Wie is de belangrijkste partij om de ict-koers van een school te bepalen? Wie heeft de regie?

“Laten we eerst antwoord geven op een andere vraag: in wat voor wereld zijn we terecht gekomen? Digitalisering lijkt heel belangrijk, maar is dat echt zo? Volgens mij zijn het vooral de onderliggende trends die belangrijk zijn.

“Ik zie twee verschuivingen in het onderwijs en ook meer in het algemeen. Ten eerste, het gaat om ‘samen’. Er zijn verschillende partijen nodig om leren mogelijk te maken. De school is maar 1 partij. Dat is een grote verandering ten opzichte van vroeger. Kijk eens naar de ouders, hun stem wordt luider, en zo zijn er nog meer partijen die een rol spelen. Het vraagt een groot adaptatievermogen van scholen om het leerproces vorm te geven samen met die andere partijen en ict kan hierbij een hulpmiddel zijn.

“We moeten daarnaast afstappen van het begrip ‘klant’. De leerling of de student is geen klant die iets komt halen en weer met iets vertrekt. Als we hem serieus nemen moeten we een veel bredere interesse in hem hebben dan alleen maar het bijbrengen van formele kennis. Digitalisering opent de poort naar een relatie die zich veel richt op ‘Bildung’, met aandacht voor echte vorming.

“Dan het antwoord op de vraag: wie voert daarbij de regie? Het is duidelijk dat het niet gaat om 1 partij, maar om een samenspel van partijen. Ik pleit ervoor dat bestuurders, leraren en ict-professionals samen de verantwoordelijkheid opnemen. Maar uiteindelijk is het niet een zaak van beter ict-gebruik maar van beter onderwijs. Het onderwijs is uiteindelijk altijd in the lead.

Wat betekent dat voor de ict-professional in de schoolorganisatie?

“De ict-professional heeft in zo’n organisatie andere vaardigheden nodig. Inhoudelijk goed zijn en ‘gelijk hebben’ (want dat denken ze nogal snel, dat ze gelijk hebben) is niet genoeg. Andere vaardigheden spelen een grotere rol. Ze moeten zich sociaal bewegen in een organisatie, ze moeten ’maatjes’ vinden om hun doel te bereiken. Ook moeten ze inspirerend kunnen werken op collega’s en ze moeten een gevoel hebben voor politieke processen in de organisatie – ook al vinden ze politiek meestal een vies woord.”

Digitalisering is niet zo belangrijk… dat zal niet iedereen zo zien

“Ik bedoel daarmee: digitale systemen doen het over het algemeen goed, ook al is het soms nog wat pover. Ik kom net uit een Zoom-sessie en die viel halverwege uit. Dat kan nog beter. Wat je in deze tijd veel ziet gebeuren: we vertalen oude lessen naar videolessen. Bijna 1-op-1. Eigenlijk is het nodig een opleidingsconcept anders te bekijken en dán pas te kijken naar de bijpassende nieuwe technologie.

“Hoe zorgen we voor echt goed onderwijs, onderwijs dat de diepte in gaat. Dat heeft te maken met elkaar ontmoeten en zien, ontmoeten hoort erbij! Dat kan wel deels op afstand, maar het kan niet alleen via scherm.

“AI (Artificial Intelligence) is in opkomst. Ook al is het morgen nog niet toepasbaar in het onderwijs, het is beschikbaar. Voor nu is vooral de vraag: als je AI kunt toepassen, wat zou dan goed onderwijs zijn? Wat zou het kunnen betekenen bij het lesgeven, op de werkvloer van de leraar? Dat soort vragen wil ik graag in januari belichten tijdens het congres.

U kijkt met een brede blik naar de wereld. Waarom zou iedereen dat moeten doen?

“Ik vind inderdaad dat we meer bij andere vakgebieden moeten kijken waar we iets van kunnen leren. Als een ontwerper bijvoorbeeld wordt gevraagd om een operatiekamer efficiënt in te richten, dan kan hij inspiratie opdoen bij andere operatiekamers. Maar misschien is het veel leerzamer om eens te kijken bij een Formule 1-team dat het voor elkaar krijgt om binnen 5 seconden een bandenwissel en nog veel meer uit te voeren.

“Ik kijk voor mijn inspiratie bij architecten, bij de kunsten en de filosofen. Dichters en wetenschappers doen naar mijn mening ongeveer hetzelfde: ze gaan allebei om met dingen die we niet weten. Zij kunnen elkaar dan ook inspireren. Natuurlijk moet je daarin niet doorslaan en ieder heeft zijn eigen vakgebied, maar we kunnen elkaar wel helpen.

“En dat is ook mijn idee achter samen, om daar nog even op terug te komen. Bestuurders en techneuten, ze staan er samen voor als ze iets voor elkaar willen krijgen. Het is belangrijk dat ze niet naar elkaar gaan wijzen als het om ict gaat. Dus niet: ‘de één vindt iets en de ander begrijpt er niets van’. Maar wel: het gesprek aangaan. Er is altijd gesprek nodig, een dialoog waarin je begrip toont en tot elkaar kunt komen.”

Rik Maes spreekt op 15 januari tijdens het gratis online congres OnderwijsInzicht.