“Iedere leerling maakt zijn eigen reis, boort al zijn capaciteiten aan en krijgt de kans zich

"Iedere leerling maakt zijn eigen reis, boort al zijn capaciteiten aan en krijgt de kans zich écht te ontwikkelen.” Hoogleraar Transitiekunde Jan Rotmans droomt van persoonsgericht onderwijs. “Ik wens iedere leraar toe dat hij zijn leerlingen optimaal kan begeleiden, in de kern kan raken en daartoe ook de middelen krijgt." Daarvoor, betoogt Rotmans, moeten de klassen veel kleiner, krijgt de leraar een andere rol, wordt er gericht gebruik gemaakt van digitale middelen en wordt er veel samengewerkt in groepen.  

Vanaf de 16e verdieping van het Mandeville gebouw van de Erasmus Universiteit is het uitzicht op het nieuwe Rotterdam schitterend. We zitten aan een tafel, gemaakt van oud steigerhout. Op nieuwe Gispenstoeltjes. Tegen de muur staat een oude kruidenierskast. “Duurzaamheid zit in onze genen. Deze tafel is een voorbeeld van ecologische duurzaamheid. Maar ook sociale en economische duurzaamheid zijn voor onze samenleving van groot belang.”
Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en onder meer bekend van de Tegenlicht-uitzendingen waarin nieuwe ideeën en trends worden belicht binnen de wereld van politiek, economie, sociologie en wetenschap. Rotmans publiceerde veelvuldig over klimaatverandering, klimaatmodellen en duurzame veranderingen. Hij is onder meer oprichter van ICIS [International Centre for Integrative Studies], het Dutch Research Institute for Transitions [DRIFT], Urgenda, Nederland Kantelt en United4Education.
Als kind was Rotmans lastig, vonden zijn leraren. Herhaaldelijk werd hij de klas uitgezet. “Mijn enorme kenniszucht maakte dat ik in hun ogen veel teveel vragen stelde. Sowieso wist ik te veel en verveelde ik me bij de reguliere lessen.”

Wat ziet u, als u naar het Nederlandse onderwijs kijkt?
“Niets ten nadele van de inzet van alle leraren die het goed voor hebben met hun leerlingen, maar eigenlijk zitten we op de verkeerde weg. Het systeem klopt gewoon niet. Het gaat nu vooral om input-output, om kwantiteit. Ons onderwijs zit in een enorme kramp. Het economisch nut van onderwijs is al heel lang leidend, het zogenaamde rendementsdenken. Je gaat naar school voor een diploma. Onderwijsinstellingen worden beoordeeld en gefinancierd op grond van toetsresultaten en diploma’s. Zo leren we onze kinderen een houding aan, waarbij ze alleen datgene leren, waarnaar tijdens een toets of tentamen wordt gevraagd.
In essentie draait het onderwijs om de verbinding tussen leraar en leerling. Helaas zijn we die essentie kwijtgeraakt. Als leraar wil je bezield lesgeven. Je wilt je leerlingen maximaal uitdagen, zodat elke leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Nu disciplineren we kinderen. We leren ze veel dingen af. Van nature zijn kinderen nieuwsgierig. Maar wat doen we? We persen ze in een format en leveren ze als standaardpakketje af. Gevolg is dat ze maar een fractie van hun capaciteiten en talenten leren gebruiken. Niemand wordt hier gelukkig van, leerlingen niet, leraren niet. We hebben die mooie onderwijssector helemaal geëconomiseerd en daardoor stuk gemaakt. Ontegenzeggelijk is daardoor ook het niveau van ons onderwijs gedaald.”
 

Veel mensen zien de storm die door de samenleving raast nog niet en staan als het ware ‘in het oog van de orkaan’, schrijft u in uw gelijknamige boek, waar het windstil is terwijl erbuiten de storm raast. Het is een kwestie van tijd voordat ze het gaan inzien en ervaren. Dus het is nog niet te laat?
“Het is zeker nog niet te laat. Er zijn al veel mensen actief om het anders te gaan doen in het onderwijs. Na de Tegenlicht-uitzendingen over Nederland in transitie ben ik door duizenden mensen benaderd, waarvan velen uit het onderwijs. Ik wist op dat moment niet dat het zo diep zat en dat mijn visie zo breed werd gedeeld. Jaren eerder was ik op een dergelijke wijze in de zorgsector terechtgekomen. Nu is het blijkbaar hoogste tijd voor een kanteling in het onderwijs.
Ik leerde veel onderwijsvernieuwers kennen, waaronder Sandra Verbruggen. Sandra stond twintig jaar voor de klas en is al jaren bezig met onderwijsvernieuwing. Omdat we vonden dat ‘iemand het moest doen’ zijn we twee jaar geleden gestart met United4Education, een netwerk van iedereen die het onderwijs wil vernieuwen.”

