In 1999 was Joost Kentson de eerste Leraar van het jaar. Nu is hij voorzitter van de Onderwijsco

In 1999 was Joost Kentson de eerste Leraar van het jaar. Nu is hij voorzitter van de Onderwijscoöperatie. Deze jonge organisatie van, voor en door leraren, bundelt de krachten van onder meer de onderwijsvakbonden, de koepel van vakverenigingen, Beter Onderwijs Nederland en de Federatie van Onderwijsvakorganisaties, ten dienste van alle po, so, vo en mbo-leraren in Nederland.

Kentson, in het dagelijks leven rector van het Oosterlicht College te Nieuwegein, is een man met een groot onderwijshart. Zo groot dat hij, naast al zijn managementwerkzaamheden, ook nog ‘gewoon’ zijn economielessen geeft. “Voor mij een bron van inspiratie. Ik kan het alle onderwijsbestuurders en -leidinggevenden aanraden!”
 
Welke rol zie je voor de Onderwijscoöperatie bij de grote vernieuwingsslag die voor het onderwijs is ingezet?
“Een heel belangrijke rol. De Onderwijscoöperatie staat immers voor de beroepsgroep leraren, een beroepsgroep in wording. Bij de dialoog over Onderwijs2032 is de belangrijkste stem die van de leraren. Het gaat over een vernieuwingsslag, maar ik spreek nog liever in termen van verbetering van het onderwijs.”

Waarom zijn leraren ‘een beroepsgroep in wording’?
“In het onderwijs kennen we heel veel organisaties: vakbonden, vakverenigingen en brancheorganisaties bijvoorbeeld. Maar de beroepsgroep leraren had zich, als zodanig, nog niet verenigd. Daar wil de Onderwijscoöperatie wat aan doen. In ons logo staat dan ook: van, voor en door de leraar.”

Is 2032 niet veel te ver weg?
“Natuurlijk kunnen we ons geen concrete voorstelling maken van het onderwijs en de samenleving over zeventien jaar. Wat we in de eerste plaats kunnen doen, is op vernieuwingen anticiperen die we aan zien komen. Maar het leuke en het spannende is dat die vernieuwingen zich straks ook weer gaan vernieuwen. En daar weten we nu nog niets van. We moeten het daarom vooral hebben over zaken als creativiteit, taalbeheersing, techniek, programmeren. We leiden nu leerlingen op die zich straks op een heel flexibele en creatieve manier moeten zien te redden. Die flexibiliteit is cruciaal.
Het is ook een risico als je een discussie start over 2032. Er is natuurlijk geen denken aan dat we nu al kunnen uittekenen wat dan nodig is. We moeten daar bescheiden in zijn. De ontwikkelingen gaan zo razendsnel. Vijf jaar geleden kon niemand voorspellen dat apps zo’n vlucht zouden nemen. We hadden er amper van gehoord.
Wat ik nu en voor de toekomst ook erg belangrijk vind, is dat er meer aandacht komt voor Bildung, algemene vorming en zelfontplooiing. Er wordt van mensen veel gevraagd. Je moet snel kunnen schakelen, je moet meedoen of doet niet meer mee. Dat vraagt veel van het onderwijs. Ik zou het een gemis vinden als we dit element per ongeluk zouden overslaan.”

Hoe ondersteunt de Onderwijscoöperatie leraren als het gaat om innovatie van het onderwijs?
“We hebben diverse programmalijnen, waar honderden leraren aan meewerken. Denk aan projecten als Professionele leergemeenschap, Peer review en Onderwijs Pioniers. Leraren melden zich bij ons en de Onderwijscoöperatie faciliteert deze leraren, vanuit onze subsidie. Ze worden deels vrijgesteld, zodat de school vervanging kan regelen. Daarnaast faciliteren we hen met ons digitale platform, met kennisdeling en inspiratie, bijvoorbeeld via Leraar24, dat inmiddels 100.000 bezoekers per maand telt.”

Gaat het, na een lastige aanloopperiode, nu gestaag voorwaarts met een van de kerntaken van de Onderwijscoöperatie, het Lerarenregister?
“Door registratie in het Lerarenregister, het beroepsregister voor leraren in po, vo en mbo, laten leraren zien dat ze bevoegd en bekwaam zijn en op welke wijze ze investeren in hun professionele ontwikkeling. De Onderwijscoöperatie is eigenaar en beheerder van het Lerarenregister. Leraren uit de lidorganisaties van de Onderwijscoöperatie hebben meegebouwd aan de inhoud van het register. Het register heeft een lastige route afgelegd naar het wetsvoorstel, zoals dat er nu ligt. Dat heeft de gemiddelde leraar in verwarring gebracht en misschien zelfs argwanend gemaakt. De communicatie over het register is in dat opzicht niet goed op gang gekomen. In een laat stadium is er inhoudelijk nog behoorlijk aan geschaafd. Dat maakte het lastig om er eenduidig over te communiceren. In februari 2014 zijn we, op uitdrukkelijke wens van staatssecretaris Dekker en onder druk van de Tweede Kamer, van een vrijwillig register overgegaan op een wettelijk verplicht register. Het wetsvoorstel dat nu voorligt is wél eenduidig. Alles wat we in het register willen regelen, staat in het voorstel. Het register is uitsluitend voor bevoegde leraren. Essentieel is ook dat het beroep wordt afgebakend. De zeggenschap over de middelen is in het voorstel goed verankerd, evenals de criteria aan de hand waarvan registratie gaat plaatsvinden. Die criteria vormen de kern van het register. Ik hoop dan ook dat het wetsvoorstel op korte termijn wordt goedgekeurd door het parlement, zodat we eindelijk massa kunnen gaan maken. Daarbij trekken we in de communicatie gezamenlijk op met het ministerie van OCW en de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad. Voor alle partijen is dan duidelijk dat het dit geworden is en dat we daar gezamenlijk een succes van gaan maken. Het register is belangrijk, omdat het gaat over de kwaliteit van leraren en dus van ons onderwijs. Daar kan toch niemand iets op tegen hebben, lijkt me.”

