Evelien Dam rondt in december 2014 haar studie Educational Science and Technology aan de Universiteit Twente af met de Masterthesis

Evelien Dam rondt in december 2014 haar studie Educational Science and Technology aan de Universiteit Twente af met de Masterthesis ‘Effects of the dyslexic version of the typewriting course TypeTopia on reading skills of dyslexic children’. In de thesis beschrijft zij haar onderzoek naar de effecten op de leesvaardigheid van gediagnosticeerd dyslectische kinderen van een serious game om te leren typen. Hoewel niet bewezen naar strenge wetenschappelijke maatstaven, laat het onderzoek een significante verbetering zien in tenminste vier van de zeven onderzochte leesvaardigheden, waaronder kleuren en cijfers benoemen. Ook lange woorden en onzinwoorden werden duidelijk beter gelezen door de kinderen die [een deel van] de typecursus hadden gedaan. 

 

Blijvende achterstand

Op de vraag waarom zij een masteronderzoek heeft gedaan naar dyslexie antwoordt Evelien: “Mijn twee beste vriendinnen, broer en tweelingzus zijn aangetoond dyslectisch. Wellicht onze vader ook, maar dat werd vroeger nooit onderzocht. Ik ben daardoor al lang geïnteresseerd in dyslexie. Kunnen lezen en schrijven is namelijk zó belangrijk: we krijgen bijna alle informatie binnen via gesproken of geschreven taal. Vakken als Geschiedenis en Aardrijkskunde bijvoorbeeld zijn bijna niet te leren zonder taal. Mensen die als kind niet goed hebben leren lezen en schrijven, ervaren blijvend een achterstand. Zeker nu de wereld alsmaar verder digitaliseert, wordt lezen en schrijven steeds belangrijker. Voor dyslectische kinderen is het heel moeilijk automatisch te leren lezen en schrijven en willen ze dat leren, moeten ze goed worden ondersteund bij de dingen waar ze moeite mee hebben.”

 

Educational Design en Effectiveness

Evelien start haar studiejaren bij de Pabo, omdat lesgeven haar aanspreekt. Gaandeweg de studie ontdekt ze echter dat onderwijskunde haar nóg meer interesseert en zij besluit op de Universiteit Twente haar studie te vervolgen. Onderwijskunde kent twee richtingen: HR, waarmee afgestudeerden vooral in het bedrijfsleven terechtkomen, en Educational Design en Effectiveness [EDE]. EDE richt zich op het plannen, ontwikkelen en implementeren van innovatieve leerscenario’s, met een sterke nadruk op IT [bijvoorbeeld in simulaties, serious gaming en interactieve apps]. Het sluit naadloos aan bij Eveliens interesse en zij doet er de masteropleiding. 

Digitale leermiddelen als ondersteuning

Evelien is het type leerkracht dat maatwerk wil leveren. Leerlingen die boven het gemiddelde presteren wil zij blijven uitdagen, net als kinderen die het wat moeilijker hebben. “Digitale leermiddelen bieden veel mogelijkheden als het gaat om maatwerk. Er schuilt een gevaar in dat kinderen uitleg skippen en daardoor niet leren wat ze moeten leren, maar veel meer nog geeft het de mogelijkheid om kinderen extra te laten oefenen. Er is een verschil tussen kennis en vaardigheden, het laatste kan prima getraind worden met behulp van een programma op de computer of laptop. Lezen en schrijven zijn vaardigheden en daar zijn dus digitale hulpmiddelen bij in te zetten. Kennis moet echter door de leerkracht worden overgebracht. Ik zie digitale leermiddelen in het algemeen dus als ondersteuning van de leerkracht, die moet nog steeds bepalen hoe hij ze wil inzetten.”

Op de vraag waarom ze juist deze serious game met dit onderwerp heeft onderzocht, is haar antwoord: “Een van de redenen waarom ik juist deze typecursus wilde onderzoeken, is dat de programmeurs zelf leerkrachten zijn en het didactisch goed in elkaar steekt. Als je kijkt naar hoe de cursus wordt aangeboden, zit er een heel systeem achter. Maakt een kind veel fouten met de ‘r’, dan krijgt het meer oefeningen met de ‘r’. Er wordt gebruik gemaakt van een lettertype dat wetenschappelijk bewezen gemakkelijker is voor dyslectische kinderen om te lezen. Ook krijgen de kinderen punten voor het typen en daarmee verdienen ze een bonusspel wat ze kunnen spelen. Dat motiveert, dus uiteindelijk mag je verwachten dat kinderen blind leren typen. Het is goed in elkaar gezet.”

