te doen. Leerlingen kunnen als eerste op de ‘Wat weet je al?’-knop drukken. Door deze te doorlopen selecteert het programma welke oefeningen er voor hen van belang zijn. Zo hoeven de leerlingen zich niet eindeloos te vervelen met dingen die ze al weten en kunnen.

De opbouw van de delen 1 en 2 is cumulatief: wat in deel 1 aan de orde komt, wordt in deel 2 grotendeels bekend verondersteld. Gedeeltelijk worden in deel 2 dezelfde onderwerpen behandeld als in deel 1, maar dan uitgebreider en diepgaander. Beperkt het eerste lesbestand zich tot het ontleden van enkelvoudige zinnen; in het tweede lesbestand komt ook de samengestelde zin aan bod. Elk bestand bevat niet alleen een totaaltoets Benoemen en een totaaltoets Ontleden, maar ook vier of vijf deeltoetsen die elk een deel van de stof bevragen.

Deze cd-rom bestaat uit 801 vragen in 1408 variaties, 994 woorden en 9 teksten die in 6 toetsen en 52 oefeningen verwerkt zijn. Ontleden en Benoemen 2 bestaat uit 999 vragen in 1685 variaties, 1285 woorden en 4 teksten die in 7 toetsen en 55 oefeningen verwerkt zijn. Heel wat dus.


conclusie
Ontleden en Benoemen behandelt alle mogelijke variaties van zelfstandige- en bijvoeglijke naamwoorden,  werkwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden, telwoorden, bijwoorden, persoonsvormen en meer. Ook is er een verzamelrubriek. Alle oefeningen in voorgaande rubrieken zijn deeloefeningen waarin het ging om het herkennen van één of enkele zinsdelen. In deze verzamelrubriek komen alle zinsdelen – in de juiste volgorde – aan de orde. Dit kan goed gebruikt worden als laatste opstap naar een afsluitende toets. Een goed en duidelijk programma. Wat mij betreft schoolbreed inzetbaar.

internet
http://www.muiswerk.nl/

uitgever

muiswerk educatief

prijs
€ 270 [5 licenties]

inzet

schoolbreed

systeemeisen
windows
pentium III of sneller
minimaal 128 mb intern geheugen

bron: Vives maart 2007