Is het Lerarenregister een succes als binnen afzienbare tijd honderd procent dekking is bereikt bij de bevoegde leraren?
“Natuurlijk kun je het succes enerzijds afmeten aan de hand van het aantal inschrijvingen, waar we overigens wel de tijd voor willen nemen. Aan de andere kant is dat een veel te getalsmatige benadering. Het échte succes van het register gaat ‘m voor mij straks zitten in de manier waarop leraren met hun bekwaamheid bezig zijn en hun bekwaamheid onderhouden. Daaraan kun je zien dat de beroepsgroep voortdurend in ontwikkeling is. Dat vind ik de winst van het Lerarenregister.”

Is de Onderwijscoöperatie daarom ook zo blij met de Lerarenbeurs?
“Ja, daar zijn we zeker blij mee. De Lerarenbeurs veroorzaakt een enorme kwaliteitsimpuls. Het succes van de Lerarenbeurs laat zien waar de gemiddelde leraar op uit is: blijvende ontwikkeling. Het aantal leraren dat zich heeft gemeld voor een Lerarenbeurs is zó enorm, dat zegt genoeg! Het gebruik van de beurs is niet vrijblijvend. Je moet echt presteren bij de opleiding die je volgt. Maar als dergelijke faciliteiten worden geboden, dan zijn leraren daar dus zeker voor in. Zowel de leraren die enkele jaren voor de klas staan, als de leraren met tientallen jaren werkervaring. Als ik op mijn eigen school zie wat het met leraren doet, dan word ik daar heel blij van.”

Het succes van de Lerarenbeurs laat zien waar de gemiddelde leraar op uit is: blijvende ontwikkeling.

Welk belang wordt er gehecht aan ict en mediawijsheid in het Lerarenregister en in de opleidingen die met een Lerarenbeurs gevolgd kunnen worden?
“Gelukkig een groot belang! Ict en mediawijsheid komen volop aan bod. Niet als wondermiddel of doel op zich, maar in de vorm van effectieve leerinstrumenten, passend bij deze tijd en in aansluiting op ontwikkelingen in de samenleving. Dat zie je ook terug in de herijkte bekwaamheidseisen, die bij minister Bussemaker liggen om te worden vastgesteld.
Wat voor de Onderwijscoöperatie nog wel een belangrijk punt is, is dat digitale vaardigheden en mediawijsheid ook meer vorm krijgen in de lerarenopleidingen. Ik beweer niet dat de lerarenopleidingen daar niets aan doen – daarmee zou ik ze te kort doen – maar de Onderwijscoöperatie pleit er wel voor om leraren uit de dagelijkse onderwijspraktijk te laten aanschuiven bij de invulling van het curriculum van de lerarenopleidingen. Juist omdat er in de scholen op ict-gebied veel gaande is. Er is inmiddels zoveel expertise ontwikkeld. Laten we daar in de lerarenopleidingen dan ook gebruik van maken. De Onderwijscoöperatie heeft er bij de staatssecretaris op aangedrongen dat leraren po, vo en mbo een wettelijke plek krijgen in de lerarenopleidingen. Net als bij de medische beroepen zijn we van mening dat de beroepsgroep leraren veel meer dan nu het geval is een rol zou moeten spelen bij het opleiden van nieuwe leraren. Dat gaat veel verder dan enkel een stagiair begeleiden. En ook de zittende leraren zelf plukken daar de vruchten van.”

Ha, hét thema van deze Vives, samen leren.
“Een belangrijk thema binnen het onderwijs. Samen leren brengt iedereen verder. Daarom is de Onderwijscoöperatie bijvoorbeeld ook groot voorstander van peer review binnen de scholen. Een enorm effectieve vorm van samen leren en elkaar inspireren. De leraar is een professional, maar staat nooit alleen in zijn beroep en in de ontwikkeling van zijn beroep. Dat gebeurt altijd binnen de school, samen met collega’s. De school hoort een lerende gemeenschap te zijn. Daarmee gaat de onderwijskwaliteit erop vooruit en wordt het beroep van leraar alleen maar leuker.”