Bijna had hij het onderwijs verlaten om zijn geld met pokeren te gaan verdienen. Maar op het laatste moment deed De Nieuwste School in Tilburg [mavo, havo, vwo] het hart van Wilbert Kiemeneij sneller kloppen.

Bijna had hij het onderwijs verlaten om zijn geld met pokeren te gaan verdienen. Maar op het laatste moment deed De Nieuwste School in Tilburg [mavo, havo, vwo] het hart van Wilbert Kiemeneij sneller kloppen.

Hoe ben jij in het onderwijs terechtgekomen?
“Tijdens mijn studie Natuurkunde gaf ik bijles. Daar ontdekte dat ik lesgeven leuk vond. Tegelijkertijd had ik twijfels over mijn studie. Het was zo veel theorie en labwerk en daar had ik geen feeling mee. Ik besloot de Lerarenopleiding Natuurkunde te gaan doen en ik heb een tijdje voor de klas gestaan in het mbo. Ik had allerlei ideeën maar kreeg daar weinig ruimte voor. Veel mensen zijn wel geïnteresseerd in onderwijsvernieuwing, maar als het er werkelijk op aan komt, kiezen ze ervoor om in hun vertrouwde hokje te blijven zitten en te doen wat ze het jaar ervoor deden. Dat frustreerde me zo dat ik besloot te stoppen. In mijn vrije tijd speelde ik veel poker en ik had net een plan om zelf pokerworkshops te gaan geven toen ik een mailtje kreeg van een docent van de lerarenopleiding: ‘Heb je gezien dat ze een onderwijsassistent vragen op De Nieuwste School?’. Ik dacht of hij begrijpt niet waarom ik het onderwijs niet in wil, of hij heeft daar iets gezien wat ik nog niet heb gezien. Ik besloot toch eens te gaan kijken.”

Wat spreekt je zo aan op De Nieuwste School?
“Ik kwam het schoolplein opgelopen op het moment dat een lerares aangaf dat de pauze voorbij was. Alle leerlingen renden naar binnen. Wat voeren ze die kinderen vroeg ik me af. Hier moest iets bijzonders aan de hand zijn. Het onderwijsconcept van deze school spreekt mij ontzettend aan. Het onderwijs is gericht op wat de leerling voor het examen moet kennen en kunnen. Dat is de basis, maar niet de bron. De leerling zelf en de vragen van de leerling staan hier centraal. En ook dit concept is niet 100% heilig. Elk jaar nemen we het weer onder de loep en is het bespreekbaar. Dat vind ik goed. Ik wil dingen doen omdat ik erachter sta en niet omdat we dat altijd zo deden. De leerling serieus nemen vind ik essentieel. En ik kan me voorstellen dat er ook op De Nieuwste School nog veel dingen zijn die leerlingen liever anders zouden doen. Daarom blijven we van alles testen. Ik vind het bijvoorbeeld interessant om te onderzoeken welke rol games in het onderwijs kunnen spelen.”

Heb je al ervaring met het inzetten van games in het onderwijs?
“Bij games in het onderwijs denk ik niet direct aan het ontwikkelen van educatieve software voor een bepaald vak, maar meer aan hoe je de designprincipes van games kunt gebruiken. Op dat vlak is volgens mij veel winst te behalen. Een belangrijk principe in games is bijvoorbeeld dat er een duidelijk speelkader is, maar dat je daarbinnen vrijheid hebt om je eigen weg te zoeken. Er moet ook een verhaallijn zijn, maar het verhaal kan flinterdun zijn. Het hoeft alleen maar een context te bieden om de verbeelding aan het werk te zetten. Voorkom uitgebreide verhalen en beschrijvingen, daarmee duw je leerlingen juist weer een kader in. Neem bijvoorbeeld de koperkringloop. Hierin laat je koper met verschillende stoffen reageren. In dat proces neemt het verschillende vormen aan. Na vijf reacties krijg je het metaal weer in handen. Voor een scheikundige een interessant proces, maar leerlingen raak je kwijt als je met een theoretisch verhaal aankomt. Wij vertelden de klas over een koperdiefstal. De leerlingen waren de koperdieven en ze werden door de politie achtervolgd. In hun lab aangekomen losten de dieven het koper op in zuur, en zetten de vaten tussen de andere vaten. Toen de politie verdwenen was was de vraag: wat nu? Zo kan het koper niet verhandeld worden. Vanaf dit punt mochten de leerlingen met het verhaal en de chemicaliën aan de slag. De meeste groepjes kwamen met het idee voor de gangbare koperkringloop als beste manier om het koper terug te winnen. Maar het ene groepje verdiepte zich in hoe je zo veel mogelijk koper kon terugwinnen, een tweede groep onderzocht hoe je zo weinig mogelijk chemicaliën nodig had, een derde hoe je het proces zo snel mogelijk kon laten verlopen. Zo hadden ze allemaal op hun eigen manier gewonnen. Eigenlijk was de opzet niet eens een spel, maar dat maakten de leerlingen er wel van.”

