Michel van Ast adviseert en begeleidt scholen en traint docenten die technologie willen inzetten in hun klas. Als het gaat over inspirerend onderwijs, denkt hij direct aan Henk Weijers, zijn wiskundeleraar op het Assink Lyceum in Haaksbergen. Samen gaan ze in gesprek over vroeger en nu.

Michel van Ast adviseert en begeleidt scholen en traint docenten die technologie willen inzetten in hun klas. Als het gaat over inspirerend onderwijs, denkt hij direct aan Henk Weijers, zijn wiskundeleraar op het Assink Lyceum in Haaksbergen. Samen gaan ze in gesprek over vroeger en nu.

MvA: Het onderwijs heeft op mij altijd een onverklaarbare aantrekkingskracht uitgeoefend. Als kleine jongen maakte ik al leerboekjes, over de vlieg bijvoorbeeld. Ik vond het heerlijk om mijn jongere zusje dingen uit te leggen. Toch ging ik na het vwo wiskunde studeren. Die keuze maakte ik meer omdat drie docenten mij dit adviseerden: het zou zonde zijn om mijn wiskundetalent verloren te laten gaan. Na een jaar in Enschede hield ik het voor gezien. Het was een fantastisch jaar door alle dingen om het studeren heen, maar de studie zelf vond ik niks. Ik besloot alsnog naar de lerarenopleiding te gaan.

HW: Ik ben via een iets langere omweg in het onderwijs terechtgekomen. Mijn vader had een eigen bedrijf in suède en leer. Dat zou ik van hem overnemen. Maar het bedrijf ging failliet en ik moest iets anders bedenken. Het werd een studie Theoretische Elektrotechniek. Het ging me gemakkelijk af maar ik had er niets mee. Na 3,5 jaar besloot ik – tot grote teleurstelling van mijn vader – ermee te stoppen en op reis te gaan naar India. Terug in Nederland huurde ik een boerderij en was ik een tijd behoorlijk self supporting bezig. Op een gegeven moment wilde ik toch iets gaan doen met wat ik geleerd had. Ik koos voor het onderwijs.

MvA: De reden waarom ik me jouw lessen nog zo goed kan herinneren, is de goede sfeer in de klas. Die creëerde je door allerlei verhalen over jezelf te vertellen. Wij pubers dachten dat docenten op school lééfden, maar ‘meneer Weijers’ bleek een echt mens! Je was gericht op de relatie, de sfeer, op samen. Die leuke lessen hebben er zeker aan bijgedragen dat ik met wiskunde verder wilde. De stelling ‘zonder relatie geen prestatie’ onderschrijf ik dan ook volledig. Je kunt nog zulke mooie laptops hebben of een heel vernieuwend beleid op papier hebben staan: zonder de juiste basis en echt contact kom je nergens.

HW: Het gaat om de interactie. Ik zag het mijn vader doen in zijn bedrijf. Hoe hij met zijn mensen omging heeft mij geïnspireerd. Samenwerken en samenwerkend leren waren zijn uitgangspunten. En dat werkte. Ik denk dat er op het vlak van samenwerking wel iets is veranderd in het onderwijs. Voorheen traden wij als school samen met ouders op om een leerling vooruit te helpen. Ook als het even niet zo lekker liep. Als er nu iets misgaat, komen ouders bij wijze van spreken met een knuppel de school in. Het gevoel van veiligheid is afgenomen. Daarnaast hebben leerlingen nu een heel eigen digitale wereld waarvan je als docent vaak geen deel van uitmaakt. Kwamen kinderen vroeger naar school om te leren, nu zijn de sociale contacten een belangrijke drijfveer. Het leren staat op een lager plan: ‘dan doe ik er toch gewoon een jaartje langer over’ hoor ik leerlingen wel eens zeggen. De kinderwereld is een kopie van de volwassenenwereld. Als daar consumeren centraal staat, missen ook de kinderen gedrevenheid. Toen ik jong was, wist ik dat ik stappen moest zetten om een plekje in de maatschappij te veroveren. Nu geven we kinderen al een winterjas voordat ze het koud krijgen. Het gaat allemaal te makkelijk. Laat ze eerst maar eens kou lijden…

MvA: Daar ben ik het mee eens. Toch komt er door de economische crisis weer een andere generatie aan. Eén van kinderen die niet meer vanzelfsprekend een betere baan krijgen dan hun ouders. Daarmee ontstaat vanzelf ook de urgentie om wel je best te doen. Ik denk inderdaad dat welvaart gemakzucht in de hand kan werken. Maar de huidige jongeren hebben het op een andere manier moeilijk. Ik ben eerlijk gezegd blij dat ik niet nu op de middelbare school zit. Alles is zichtbaar. Alles moet leuk zijn. Je moet je van je beste kant laten zien op Facebook, zeshonderd vrienden en voortdurend feestjes hebben. Het aanbod is te groot en de verwachtingen zijn te hoog. Dat heeft een effect op het zelfbeeld en de eigenwaarde.