 

Opzet van het onderzoek

Aan het onderzoek hebben 58 kinderen tussen acht en twaalf jaar deelgenomen, afkomstig van elf verschillende [basis]scholen. “Op een school van honderd leerlingen zijn er dertig tot veertig van de juiste leeftijd en daarvan is maar een klein aantal dyslectisch. Ik heb dus veel scholen gebeld, allemaal in de buurt van Alkmaar. De scholen die meededen, heb ik informatiepakketten gegeven voor de gediagnosticeerd dyslectische kinderen.” Geen van de deelnemers had eerder een typecursus gevolgd. De testgroep volgde twaalf van de twintig lessen van de dyslexieversie van TypeTopia, de controlegroep volgde geen cursus. Er zijn zeven tests gedaan; bij vier daarvan scoorden de kinderen van de testgroep significant beter dan die van de controlegroep. Bij de semantische taken waren dat kleuren en cijfers benoemen en bij het fonologische deel waren dat lange woorden en onzinwoorden. “Voor dyslectische kinderen is een typecursus een grote kans, want de drempel is lager om werk in te leveren als dat getypt kan. Dyslectische kinderen hebben vaak een moeilijk leesbaar handschrift. Getypte tekst inleveren vermindert, mede door de spellingscontrole, de foutkans aanzienlijk. Het mooiste is dat alle kinderen, dus ook die van de controlegroep uiteindelijk de typecursus cadeau hebben gekregen, als dank voor hun deelname.”

 

Significant grotere verbetering

“Lezen is het begrijpen van geschreven tekst en dat bestaat uit twee delen: ontrafelen en decoderen. Ofwel: technisch lezen en leesbegrip, dus begrijpen wat het betekent. Technisch lezen hebben we getest met zeven testjes die alle kinderen voor de cursus hebben gedaan en erna. De controlegroep die geen cursus deed, heeft alle testjes ook doorlopen. Eigenlijk zijn alle leerlingen vooruit gegaan, maar de testgroep liet een significant grotere verbetering zien dan de controlegroep. Volgens sommige ouders was het een hele strijd om hun kinderen aan het werk te houden: wanneer zij veel fouten maakten, moesten ze de betreffende oefeningen over doen en dat vroeg veel tijd. In het algemeen echter waren de reacties positief.”

 

Duidelijke verbetering in de leesvaardigheid

“Voor mijn onderzoek heb ik in totaal zeven hypotheses onderzocht . Met die opzet is het bijna onmogelijk om wetenschappelijk te bewijzen dat de cursus significante verbeteringen aanbrengt. Als je een enkel ding test is één significantietest genoeg om uit te sluiten of het wetenschappelijk bewezen is of niet. Aangezien ik bij dezelfde groep zeven testen heb uitgevoerd, ligt dit iets anders. Iedere keer dat je een groep leerlingen test met significatieniveau 0.05 ofwel 5%, is de kans 1 op 20 dat de conclusie uiteindelijk niet klopt. Als je twee testen uitvoert is de kans twee keer zo groot dat een van de twee conclusies niet klopt, wat betekent dat met zeven tests de kans zeven keer zo groot is. Om dit te corrigeren moet onder meer de Bonferoni-correctie worden uitgevoerd. Deze correctie deelt het significantieniveau door het aantal tests en is een verschil significant bij 0,7%. Bij mijn testen bleken vier van de zeven cognitieve testen significant te verschillen bij een significatie niveau van 0.05, maar geen enkele test was nog significant verschillend bij een niveau van 0.007. Dus dit betekent dat het wetenschappelijk niet is aangetoond, als je alle uitslagen samen bekijkt. Maar voor mij staat vast dat de cursus praktisch gezien voor deze groep kinderen wel degelijk een duidelijke verbetering in de leesvaardigheid bewerkstelligt.”

 

Andere digitale hulpmiddelen

“Uiteraard zijn er meerdere typecursussen voor dyslectische kinderen, sommige op de computer en ook andere uit boeken, maar die heb ik niet onderzocht. Er zijn ook andere soorten digitale hulpmiddelen die ter beschikking staan van dyslectische kinderen, zoals bijvoorbeeld inspreken op de computer. Maar ook dan is het belangrijk om na te kunnen lezen of de computer het goed heeft genoteerd. Beter is het om zelf te kunnen schrijven”, aldus Evelien Dam. Als inval leerkracht werkt zij momenteel in het basisonderwijs en houdt haar ogen open voor een functie als onderwijskundige.

Het volledige onderzoek is op te vragen middels een mail ter attentie van Evelien Dam: damevelien@gmail.com.