Op welke manieren gebruik jij ict in het onderwijs?
“Alle leerlingen bij ons op school hebben een eigen laptop. We hebben geen standaard lesmethodes, maar gebruiken internet als bron. Laatst kwam een leerling met een filmpje van YouTube. Het ging over een systeem om leidingwater te zuiveren. Het water uit de kraan zou ongezond zijn. In het filmpje liet men zien dat als je stroom door het water liet gaan er allerlei stoffen te voorschijn kwamen. Er zijn dan leerlingen die willen uitzoeken of dat inderdaad zo is en die het proefje gaan nadoen. Ze kwamen tot de conclusie dat die stoffen niet neerslaan als je kraanwater in dit proefje gebruikt. Vervolgens onderzoeken ze wat degene in het filmpje toegevoegd zou kunnen hebben om het gewenste effect te krijgen. Het effect hiervan is dat leerlingen zich realiseren dat niet alles wat je op internet ziet waar is, en daarnaast doen ze met de proefjes allerlei kennis en vaardigheden op. Ik vind het mooi om de leerlingen hier in de techniekruimte de mogelijkheid te bieden om te onderzoeken wat zij willen onderzoeken. Ook op het gebied van ict  hebben we wat te bieden. Denk aan ‘Arduino[1] software’ en leuke tools zoals een digitale microscoop. Ik vind het stiekem zelf ook erg leuk om ermee te spelen. Je kunt er bijvoorbeeld heel mooi je eigen oog mee bekijken.”

Hebben jullie een aparte leerlijn ict op school?
Nee, we hebben nog geen ict-docent of aparte leerlijn. We zijn wel op zoek naar een manier om ict een vaste plek te geven. Voorlopig focussen we in de onderbouw op basisvaardigheden. Gewoon omdat dat nodig is. Niet alle leerlingen zijn even handig met de computer als ze hier op school beginnen. Ik wil leerlingen ook graag leren programmeren. Dat zou bijvoorbeeld in combinatie met wiskunde kunnen en is dan met name geschikt voor leerlingen die wat makkelijker door de stof heen gaan.

Je hebt het initiatief genomen voor de Sciencewinkel. Wat is dat precies?
De Sciencewinkel is een online etalage voor projecten van leerlingen. Hier kunnen mensen zien waar onze leerlingen mee bezig zijn. Klassen kunnen het ook van elkaar zien en ik wil ze hiermee ook aanmoedigen om samen te werken. De Sciencewinkel is nog vrij nieuw en ik ben benieuwd wat het effect ervan zal zijn. Ik merk in ieder geval dat leerlingen het als een cadeautje ervaren als ze hun project erop mogen zetten en dat er vrij snel feedback komt als we er iets op plaatsen.”

Gebruik je ook Facebook en Twitter om over de projecten te communiceren?
Ik gebruik wel twitter [@ScienceWinkel], vooral om te communiceren wanneer de website is geüpdate. Facebook gebruik ik niet, omdat ik weet dat we dat als scienceteam niet gaan bijhouden en dan moet je het niet doen. Voor de communicatie onderling heb ik wel nagedacht over online platform. Maar is dat echt nodig? We zijn een kleine school. Het ophangen van een paar whiteboards waarop je kunt visualiseren wat er gaande is, werkt mogelijk veel beter. Het feit dat het online kan is geen goede reden om het dan ook maar te doen. Ik wil ict niet inzetten omdat ik gebruik wil maken van nieuwe mogelijkheden. Ik zoek liever in z’n algemeenheid naar een oplossing en als ict daarin iets kan bijdragen maak ik daar uiteraard graag gebruik van.”

denieuwsteschool.nl

sciencewinkel.denieuwsteschool.nl