Verwacht u actie van de politiek?
“Transities gaan om macht. Er zit veel macht in de onderwijswereld en de mensen die macht hebben willen de bestaande structuren in stand houden. Vijftig jaar lang was er een top-down beleid, inclusief de macht van alle toezichthouders en toetsinstellingen. In een gesprek met de portefeuillehouders onderwijs in de Tweede Kamer vroeg men mij wat ik zou adviseren om dat te doorbreken. Mijn advies is om een tijdje niets op te leggen. Geef scholen het vertrouwen en de ruimte om te laten uitvinden wat wél werkt. Het staat of valt met de mensen die bereid zijn om dit te doen. Veel leraren willen wel, maar durven niet. Een school heeft leiderschap nodig. Dat is wat anders dan macht. Leiders durven en kunnen hun nek uitsteken en het voortouw nemen om veranderingen door te voeren.”

Welke veranderingen hebt u concreet voor ogen?
“Véél meer aandacht voor het individu. Een ontwikkeling naar persoonsgericht onderwijs. Dat kan in veel verschillende gedaanten, zowel mét als zonder inzet van ict. Ik vind dat er juist naar een diversiteit aan mogelijke oplossingsrichtingen gezocht moet worden.
Ik vind het ook opvallend dat de onderwijswereld zo naar binnen gericht is. Zelfs sommige onderwijsvernieuwers vinden dat mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zich niet met onderwijsinnovatie bezig moeten houden. Dat vind ik beangstigend. Als je echt die transitie wil maken, moet je de deuren en ramen van de scholen wijd openzetten. Transities zijn zoek- en leertrajecten, waarbij je juist mensen van buiten nodig hebt. Ik noem ze friskijkers en dwarsdenkers.
Er is bijvoorbeeld een enorme afstand tussen scholen en arbeidsmarkt. Heel veel opleidingen zijn gericht op het verwerven van kennis. Die kennis is achterhaald wanneer leerlingen de school hebben afgerond. Veel belangrijker is het dat ze kerncompetenties krijgen aangeleerd. ‘Hoe breng ik kennis over?’, ‘Hoe ontwikkel ik nieuwe kennis?’, ‘Hoe werk ik samen met anderen?’.  Dat soort vaardigheden wordt steeds belangrijker.
Ook leren we kinderen niet om met onzekerheden en verrassingen om te gaan. We leren ze dat je een probleem hebt, met daarbij een passend antwoord. Maar in een samenleving die in transitie is, moet je juist kunnen omgaan met onzekerheden en verrassingen. Leren om open te staan voor veranderingen en te gaan zoeken naar allerhande oplossingen.”

Maar leiden we nu dan een lost generation op?
“We kunnen het niet in een paar jaar oplossen, maar we willen met United4Education wel een bijdrage leveren om vernieuwing breder en sneller in gang te zetten. We hebben onszelf duizend dagen gegeven om te laten zien dat het anders kan en ook anders moet. We willen de onderwijsagenda beïnvloeden en de manier van denken over onderwijs. Oplossingen zijn er al, maar de schaal waarop die tot ontwikkeling komen moet steeds groter worden. We willen de voorbeelden die er zijn zoveel mogelijk uitdragen. Maar dan duurt het zeker nog vijftien jaar voordat we écht een omslag hebben gemaakt.”

Wat een droevig verhaal voor iedereen die nu op de basisschool en in het voortgezet onderwijs zit!
“De analyse is hard, maar wordt gedeeld door steeds meer mensen. Het is echter geen droevig verhaal! Het zou pas een droevig verhaal zijn, als er geen oplossing was. Maar die is er wel. We zijn bezig om een beweging te creëren. Ik beweer dat de transitie in het onderwijs binnen twee jaar overal hoog op de agenda staat en dat veel meer scholen bezig zijn met een kanteling. Natuurlijk duurt het dan nog een hele tijd, maar mijn toekomstige kleinkinderen gaan daarvan profiteren, daar ben ik zeker van. Mijn kinderen zijn nu 18 en 22, tel maar uit. En natuurlijk hebben de leerlingen van nu daar ook al profijt van.”

