Wieke Heikoop, leerkracht bij de Rijdende School, laat haar leerlingen graag op een educatieve manier met sociale en nieuwe media werken. Wat als experimenteren begon, pakte uit tot het winnen van de eerste

naam school: Stichting Rijdende School
plaats: Geldermalsen
soort onderwijs: basisonderwjis
aantal leerlingen: 300
aantal leerkrachten: 30
aantal computers binnen de school: 120
naam: Wieke Heikoop
functie: leerkracht

Wieke Heikoop, leerkracht bij de Rijdende School, laat haar leerlingen graag op een educatieve manier met sociale en nieuwe media werken. Wat als experimenteren begon, pakte uit tot het winnen van de eerste ‘Innofun Award’.

Onder pseudoniem ‘Kermisjuf’ is Wieke actief op ’t web en Twitter. De naam refereert aan haar dienstverband bij de Stichting Rijdende School, dat het onderwijs verzorgt voor kinderen van circusmedewerkers en kermisexploitanten."We werken in totaal met zo’n dertig leerkrachten. In de zomermaanden trekken we door het hele land om les te geven aan reizende kinderen, en rijden we iedere dag op en neer naar de lesplaats.”

Mobiel klaslokaal
De kermis- en circuskinderen krijgen in kleine groepjes onderwijs. De samenstelling wijzigt soms per dag. "Voorafgaand aan het seizoen wordt er een planning gemaakt wie wanneer op welke kermis staat. Het komt weleens voor dat een kind toch niet op de afgesproken plek aanwezig is, of dat er een kind bijkomt. Wat dat betreft moeten we ons flexibel opstellen.” De groepen variëren van een enkele leerling tot ongeveer tien kinderen. Deze groepen zijn onder de hoede van één leerkracht. Bij grotere groepen komt er een leerkracht bij. Afhankelijk van de groepsgrootte heeft de Rijdende School verschillende formaten ‘klaslokalen’ beschikbaar. "Met een enkele leerling gaan we naar de lesbus, een Mercedes Sprinter busje ingericht als minilokaal, waar we zelf mee naar de lesplaats rijden. Is de groep groter, dan wijken we uit naar een minischool. Deze verrijden we meestal ook zelf. Dit is een wagen die qua formaat tussen een klein vrachtwagentje en een flinke camper inzit. En voor grotere groepen is er de uitschuifbare vrachtwagenoplegger, waar maximaal twintig leerlingen les kunnen krijgen. In iedere [grote] school zijn vijf minilaptops en een computer. Wij gebruiken een MSi touch als vervanger van een digibord.”

Winter
’s Winters verblijven de kinderen op een vaste stek. Ze gaan dan naar een winterschool. "Op dat moment veranderen onze werkzaamheden. We begeleiden de kinderen van peuter tot volwassene en treden als een soort mentor op. Voor de winterschool zijn wij de schakel tussen de burgerwereld en de kermiswereld, en vertellen over de educatieve ontwikkelingen van het kind tijdens de zomer.” Als ze weer gaan rondreizen, koppelen de winterscholen de vorderingen van de kinderen terug aan de Rijdende School. "De lesmethode die de leerlingen op hun winterschool gebruiken, krijgen ze ook bij ons. We kunnen bijvoorbeeld wel acht à negen rekenmethoden tegenkomen. Daarom maken we voor elke methode onze eigen handleiding, zodat we de belangrijkste onderdelen weten.”

‘Hallo Wereld’
Het is duidelijk dat de Rijdende School geen gewone school is. De leerlingen hebben een bijzonder bestaan; ze trekken van plaats naar plaats, hebben steeds andere meesters en juffen en zitten in wisselende samenstelling in de klas. Wiekes collega Sanne Meijrink werkt op de International Indusschool in India ook niet met doorsnee leerlingen. "Sanne heeft leerlingen met verschillende achtergronden in de klas, waaronder zes Nederlandse kinderen”, vertelt Wieke. "Dit jaar klopte ze bij me aan om samen een project op te zetten, waarbij haar Nederlandse leerlingen en die van mij kennis over elkaars omgeving opdoen. Ik heb al eerder wat projecten met de kinderen gedaan en op Facebook gedeeld, en daar was ze erg enthousiast over. Het project wilden we graag betrekken bij het thema ‘Hallo Wereld’ van de Kinderboekenweek. Het boek ‘De gele ballon’ van Charlotte Dematons was als prentenboek verbonden aan de Kinderboekenweek en volgt vanuit vogelperspectief een gele ballon, een blauw autootje, een boef en een fakir in hun reis door het boek. Historische en aardrijkskundige onderwerpen komen aan bod. "Dit boek en thema werden als gespreksonderwerp gebruikt. Met de kinderen praatte ik over de platen in het boek. Waar is dit? Hoe zie je dat? Zijn de geschiedkundige feiten op de plaat juist? Ook was het vogelvluchtperspectief een aanleiding voor een tekenopdracht over India."