HW: Daarom is het nog belangrijker om veiligheid te bieden. Duidelijke grenzen, een afgebakend terrein waarbinnen wel voldoende speelruimte is. Jammer genoeg proberen mensen onzekerheid en angst vaak tegen te gaan door steeds meer regels en controles te bedenken. De overheid legt het onderwijs zo veel regels op dat het verlammend werkt. Als je alleen nog maar werkt om aan de regels te voldoen heb je geen contact meer met je drijfveer om in het onderwijs te werken. En dit werkt door op de leerling die vervolgens ook alleen nog maar voor een cijfer leert. Aan ons de taak om kinderen nieuwsgierig te maken. Ze te verleiden om op zoek te gaan naar de schat. Jij hebt daar een keer een mooie lezing over gegeven bij ons op school.

MvA: Ja, het inspireren en motiveren van leerlingen is wat mij mateloos interesseert. Het zal ook een eeuwige zoektocht blijven. We moeten blijven zoeken naar hoe we kinderen kunnen inspireren. Met welke methode en met welke middelen. Daniel Pink vertelt in zijn boek Drive over drie essentiële ingrediënten: autonomie, meesterschap en zingeving. Oftewel bied ruimte en geef verantwoordelijkheid, leg de lat op de juiste hoogte en zorg dat wat je biedt betekenis heeft voor de leerling. Je kunt dit kinderen alleen bieden als je zelf ook geïnspireerd en gemotiveerd bent. Dat is een van de redenen dat ik The Crowd heb opgericht: een open professionele leergemeenschap. Het is een platform voor onderwijsprofessionals die de regie voor een levenlang leren in eigen hand willen houden en samen willen werken aan inspirerend onderwijs voor de toekomst.

HW: Dát is belangrijk. Dat je toekomstgericht onderwijs biedt. Innovatie op zich vind ik niet interessant. Kijk wat een leerling over vijf jaar nodig heeft en richt je daarop. Wat heeft hij nodig om een vervolgopleiding te kunnen doen en zich te kunnen settelen in de maatschappij. Die vraag is relevant bij de invulling van lessen, maar net zo goed bij personeelsplanning. Kinderen kijken nog niet zo ver vooruit en daarom mogen wij de stip aan de horizon bepalen. Er komen steeds meer ZZP’ers. Welke kennis en vaardigheden kunnen wij kinderen bijbrengen die leiden tot effectief ondernemerschap? Het is belangrijk om niet solitair die stip aan de horizon te plaatsen. Wij doen het in samenwerking met het bedrijfsleven en vervolgopleidingen, zowel het vo als bijvoorbeeld de universiteit.

MvA: Uit dit hele gesprek komt naar voren dat de basis voor goed onderwijs ligt in echt contact en samenwerking. Zonder die ingrediënten slaagt geen enkele vernieuwing. Toch is het ook van belang om vernieuwende middelen de school in te halen. Zodat kinderen met ICT leren werken en zodat de docenten ‘feeling’ blijven houden met de belevingswereld van de kinderen. Het is ook aangetoond dat voor het leren van bepaalde stof e-learning heel goed werkt. Nieuwe magazijnmedewerkers en caissières worden bij de Albert Heijn op die manier ingewerkt. Het kost minder tijd,  minder geld en minder inspanning. In het onderwijs zouden we hier ook meer gebruik van kunnen maken. Wat mij betreft vooral ook buiten de contacturen. Die kunnen dan juist worden gebruikt voor betekenisvolle projecten, sociale en persoonlijke vorming.

HW: Absoluut waar. Eigentijdse middelen bieden kansen voor verbetering. Daar moet je als school zeker iets mee doen. Aan de basis van contact en samenwerking die jij noemt, zou ik nog vertrouwen willen toevoegen. Ik denk dat we ontzettend veel gelukkiger zouden worden, als we meer vertrouwen krijgen en geven. Als we dat ook echt uitspreken en laten zien. Ik heb het over iedereen die met school te maken heeft. Van bestuurders , ouders en de schoonmaker tot de conciërge, leerlingen en de leerkrachten. Als we elk mens respecteren voor wie hij is en wat hij kan, zou dat een groot effect hebben. En dat is waar ik een bijdrage aan wil leveren. Voorheen als docent en nu als bestuurder. Ik wil dat zowel docenten als leerlingen de ruimte krijgen om hun talenten zo te ontwikkelen dat de maatschappij daar iets aan heeft.

MvA: Mooi om te zien dat die drive van vroeger er nu nog steeds is! En leuk om hier met jou over te praten.

HW: Dat is geheel wederzijds Michel. Bedankt voor de uitnodiging!