Zijn er voldoende frisdenkers, kantelaars, verbinders en koplopers in het onderwijs? Welke personen en organisaties zijn ‘goed bezig’? En gaat het snel genoeg?
“De voorbeelden zijn we aan het verzamelen. Ook internationaal. Binnenkort gaan we ze breed verspreiden. We beschouwen in Europa Finland als het beste voorbeeld op onderwijsgebied. Maar ook daar zeggen de mensen nu dat ze het onderwijs opnieuw willen vernieuwen. Op een aantal scholen gaan de Finnen experimenteren met het afschaffen van vakken. Net als Niekée in Roermond doet. Het onderwijs wordt aangeboden via thema’s. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat Finland een heel ander type land is. Een succesformule voor een dergelijke homogene samenleving kun je niet één op één transformeren naar de Nederlandse situatie. Maar elementen daaruit wel. 
Zo’n school als Niekée is voor deze tijd vernieuwend en radicaal, maar het zou zomaar in de toekomst de standaard kunnen worden. Organisatorisch vraagt het veel, maar leraren en leerlingen krijgen er zoveel voor terug. Dat blijkt nu al. Je hoeft natuurlijk niet zo radicaal te veranderen. Begin in stapjes, begin met één of twee thema’s en met bijvoorbeeld maar één klas.
Iemand als Claire Boonstra, afkomstig van buiten het onderwijs, is ook goed bezig. Zij wil mensen inspireren en enthousiasmeren. Haar Operation Education is inmiddels verbonden aan  United4Education. Maar ook de Dalai Lama, die pleit voor meer empathie en emotie in het onderwijs, heeft een frisse kijk op onderwijs.
Kinderen enkel een iPad geven, daar redden we het niet mee. Het draait niet om die iPad. Bij de zogeheten iPad-scholen mis ik vaak de mentale omslag. Het beperkt zich tot de informatievoorziening. Maar het gaat óók om kinderen laten openstaan voor verandering. Het feit dat je kinderen vertrouwd maakt met een zoektocht in plaats van ze pasklare antwoorden te bieden.
Bij transitie gaat het om radicale veranderingen. Niets ten nadele van initiatieven van Sander Dekker en Neelie Kroes, maar zij zijn onderdeel van het regime. Zij zijn niet voor radicale vernieuwing.
Overigens baren de ROC’s me nog de meeste zorgen. Dat is de basis voor de nieuwe economie. In de toekomst hebben we deze mensen hard nodig voor de nieuwe maakindustrie. Maar dan moet er wel heel snel veel veranderen in de manier van lesgeven en het stimuleren van leerlingen. Gelukkig zijn ook binnen deze sector enkele mooie initiatieven waar ik veel heil in zie: de RDM Campus Rotterdam en het Leerpark Dordrecht. Daar wordt de buitenwereld bij het onderwijs betrokken. Er is nauwe samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke stakeholders. Helaas zijn het nog druppels op een gloeiende plaat, maar het geeft mij wel hoop. Dat soort initiatieven moeten we zien op te schalen. Het motiveert studenten enorm.”

'Geef scholen het vertrouwen om te laten uitvinden wat wél werkt'

 

Wat adviseert u scholen die openstaan voor radicale vernieuwing?
“Er komt nu veel samen. Het bedrijfsleven roept om betere aansluiting, de digitalisering geeft onbegrensde mogelijkheden. Er komen steeds meer leraren die de gebaande paden willen doorbreken. Tegen scholen zou ik willen zeggen: Probeer op kleine schaal uit, experimenteer. Doe dat vooral met leerlingen die het aankunnen. Werkt het, maak het dan groter en breder. Als je een samenleving echt wilt kantelen, dan begint en eindigt het bij het onderwijs. Onderwijs vormt de sleutel voor de kanteling van heel Nederland. Alles begint bij scholing, vorming en ontwikkeling.
Ik wens iedereen toe dat hij zijn leven lang nieuwsgierig blijft en zich blijft ontwikkelen. Dat kinderlijke enthousiasme zou je tot je dood moeten houden.”

Tekst: Brigitte Bloem