Voorstellen
"Ik ben achter mijn laptop gekropen en heb allereerst een mindmap gemaakt om het project uit te denken. In die periode zou ik zes dagen op een kermis in Weert werken, een mooie gelegenheid om die kinderen aan de slag te laten gaan met het project.” Wieke en Sanne wilden dat hun leerlingen meer over elkaars leven te weten zouden komen. "Om zich aan elkaar voor te stellen hebben ze via de MSi geskyped. Vervolgens konden de kinderen op Kidblog.nl voorstelberichtjes plaatsen en blogs schrijven over hoe zij denken dat de school van de ander eruit ziet.” Om de kinderen in India hiervan een beeld te geven, liet Wieke haar leerlingen met een camera foto’s maken van de school, woonwagen en omgeving. Op Glogster, een programma waar je interactieve posters [glogs] kunt maken, plaatsten de kinderen de gemaakte foto’s. Op de poster kunnen achtergronden, teksten, illustraties, geluiden en video's geplaatst worden en kan de poster naar eigen smaak worden vormgegeven. Zo werd er een goed beeld geconstrueerd van de eigen leef- en leeromgeving. De kinderen in India deden dit ook, de kinderen postten hun link op het blog en zo konden ze elkaars glog bekijken."

Betekenis
Daarnaast vond Wieke het belangrijk dat haar leerlingen een beeld van India zouden vormen. Op online prikbord Pinterest plaatsen de kinderen afbeeldingen van typisch Indiase taferelen. Maar ze moesten wel meer doen met de plaatjes dan alleen maar zoeken en op het prikbord pinnen. Want wat hadden de foto's nu eigenlijk met India te maken? Waarom hebben Indiase vrouwen een stip op hun voorhoofd? En waarom is de koe heilig? Wieke paste het prikbord met plaatjes wat aan, pinde er zelf nog een aantal bij en koos er tien uit. De kinderen mochten op internet, of met behulp van andere bronnen, gaan achterhalen wat deze tien foto’s inhielden. Ze kregen hiervoor een uur de tijd, waarna ze aan elkaar presenteerden welke betekenissen ze gevonden hadden. De meeste kinderen gingen via Google of Wikipedia aan de slag, maar twee meisjes vroegen of ze met juf Sanne in India mochten skypen. Uiteraard mocht dit.

Innofun Award
De lesstof van tegenwoordig is niet anders dan tien jaar geleden, maar met nieuwe tools probeert Wieke de lessen zo aantrekkelijk en leuk mogelijk te maken. "Ik probeer de kinderen tegelijkertijd een stukje mediawijsheid bij te brengen. Een ouderwets taalwerkje als een brief of verhaal schrijven, liet ik de kinderen op Kidblog maken. Door te bloggen en skypen leren ze dat er echt mensen aan de andere kant zitten. Het doel hiervan is dat ze nadenken wat ze op internet plaatsen. Welke houding neem je aan, wat zeg je wel en niet?"

Het bedrijf Innofun, dat basisscholen en middelbare scholen begeleidt die sociale media een structurele en blijvende plek willen geven in hun onderwijs, vond het project ‘Hallo Wereld’ zo’n mooie mix hebben, dat Wieke op 28 november 2012 de eerste Innofun Award kreeg uitgereikt. De jury zei over het project: “Heikoop laat kinderen bloggen in de veilige omgeving van Kidblog, laat ze sfeerbeelden verzamelen in Pinterest en gebruikt Skype voor videocontact met kinderen aan de andere kant van de wereld. Deze internationale component, ook gelinkt met het thema van de kinderboekenweek [‘Hallo Wereld’] en dus de actualiteit sprak de jury bijzonder aan. De gebruikte gereedschappen zijn gebruiksvriendelijk en laagdrempelig en daarmee is het concept goed overdraagbaar.”

Vervolg
Helaas was na deze zes dagen het project voorbij. Het gaat niet van de ene leerkracht naar de ander over. Bovendien zitten de kinderen elke week in een andere samenstelling in de klas. "Maar ik ben op dit moment met andere leerkrachten aan het kijken hoe we een platform voor dit soort projecten kunnen opzetten, zodat ze langduriger worden. Het moet niet meer uitmaken of ze bij mij of van mijn collega’s leskrijgen. Dit soort projecten zijn leuk en verdienen daarom een vervolg.”

 

kermisjuf.nl